In gesprek met de Programmaraad en SZW: Met een breed offensief nog meer mensen aan de slag

05 december 2018

Precies een uur hebben Yvonne Wijnands, Jos Oosterom en Mark Timmer van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de deelnemers aan de Praktijkdag in het Utrechtse Muntgebouw bij te praten over de nieuwe voornemers van staatssecretaris Van Ark. Minder eigenlijk, want ook Jan-Jaap de Haan van de stuurgroep van de Programmaraad wil de actualiteiten nog even doornemen. Er is weinig tijd en veel te vertellen.

Vier programmalijnen van de Programmaraad

Jan-Jaap de Haan is lid van de Stuurgroep van de Programmaraad. Hij doet verslag van het project om te komen tot een nieuw actieprogramma voor de komende drie jaar. “Als Programmaraad hebben we ons de afgelopen tijd bezonnen. Waar zijn we van? Waarom doen we het? Duidelijk is dat we de maatschappelijke opgave hebben te werken aan een inclusieve arbeidsmarkt”, aldus De Haan. Daaraan geeft de Programmaraad handen en voeten door 35 arbeidsmarktregio’s te ondersteunen bij het vormgeven van hun werkgevers- en werknemersdienstverlening. Door webinars, door nieuwsbrieven en natuurlijk door het organiseren van Praktijkdagen, aldus De Haan.

Hoe de Programmaraad dat de komende drie jaren precies wil doen, is vastgesteld in verschillende sessies in verschillende samenstellingen. Dat heeft geresulteerd in het uitzetten van vier programmalijnen:

  • Herkenbare, vindbare en kwalitatief goede werkgeversdienstverlening.
  • Werkzoekenden kennen en beschikbaar krijgen, arbeidsfit maken en houden.
  • Breed vakmanschap en de kunst van het samen organiseren, waarbij ook verbindingen worden gekegd met domeinen als ggz, onderwijs en sociaal ondernemen.
  • Verminderen van regeldruk door onder meer uniformeren en standaardiseren. Iets dat volgens De Haan goed aansluit op het streven van het ministerie van SZW.

Programmaraad gaat over het hoe

Voorop staat dat de Programmaraad de komende periode graag wil helpen bij het versterken van de regio’s”, benadrukt De Haan. “Maar let wel: de Programmaraad is geen lobby-instrument en er vindt geen besluitvorming plaats. Daarvoor zijn het Bestuurlijk Overleg of de Werkkamer de aangewezen platforms. Ligt er eenmaal een besluit, dan gaan wij over het hoe. We werken binnen bestaande kaders, maar hebben een zelfstandige rol om de uitvoerbaarheid van SZW-programma’s te bevorderen. Een voorbeeld hiervan is de recente bijeenkomst in Utrecht van de wethouders van de centrumgemeenten.”

Zeker is in ieder geval dat de Programmaraad in 2019 drie Praktijkdagen organiseert: op 14 maart, 27 juni en 7 november. Verder vertelt De Haan wat de Programmaraad onder andere zal doen in 2019: “Binnen de regio’s organiseren we intervisie. Verder zorgen we ook bovenregionale bijeenkomsten en een analyse van de praktijkvoorbeelden, die we uiteraard publiceren op de website.”

SZW over breed offensief

“In november 2017 stond ik op de Praktijkdag kort na het aantreden van het nieuwe kabinet om aan te kondigen dat de loonkostensubsidie in de Participatiewet zou worden ingeruild voor loondispensatie”, vertelt Yvonne Wijnands, hoofd Specifieke Participatievoorzieningen van SZW. “Nu - een jaar later - sta ik hier om te vertellen over het ‘breed offensief’ dat staatssecretaris Van Ark heeft aangekondigd om meer mensen met afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen. Zo zie je maar hoe zaken kunnen veranderen.” 

Klik hier voor de presentatie van de sessie In gesprek met de Programmaraad en SZW. Een beknopt overzicht van het breed offensief vindt u hier.

