In gesprek met de Programmaraad en SZW: IJzer smeden als het heet is

26 maart 2019

Verslag Praktijkdag Programmaraad 14 maart 2019. Sessie: In gesprek met staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Programmaraad-bestuurslid Egbert Lichtenberg.

“Ik heb haast”, zegt staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Tamara van Ark een paar keer tijdens haar optreden op de Praktijkdag van 14 maart in Bunnik. “Ik heb haast want nu gaat het goed. Werkgevers zitten te springen om arbeidskrachten en dat is dé kans om mensen die nu nog aan de kant staan aan een baan te helpen.”

De Praktijkdag gaat traditioneel van start met een sessie waarin de Programmaraad en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in up tempo de actualiteiten doornemen en vertellen welke activiteiten er vanuit beide organisaties op stapel staan. Dit keer is de staatssecretaris zelf gekomen, met als gevolg dat de aftrap nog drukker wordt bezocht dan normaal. “Ik ben blij dat jullie met zovelen hier zijn. Dat is een goed teken.”

Spreken met mensen op de wekvloer

Van Ark vertelt dat ze veel op pad gaat om te spreken met de mensen zelf en met de professionals op de werkvloer. Dat voedt haar en doet haar realiseren dat het mooi is dat ze met deze thematiek bezig kan zijn. In de verschillende regio’s ziet ze dat er met veel inzet gewerkt wordt in gemeenten, UWV en werkbedrijven. “Het valt me op – het ontroert me zelfs – om te zien wat er gebeurt als mensen echt met elkaar in contact komen. Zoals laatst in Rotterdam, waar een consulent vroeg aan iemand ‘Wat zou je wél willen doen als regulier werk nog een stap te ver is?’”

Egbert Lichtenberg , bestuurslid van de Programmaraad en van Cedris, staat ook op het podium. Hij beaamt dat de staatssecretaris veel in het land te vinden is. “Ik kom haar regelmatig tegen.” Net als Van Ark constateert hij dat de samenwerking landelijk en in de regio steeds soepeler loopt. “Mensen kijken steeds vaker over de muren van hun domein heen.”

Maar het kan nog beter, oordelen zowel Lichtenberg als Van Ark. Er is een enorme vraag aan personeel. Maar de mensen die makkelijk naar werk begeleid kunnen worden, zijn inmiddels aan de slag. Mensen die nu nog een uitkering hebben, hebben een veel grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Dat maakt dat het veel meer van de professionals en de samenwerking tussen de diverse geledingen vraagt om matches tot stand te brengen. Toch wil het ministerie nog een paar tandjes bijzetten. Dat doet het ministerie met drie programmalijnen: ‘Breed Offensief’; ‘Simpel Switchen in de Participatieketen’ en recent in ‘Perspectief op Werk’.

Rode draad in de drie programma’s is mensen die nu nog aan de kant staan, ook te laten participeren. Ieder programma kent wel zijn eigen accenten. Zo richt Simpel Switchen zich op een soepele overgang van mensen tussen regelingen, zodat zij worden gestimuleerd meer uit zichzelf te halen zonder de angst zekerheden te verliezen. Het Breed Offensief is bedoeld voor mensen met een beperking. Perspectief op Werk is een ‘doe agenda’ die een extra stimulans biedt om nu zoveel mogelijk mensen te begeleiden richting werk. 

Breed Offensief

Het Breed Offensief is bedoeld om mensen met een beperking die niet zelfstandig in staat zijn het minimumloon te verdienen, een steun in de rug te geven. Van Ark vindt het onaanvaardbaar dat de helft van deze mensen aan de kant staat. In een brief aan de Tweede Kamer kondigde ze een hele waslijst van maatregelen aan. Allemaal bedoeld om werkgevers en kandidaten sneller en beter bij elkaar te krijgen en om ervoor te zorgen dat banen ‘duurzaam’ worden, in de zin dat mensen die eenmaal geplaatst zijn, hun baan ook houden. 

“Ga daarmee aan de slag!”, zegt de staatssecretaris nog maar eens. “Het gaat nu goed met de economie. Mensen zijn nu bereid wat extra’s te doen om mensen met een beperking aan het werk te helpen. Ik wil in rap tempo concrete stappen zetten. Dan gaat het bijvoorbeeld om adequate inzet van het instrument ‘jobcoach’, het wegnemen van knelpunten bij de no risk-polis en de stroomlijning van de werkgeversdienstverlening.”

