Ambassadeur Guus van Weelden is blij met de breed gedragen aanpak in Flevoland

08 mei 2019

Guus van Weelden is nu acht maanden lid van de Raad van Bestuur van UWV. Daarvoor was hij gedurende 35 jaar werkzaam in de zorg, de laatste 9 jaar als voorzitter van de Raad van Bestuur van GGz Breburg in Tilburg. Kort na zijn aantreden bij UWV werd hij ambassadeur voor de regio Flevoland. Begin dit jaar bezocht hij zijn regio, en woonde een vergadering van het zogenaamde Kernteam (het projectteam) bij. Wat viel hem op? Werk is het beste medicijn, dat dringt steeds meer door bij de GGZ. Maar tegelijk nuanceert Van Weelden ook: werk is niet de enige herstelbevorderende factor. Hij vindt het belangrijk dat de instrumenten die UWV en gemeenten kunnen inzetten meer worden gelijkgetrokken. En dat aandacht wordt besteed aan de onzekerheid die cliënten kunnen ervaren bij werkhervatting. 

Werk en herstel 

“Ik zie dat er veel GGZ-partners aan tafel zitten in Flevoland”, zegt Van Weelden. “Niet alleen de reguliere GGZ, maar ook bijvoorbeeld verslavingszorg en beschermd wonen. Die brede benadering is erg belangrijk, want problemen uiten zich vaak in meerdere levensgebieden. Door de brede opzet komt werk nadrukkelijk op de agenda van zorginstellingen te staan. Dat is pure winst, want daar ontbreekt het nog steeds wel eens aan. We zijn veel verder dan pakweg 10 jaar geleden. Toen was werk of school echt geen standaard-gespreksonderwerp bij intake of behandeling in de GGZ. Hooguit ging het over arbeidsmatige dagbesteding, of geïsoleerde acties, los van de behandeling. Werk en school raken nu steeds meer geïntegreerd. Daar weerspiegelt zich ook de nieuwe kijk op herstel: niet alleen medisch, maar op alle levensdomeinen.” Van Weelden vindt wel dat het credo ‘werk is het beste medicijn’ soms wat overtrokken wordt. Werk zorgt voor zingeving en voldoening, en kan een belangrijke rol spelen bij herstel. Maar soms is er meer nodig, of moet de nadruk worden gelegd op andere dingen, zoals rust of medicatie. 

Onzekerheid 

Ook in Flevoland komt naar voren dat cliënten regelmatig in onzekerheid raken over de (financiële) gevolgen van werkhervatting. Wat betekent dat voor het inkomen? Is er een achteruitgang ten opzichte van de uitkering? En misschien nog belangrijker: wat als er sprake is van een terugval in de psychische gezondheid? Bestaat het recht op de ‘oude’ uitkering dan nog, of begint het aanvraagproces van voren af aan? “De wet- en regelgeving rond werk en inkomen is gecompliceerd en het is moeilijk om daarin je weg te vinden”, ziet Van Weelden. “De onzekerheid die daaruit voortvloeit is een drempel om weer aan het werk te komen. Wat helpt is zoveel mogelijk feitelijke informatie geven. Want soms zijn het beelden die kunnen worden weggenomen.” In dit kader is Van Weelden ook blij met het programma ‘simpel switchen’ van het ministerie van SZW, zodat ook de echte belemmeringen worden aangepakt. 

IPS

Door het zogenaamde ‘Breed Offensief’, dat staatssecretaris Tamara van Ark heeft ingezet, komt er meer eenheid in de instrumenten die UWV en gemeenten kunnen inzetten om mensen met een beperking naar werk te begeleiden. Iets dat Van Weelden graag ziet, want nu zijn er grote verschillen: tussen UWV en gemeenten, maar ook tussen gemeenten onderling. Dat geldt voor de inzet van IPS, maar ook van bijvoorbeeld jobcoaching, aldus Van Weelden. Hij vindt het volstrekt logisch dat zorgverzekeraars het eerste deel van IPS betalen. “Door de uitspraak van het Zorginstituut Nederland, enkele jaren geleden, zijn ze daar toe verplicht. Eigenlijk is de invulling hiervan, namelijk de financiering van de eerste acht gesprekken in het IPS-traject, al vrij beperkt. Zelfs die beginfase niet vergoeden is echt een belemmering van het herstel.” 

Dit artikel is onderdeel van de nieuwbrief Samenwerking GGZ en W&I van mei 2019. Lees hier de overige items. 

Vond u deze pagina interessant?

To prevent automated spam submissions leave this field empty.