28 kantjes

Op 20 november heeft staatssecretaris Van Ark van SZW een brief van maar liefst 28 kantjes naar de Tweede en de Eerste Kamer gestuurd over haar plannen voor een ‘breed offensief’.

Op zich gaat het best goed, schrijft de staatssecretaris. Er komen steeds meer extra banen bij voor mensen met een arbeidsbeperking, er gaan meer mensen aan het werk en beschikbare instrumenten als job coaching, loonkostensubsidies en beschut werk worden steeds vaker ingezet. Maar het moet nog beter, aldus Van Ark. Op basis van onderzoek en signalen uit de praktijk stelt ze daarom een serie maatregelen voor om belemmeringen weg te nemen en nog meer (duurzame) matches tot stand te brengen. 

De voorstellen zijn uitgewerkt op basis van vier ijkpunten:

  1. Het moet voor werkgevers en werkzoekenden eenvoudiger worden.
  2. (Meer) werken moet aantrekkelijker worden voor mensen met beperkingen.
  3. Werkgevers en werkzoekenden moeten elkaar beter weten te vinden.
  4. Meer duurzame banen. Zeker aan de onderkant van de arbeidsmarkt is er teveel flexwerk en dat moet anders.

Uniformeren van technische zaken

“De staatssecretaris heeft besloten de loonkostensubsidie in de Participatiewet te houden en niet – zoals vorig jaar nog het plan was – te vervangen door loondispensatie. Daar zaten teveel haken en ogen aan”, licht Wijnands toe. “Voor werkgevers blijft het echter lastig dat er zoveel verschillen zijn tussen gemeenten als het gaat om de uitvoering van de loonkostensubsidie.” 

Met gemeenten en andere stakeholders is uitgebreid over dit probleem gesproken en dat heeft geleid tot verbetervoorstellen die redelijk breed gedragen worden, aldus Wijnands. Het gaat dan om het gelijktrekken van technische zaken zoals het moment van uitbetaling en één methodiek voor de vaststelling van de loonwaarde. Wie die methodiek dan uitvoert, blijft vrij.

Werkgevers melden verder dat zij aanlopen tegen de verschillen in de forfaitaire loonkostensubsidie per gemeente. Ook een no risk-polis is voor werkgevers heel belangrijk. Deze kwesties zijn bij de Werkkamer neergelegd. Deze zaken moeten op 1 april zijn uitgewerkt. 

Loonkostensubsidie ook voor nuggers

Het ministerie signaleert dat gemeenten loonkostensubsidie te weinig inzetten voor niet-uitkeringsgerechtigden (‘nuggers’) en mensen met lage loonwaarde. De staatssecretaris vindt dat dat moet veranderen. Het instrument moet breed worden ingezet. 

Verder blijken er veel verschillen te zijn tussen gemeenten als het gaat om het inzetten van een jobcoach. Wijnands: “We willen meer harmonisering en toepassing naar behoefte. We kijken daarom of we van jobcoaching een maatwerkvoorziening kunnen maken, zoals de Wmo. Dat versterkt de zorgplicht van de gemeenten en de eigen regie van mensen die onder de reikwijdte van de Participatiewet vallen.”

In één keer ziekmelden bij UWV en gemeente

Nog een puntje dat door werkgevers is gesignaleerd: valt een werknemer met loonkostensubsidie uit, dan moet hij worden ziekgemeld bij UWV én de gemeenten. Kan dat niet in één keer?, is de vraag. 

Iets anders. De laagste loonschalen in de cao’s zijn vaak hoger dan het wettelijk minimumloon. Maar loonkostensubsidie is gebaseerd op het niveau van dat wettelijk minimumloon. De werkgever blijft daardoor met een ‘gat’ zitten. In de brief meldt Van Ark dat sociale partners en het ministerie cao-partijen gaan oproepen om – voor zover ze die in hun sector nog niet hebben - lage loonschalen te realiseren om zo de kansen op werk voor mensen uit doelgroep loonkostensubsidie te vergroten. 