Verder wordt nadrukkelijk gekeken naar de loonkostensubsidie. Meer concreet naar standaardisatie van de loonwaardebepaling. Momenteel zijn er zes aanbieders, ieder met hun eigen methodiek. Dat zou anders kunnen. Verder gaan gemeenten samen met de werkgevers kijken hoe te komen tot een uniforme set beschikkingen en één uniform betaalmoment in alle regio’s. De Werkkamer wordt gevraagd mee te denken over een oplossing voor het feit dat de ene gemeente wel een forfaitaire loonkostensubsidie kent en de andere niet. Tot slot is het de bedoeling dat mensen die gaan werken of meer gaan werken, er ook meer aan over houden.

Lichtenberg is blij met de maatregelen. “Dankzij die maatregelen kunnen werkgevers en kandidaten elkaar makkelijker vinden, wordt het voor werkgevers eenvoudiger en gaat werk ook echt lonen. Aan ons de taak om helder te krijgen wat dit allemaal gaat betekenen voor het dagelijkse werk van de professionals.” Hij raadt de aanwezigen aan er tijd voor uit te trekken en de brief van 28 kantjes een keer goed door te nemen. “Dat loont zeker de moeite.”

“Wat verstaat u onder duurzaam”, vraagt iemand uit de zaal aan Van Ark: “Er is een groep mensen aan de basis van de arbeidsmarkt die veel van baan wisselt. Dit is juist de groep die behoefte heeft aan zekerheid. Concreet komt het er op neer dat ik in wet- en regelgeving heel alert ben op perverse prikkels die ertoe kunnen leiden dat werkgevers mensen na zes maanden weer ontslaan. Ook praktijkleren, ik kom er zo op terug, draagt bij aan duurzame inzetbaarheid”.

En de staatssecretaris laat er geen gras over groeien. Ze heeft de indruk dat de Tweede Kamer de voorstellen op hoofdlijnen ondersteunt en wil de benodigde wetswijzigingen in de tweede helft van 2019 indienen. Het wetsvoorstel over de maatwerkvoorziening jobcoach en vrijlating van extra verdiensten zou dan op 1 juli 2020 in werking kunnen treden. 

Simpel switchen

Het programma Simpel Switchen komt voort uit gesprekken met mensen die in verschillende regelingen zitten, zoals dagbesteding, Beschut Werk of de Wajong, vertelt Van Ark. Sommigen ontwikkelen zich en zouden kunnen doorgroeien bijvoorbeeld van dagbesteding naar beschut werk of van beschut werk naar banenafspraak. In de praktijk gebeurt dit weinig: mensen blijven hangen in hun regeling. Dat komt vooral door onzekerheid: mensen zijn bang dat ze niet terug kunnen vallen als het toch niet lukt, of hebben geen zicht op de financiële gevolgen van een stap. Simpel switchen moet zorgen voor meer vloeiende overgangen tussen de verschillende regelingen. Het kan niet zo zijn dat mensen door complexe berekeningsmethoden van bijvoorbeeld toeslagen er op achteruit gaan als ze gaan werken of een tijd zonder inkomsten zitten. Daarnaast komt er een ketenbenadering, waarbij mensen weer kunnen terugvallen op hun oude regeling. In de Wajong en bij beschut werk bijvoorbeeld gaat Van Ark zo’n terugvalmogelijkheid wettelijk regelen.

Van Ark ziet een belangrijke rol voor de Programmaraad bij de terugkoppeling van de opbrengsten van de ingezette maatregelen. Lichtenberg vertelt dat de Programmaraad ook een actieve rol heeft en momenteel werkt aan een handreiking met good practices op het gebied van de aansluiting van dagbesteding op beschut werk, waaraan zes gemeenten meedoen. Daarnaast is er een handreiking in ontwikkeling voor het duurzaam begeleiden naar werk en het behouden van werk die raakt aan thema’s wonen, zorg, onderwijs en werk.

Meer informatie over het project is te vinden in een brief aan de Tweede Kamer van 27 december. In die brief staan de punten genoemd waar kandidaten, werkgevers en professionals in de praktijk tegenaan lopen. Centrale boodschap is dat er zeker winst is te boeken als het gaat om de overgang tussen de verschillende regelingen. “Mensen moeten veilig kunnen overstappen en terug kunnen vallen”, vindt Van Ark. Naar aanleiding van een vraag uit de zaal benadrukt zij waarde te hechten aan de toegangscriteria voor beschut werk. “Want beschut werk moet wel gereserveerd blijven voor de mensen voor wie het echt bedoeld is. We wachten de evaluatie af.”

