Veelgestelde vragen

Populaire vragen

  • Loonkostensubsidie wordt ingezet om mensen aan de slag te helpen en te houden op de arbeidsmarkt. Voordat de feitelijke dienstbetrekking wordt aangegaan met een werkgever, kunnen mensen tijdelijk onbeloond op de beoogde arbeidsplaats geplaatst worden. 
  • Zij behouden dan recht op uitkering. 
  • Tijdens deze plaatsing krijgen werkgever en werknemer een beeld van de productiviteit van de werknemer op de werkplek, van zijn of haar loonwaarde. Dat is van belang om de loonwaarde goed vast te stellen en de hoogte van de loonkostensubsidie te bepalen. De loonkostensubsidie is immers het verschil tussen WML en de vastgestelde loonwaarde, met als maximum 70 procent van het WML
  • Verder kan in deze periode worden bekeken of nog andere voorzieningen moeten worden ingezet.

Bron: SZW

  • De inzet is dat de regio goed is ingericht en toegerust om mensen naar werk toe te leiden voordat de Participatiewet in werking treedt. Het is daarom belangrijk dat partijen vóór 1 januari 2015 samenwerkingsafspraken hebben gemaakt en een marktbewerkingsplan hebben opgesteld. 
  • De Werkbedrijven sluiten aan op de al bestaande indeling van de 35 regio’s. Zo kunnen ze ook voortbouwen op de al bestaande infrastructuur van werkpleinen en werkgeversservicepunten.

Bron: SZW 

Een goede werkgeverdienstverlening is essentieel om daadwerkelijk mensen met een arbeidsbeperking te plaatsen op reguliere banen. Samenwerking op regionaal niveau in de arbeidsmarktregio’s is daarom van belang. Dit is ook vastgelegd in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI). De regionale Werkbedrijven sluiten aan op de al bestaande indeling van de 35 regionale arbeidsmarktregio’s en de al bestaande infrastructuur van werkpleinen en werkgeversservicepunten. In hoofdstuk 2 van het Besluit SUWI is na artikel 2.2 een artikel ingevoegd over de regionale samenwerking met werknemers- en werkgeversverenigingen. Zie ook besluit van 4 september 2014. Dit besluit betreft de inrichting van het regionaal werkbedrijf.

Het regionale Werkbedrijf is een (bestuurlijk) netwerk/platform en wordt gevormd door minimaal de gemeenten, UWV, werkgevers(organisaties) en werknemersorganisaties. Om de samenwerking tussen uitvoerders in de regio te bevorderen, kan het netwerk worden uitgebreid met SW-bedrijf, arbeidsmarktintermediairs en andere partijen die bijdragen aan de regionale oplossing. Werkgeverskoepels en werknemersbonden benoemen in elke arbeidsmarktregio vertegenwoordigers of ambassadeurs die kunnen bijdragen aan het realiseren van de gezamenlijke doelstellingen.

Essentiele afspraken bij de inrichting van het regionaal werkbedrijf betreffen:

  • De samenwerkingsvorm, taken en verantwoordelijkheden van de deelnemers aan het regionale Werkbedrijf, het voorzitterschap, financiering (verdeling van de kosten), aansluiting bij bestaande regionale samenwerking(en) en evaluatie: hoe, wanneer en frequentie.
  • Het formuleren van de opdracht door de deelnemers van het Werkbedrijf voor uitvoerders.
  • Het arbeidsaanbod transparant maken en aanbieden van passende kandidaten aan werkgevers.
  • Een marktbewerkingsplan in relatie tot overige regionale activiteiten zoals Actieplan Bestrijding Jeugdwerkloosheid en Regionale Werkgeversdienstverlening.

Het samenstellen van een geharmoniseerd basispakket met instrumenten in de regio (gemeenten onderling in de arbeidsmarktregio en gemeenten en UWV), waaronder ook één loonwaardebepaling methodiek in de arbeidsmarktregio.

  • De Participatiewet geeft gemeenten beleidsvrijheid om maatwerk te bieden. Gemeenten bepalen welke ondersteuning mensen nodig hebben en hebben de mogelijkheid gekregen om deze ondersteuning zonder overbodige bureaucratische regels te organiseren. 
  • De beleidsvrijheid en de verantwoordelijkheid van gemeenten nemen niet weg dat regionale samenwerking nodig is om mensen met een arbeidsbeperking te plaatsen op de extra banen bij werkgevers. Werkgevers willen en kunnen niet met iedere afzonderlijke gemeente zaken doen.

Bron: SZW 

Bron: SZW 

  • Een belangrijke doelstelling van de Participatiewet is om zo veel mogelijk mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. Met het sociaal akkoord van 11 april 2013 hebben sociale partners zich verbonden aan deze doelstelling. Daarmee is het draagvlak verbreed om deze mensen aan een baan te helpen. Dit is voor de Participatiewet van groot belang omdat de Participatiewet pas echt kan slagen als er banen beschikbaar komen voor de mensen met een arbeidsbeperking
  • In het sociaal akkoord is ook afgesproken dat er 35 regionale Werkbedrijven komen om mensen met een arbeidsbeperking succesvol naar de extra banen toe te leiden. Zo versterkt en concretiseert het sociaal akkoord de al ingeslagen richting om de dienstverlening aan werkgevers en werkzoekenden verder vorm te geven in de 35 arbeidsmarktregio’s. Deze afspraak uit het sociaal akkoord vergroot de kansen op succesvolle plaatsing.

Bron: SZW 

Bron: SZW