Verder vindt de staatssecretaris dat werken en meer werken moet lonen, vervolgt Wijnands. “We werken daarom aan een systematiek waarbij mensen die met loonkostensubsidie aan de slag gaan, netto meer overhouden. Dat moet overigens wel tijdelijk zijn, om te voorkomen dat de prikkels om volledig aan de slag te gaan, wegvallen.”

Simpel Switchen

Het project Simpel Switchen moet ertoe bijdragen dat meer mensen de stap naar betaald werk durven te maken. En het moet aantrekkelijker worden om vanuit de Wajong te gaan werken. Daarvoor zijn er een aantal wijzigingen voorgesteld in de Wajong. Deze wijzigingen zijn op 20 november aangeboden voor internetconsultatie.

“Onzekerheid is een grote belemmering”, zegt iemand vanuit de zaal. “Als je vanuit een uitkering aan het werk gaat, loop je het risico dat er een naheffing komt van de fiscus. Dat leidt vaak tot angst bij mensen.”

Wijnands herkent dat wel. “Toeslagen zijn er om een goede reden, maar leiden soms tot lastige situaties. Met een aantal ministeries zijn we nu aan het kijken naar de toeslagen-systematiek. Maar het is de vraag of we dit helemaal kunnen oplossen.”

Uit een recent rapport van de Inspectie van SZW blijkt dat de jongeren uit de VSO-Pro-opleidingen veel beter in beeld zijn. Er is een grote slag geslagen en er komen veel meer schoolverlaters aan de slag. Alleen de duurzaamheid van die banen moet wel beter. “Gemeenten kunnen werkgevers helpen bij het in dienst houden van mensen”, zegt Wijnands. “Bijvoorbeeld door de mensen heel goed te volgen, zoals de gemeente Woerden doet.”

Vereenvoudiging Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten

Het is de beurt aan Jos Oosterom, beleidsmedewerker bij het ministerie SZW, om iets te vertellen over de plannen van de staatssecretaris om de Wet banenafspraak te vereenvoudigen. Uit gesprekken met betrokken partijen is namelijk gebleken dat de huidige regelgeving complex is en leidt tot veel administratieve lasten. “De focus dreigde hierdoor meer te komen liggen op waar banen meetellen, dan op het realiseren van extra banen”, aldus Oosterom.

Door het systeem te vereenvoudigen is de inleenadministratie niet meer nodig (dit scheelt werkgevers veel administratie), is het mogelijk om inkoop mee te tellen bij de inkopende werkgever en worden werkgevers beloond die meer banen realiseren dan het afgesproken aantal. 

Een van de onderdelen van de vereenvoudiging is het afschaffen van het onderscheid tussen overheid en markt. Dit is in lijn met de aangenomen motie in de Tweede Kamer over dit onderwerp. Door het afschaffen van het onderscheid doet het er niet meer toe waar banen meetellen, maar komt de focus te liggen op dát de banen er komen.

Vereenvoudiging Quotumregeling

Een belangrijk onderdeel van de vereenvoudiging is een nieuwe vormgeving van de quotumregeling als een bonus-malusregeling. “Natuurlijk blijft het zo dat de quotumregeling alleen aan de orde is als werkgevers onvoldoende extra banen realiseren en de quotumregeling geactiveerd wordt.” Oosterom kondigt aan dat de komende tijd wordt gesproken met betrokken partijen over de vormgeving van het nieuwe systeem.

Iemand uit het Rijk van Nijmegen vertelt dat zij een ontwikkeling zien waarbij werkgevers alleen nog maar mensen willen uit het doelgroepregister. Andere groepen dreigen daardoor uit de boot te vallen. “Is het mogelijk dat mensen die met een ‘nieuw beschut indicatie’ werken bij reguliere werkgevers, kunnen meetellen voor de banenafspraak?”

Oosterom heeft het signaal vaker gehoord. Het is ook naar voren gekomen in de gesprekken rondom het breed offensief. “Het staat op de radar, maar we moeten de consequenties eerst goed in kaart brengen.”