Perspectief op Werk

Perspectief op Werk is bedoeld om de matching in de regio’s een extra boost te geven, met de werkzoekenden voorop en de werkgevers in gedachten. Van Ark: “We willen de kansen die de huidige arbeidsmarkt biedt optimaal benutten door een betere publiek-private samenwerking op regionaal niveau. Daarvoor is voor 2019 35 miljoen euro beschikbaar, één miljoen per arbeidsmarktregio. En als het goed gaat, nog eens één miljoen in 2020.” De staatsecretaris benadrukt dat Perspectief op Werk niet in de plaats komt van de banenafspraak. “Het gaat om een extra impuls voor matching.”

Projecten komen in aanmerking voor financiering als ze in lijn zijn met de gezamenlijke intentieverklaring die door VNO-NCW, MKB Nederland, LTO Nederland, VNG, G4, G40, de MBO Raad, UWV, en de ministeries van OCW en SZW is uitgebracht. Om de arbeidsmarktregio’s te ondersteunen bij het opstellen en het uitvoeren van de plannen, is een landelijk ondersteuningsteam in het leven geroepen. Het moeten wel goede plannen zijn, zeker geen oude plannen in een nieuw jasje, zegt Van Ark er wel bij. 

Dat wil overigens niet zeggen dat de plannen in beton gegoten moeten zijn. Partijen in de arbeidsmarktregio moeten de plannen ook kunnen bijstellen als ze dreigen vast te lopen of als ze zien dat een andere aanpak beter werk. “We praten er wel over, maar we willen de initiatieven zeker niet dood-bureaucratiseren.” Uiteindelijk moet deze extra impuls ook leiden tot een betere infrastructuur voor de arbeidsmarkt-toeleiding.

“Private spelers zoals uitzendorganisaties kunnen daarbij een rol spelen”, zegt de staatssecretaris in reactie op een vraag uit de zaal. “Maar het is uiteindelijk aan de regio’s om te bepalen of en hoe private partijen erbij betrokken worden. Er mag veel. Benut die ruimte dan ook!” 

Er is een call for action uitgegaan naar alle wethouders van de 35 centrumgemeenten. Ze hebben tot 15 juli de tijd om projecten in te dienen. Op 25 maart vindt de eerste landelijke conferentie plaats, met als centrale vraag: hoe komen we tot betere samenwerking?

Praktijkleren

In november 2018 zijn er in een aantal arbeidsmarktregio’s pilots gestart betreffende praktijkleren met een praktijkverklaring voor mensen voor wie een startkwalificatie (nog) een brug te ver is. Dat geldt bijvoorbeeld voor ruim de helft van de mensen die momenteel in de bijstand zit. Door praktijkleren kunnen zij op de werkvloer competenties aanleren, uitmondend in een praktijkverklaring, en dat draagt bij aan duurzaam werk. 

De pilots zijn bedoeld om nieuwe praktijkleerroutes te maken in het mbo op maat op basis van de mogelijkheden van de kandidaat en het bedrijf. Het zijn aanvullingen op twee andere vormen van praktijkleren, BBL en het ‘mbo-certificaat’, dat vast onderdeel vormt van een mbo-opleiding. De praktijkleerroute met een praktijkverklaring in het mbo kan een belangrijke opstap zijn naar werk en legt de basis voor verder doorleren in het mbo. Voor werkgevers is het een mooi instrument om (potentiële ) werknemers die nog geen BBL-diploma of mbo-certificaat kunnen halen breder en inzetbaar te maken in het bedrijf.

Er lopen twaalf pilots onder regie van en met ondersteuning van SBB. “Dat kunnen er meer zijn”, aldus Van Ark. Ze zou graag zien dat partners in de regio elkaar weten te vinden en duurzame regelingen optuigen.

BBZ

Tot slot ligt er nog een herijking van het Besluit Bijstand Zelfstandigen (BBZ) in het verschiet. De bedoeling is de regeling die dateert uit 2004 te vereenvoudigen en te verbeteren. De wijzigingen treden naar verwachting in 2020 in werking.

Wat kunnen we de komende tijd verwachten aan ondersteuning vanuit de Programmaraad?, vraagt de dagvoorzitter aan Lichtenberg. “In ieder geval blijven we informeren via de website Samenvoordeklant.nl. En natuurlijk gaan we door met het organiseren van de Praktijkdagen. Daar bovenop komen we met een aantal handreikingen.”
 

Vond u deze pagina interessant?

To prevent automated spam submissions leave this field empty.