Loonkostenvoordeel in complexe gevallen

Een opmerking uit de zaal: “Voor mensen met een beperking kunnen werkgevers een loonkostenvoordeel krijgen. Maar die moet binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking worden aangevraagd, en dat is in complexe gevallen gewoon te snel, bijvoorbeeld als de loonwaarde pas na drie maanden wordt vastgesteld.”

“De regeling is in 2018 ingevoerd, maar deze wordt op punten nog verbeterd”, antwoordt Wijnands. “Zo wordt een voorwaarde die tot veel afwijzingen van het loonkostenvoordeel leidde, per 1 januari 2019 aangepast. Het gaat om de voorwaarde dat de werknemer in de kalendermaand voorafgaand aan de dienstbetrekking moet zijn opgenomen in het doelgroepregister banenafspraak. In combinatie met de Praktijkroute leidde dit tot het onwenselijke effect dat het recht op het loonkostenvoordeel werd afgewezen. UWV zal daarom op verzoek van SZW een herstelactie uitvoeren voor aanvragen van het loonkostenvoordeel banenafspraak die in 2018 op deze grond zijn afgewezen. Uitgangspunt bij de herstelactie en toekomstige aanvragen is dat de werknemer al bij aanvang van de dienstbetrekking moet zijn opgenomen in het doelgroepregister banenafspraak. [Zie deze website voor meer informatie]

Binnen drie maanden

Nog even over het punt van de drie maanden. Werkgevers kunnen alleen aanspraak maken op het loonkostenvoordeel banenafspraak als ze iemand in dienst nemen die bij de indiensttreding is opgenomen in het doelgroepregister banenafspraak en de werknemer binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking een doelgroepverklaring aanvraagt. Wijnands: “Als werknemers nog niet in het doelgroepregister zijn opgenomen, heeft het daarom de voorkeur om de loonwaardemeting tijdens de proefplaatsing te laten plaatsvinden, dus vóór de arbeidsovereenkomst is gesloten. Op deze manier kan al vóór de arbeidsovereenkomst worden vastgesteld dat de potentiële werknemer tot de doelgroep banenafspraak behoort. De werkgever heeft hierdoor bij de start van het dienstverband duidelijkheid over het recht op het loonkostenvoordeel en op bijvoorbeeld de no-riskpolis.”[Meer informatie over het loonkostenvoordeel is te vinden in het kennisdocument WTL

Perspectief op Werk

Mark Timmer, plaatsvervangend afdelingshoofd en coördinerend beleidsmedewerker van de directie Participatie & Decentrale Voorzieningen van het ministerie, praat de aanwezigen vervolgens bij over Perspectief op Werk en Matchen op Werk. 

Perspectief op Werk is een extra impuls om meer mensen aan het werk te helpen en te houden. Waar andere activiteiten vanuit het breed offensief zich richten op de doelgroep met een arbeidsbeperking, richt dit traject zich op de brede doelgroep, legt Timmer uit. De intentieverklaring en de afspraken over de inzet van de twee keer 35 miljoen - voor 2019 en 2020 – zijn als bijlage bij de brief gevoegd. “Het gaat dus om twee keer 1 miljoen euro per arbeidsmarktregio”, rekent hij voor.

Gezamenlijk regionaal actieplan

Arbeidsmarktregio’s maken hiervoor een gezamenlijk regionaal actieplan, waarbij het voortouw ligt bij de centrumgemeente en een vertegenwoordiger van werkgeverszijde. Zij stemmen ook af met betrokken partijen in de regio. Dat hoeft volgens Timmer geen vuistdik plan te zijn. “Maar er moet wel duidelijk in staan wat de doelen en de aanpak zijn, in lijn met de bestuurlijke afspraken.” 

Naast een stuurgroep komen er landelijke bijeenkomsten voor uitwisseling van kennis en ervaringen, vertelt Timmer. De stuurgroep komt nog in december bij elkaar zodat verder uitvoering gegeven kan worden aan dit traject inclusief de communicatie richting de regio’s voor de actieplannen. De focus van Perspectief op Werk zal liggen op een korte termijn doe-agenda voor de huidige kansen die de krappe arbeidsmarkt biedt.

Matchen op Werk 

Matchen op Werk richt zich op structurele verbetering van de samenwerking en de werkgeversdienstverlening van UWV en gemeenten in de 35 arbeidsmarktregio’s en voor landelijke werkgevers. In de breed offensief-brief schrijft de staatssecretaris dat ze de SUWI-regelgeving op dit vlak wil verhelderen en actualiseren. SZW gaat hierover in gesprek met UWV en VNG om voor de zomer van 2019 te komen tot invulling van de afspraken. Dit wordt vervolgens verwerkt in de SUWI-regelgeving. Hiermee richt dit traject zich op de wat langere termijn. Daarnaast lopen sommige activiteiten van Matchen op Werk die in 2018 zijn gestart, door in 2019. Timmer noemt er twee: ‘Intervisie en kennisdeling’ en ‘Verbetering uitwisseling matchingsgegevens’. 

Voor de activiteit Intervisie en kennisdeling gaat SZW in zee met het bureau Lysias. Intervisie en kennisdeling is voortgekomen uit eerdere regionale ondersteuningsvragen van de regio’s aan SZW. Timmer: “Lysias stuurt in december een digitale vragenlijst naar de arbeidsmarktregio’s om op basis daarvan gesprekken te voeren en een leeragenda voor 2019 op te stellen. Dit gebeurt in afstemming met en in aansluiting op bestaande intervisieactiviteiten vanuit de Programmaraad”.

Betere uitwisseling matchingsgegevens

Voor de verbetering van de uitwisseling van de matchingsgegevens is in samenspraak met UWV en VNG door SZW een opdracht verstrekt aan KPMG. Timmer: “Partijen moeten op het juiste moment kunnen beschikken over de juiste gegevens. Standaardisatie en eenheid van taal zijn basisvoorwaarden voor goede matching op werk. Er gaat nu veel tijd en energie verloren met dit aspect van matching en dat kan beter” 

Het traject is bedoeld om meer inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden voor verbeterde gegevensuitwisseling ten behoeve van matching op werk. Timmer: “Het traject moet resulteren in een standaard gegevensset voor matching op werk en een scenario voor een uniforme voorziening voor digitale uitwisseling van deze gegevens. Op basis daarvan volgt verdere uitwerking en implementatie.”

Ook nog relevant

De tijd zit er bijna op. In up tempo neemt Wijnands vervolgens nog enkele punten uit het breed offensief door. “Het is wel heel veel tegelijk”, erkent ze, maar niettemin doet ze toch een poging. Het de bedoeling dat de benodigde wetsvoorstellen voor de beoogde wijzigingen in de Wajong, de Participatiewet en de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten in de loop van 2019 naar de Tweede Kamer gaan, meldt ze. In 2020-2021 zullen ze naar verwachting worden ingevoerd.

Wijnands zegt dat het ministerie gaat kijken naar de enorme verschillen in de realisatie van plekken Beschut Werk. “De ene gemeente blijft ruim onder het aantal uit de ministeriele regeling, de andere zit er ruim boven. Klopt de verdeelsleutel dan wel? Of zit het hem in een andere aanpak? Dat moet de komende tijd duidelijk worden. Samen met de Programmaraad willen we gemeenten ondersteunen bij het uitwisselen van ervaringen, zodat ze van elkaar kunnen leren.”

Verder benoemt Wijnands dat een derde van de mensen in de bijstand alleen maar basisonderwijs heef gevolgd. “We willen pilots doen met praktijkleren voor mensen zonder startkwalificatie in de bijstand of met een UWV-uitkering. Dit gaan we doen met SBB, gemeenten en UWV. We gaan kijken of we met een systematiek vergelijkbaar met die Boris, mensen in de praktijk toch een praktijkverklaring kunnen halen.”

Vond u deze pagina interessant?

To prevent automated spam submissions leave this field empty.