In gesprek met de Programmaraad en SZW op de Praktijkdag

21 maart 2018

Het werk aan de transparantie van het werkzoekendenbestand – zodat werkzoekenden beter gevonden en gematchd kunnen worden – gaat onverminderd verder, meldt Tanja Willemsen, projectleider Werkgeversdienstverlening van de Programmaraad op de Praktijkdag op 8 maart 2018. Dit gebeurt onder meer via de Kandidaatverkenner

Op het terrein van de Werkzoekendendienstverlening spelen een aantal zaken. Zo loopt er een project samen met het ministerie van Sociale Zaken voor een ‘buddy’ voor beschut werk. Ook krijgt de samenwerking tussen GGZ en Werk & Inkomen steeds meer vorm. Zo is er inmiddels een nieuwsbrief Samenwerking GGZ en W&I, wordt er intervisie georganiseerd voor projectleiders en is er een overzicht gemaakt van handreikingen gegevensuitwisseling. Op 24 mei vindt een groot Kennis & Participatiefestival plaats. Gegevensuitwisseling bij tranparantie van kandidaten speelt ook een rol.

Overzicht werkgeversservicepunten geactualiseerd

Op het gebied van de werkgeversdienstverlening zijn vooral de ontwikkelingen rond het Schakelpunt Landelijke Werkgevers interessant, aldus Willemsen. Samen met zes landelijk werkende werkgevers wordt nu in hoog tempo expertise ontwikkeld. Verder is het overzicht Werkgeversservicepunten geactualiseerd en is er een Werkgeversgerichtheidscan beschikbaar gekomen op de website samenvoordeklant.nl.

Loondispensatie

“Inmiddels kan ik wat meer vertellen over de loondispensatie”, zegt Yvonne Wijnands aan het begin van een sessie in de Schouwburgzaal in de Reehorst in Ede, bedoeld om de aanwezigen bij te praten over de laatste ontwikkelingen en actualiteiten uit Den Haag. Wijnands, hoofd Specifieke Participatievoorzieningen bij het ministerie van SZW, sprak ook tijdens de laatste Praktijkdag in november. Dat was kort na het aantreden van het nieuwe Kabinet en toen was er nog veel onduidelijk over het vervangen van de loonkostensubsidie voor mensen die onder de Participatiewet vallen door loondispensatie. Een plan dat voor veel consternatie zorgde, in de Tweede Kamer, maar ook bij de mensen zelf en in het sociaal domein.

“Achterliggende motivatie van het voorstel is de verwachting dat met loondispensatie meer mensen aan het werk gaan”, benadrukt Wijnands nu. “Uitgangspunten zijn meer eenduidigheid en vereenvoudiging voor werkgevers, werken moet lonen en het inzetten van de vrijgevallen middelen voor meer activering en ondersteuning richting - beschut - werk.”

‘Dispensatie’ om minder dan het minimumloon te betalen

Loondispensatie en loonkostensubsidie beogen hetzelfde, namelijk het compenseren van de werkgever voor de lagere loonwaarde. Bij loonkostensubsidie krijgt de werkgever een vergoeding voor de lagere loonwaarde zodat deze de werknemer een salaris kan betalen van ten minste het minimumloon. Bij loondispensatie krijgt de werkgever ‘dispensatie’ – zeg maar toestemming – om zijn werknemer minder loon te betalen dan het wettelijk minimumloon, de werknemer krijgt salaris conform zijn loonwaarde. Als mensen met een Participatiewet-uitkering met loondispensatie gaan werken, krijgen zij een aanvullende uitkering. UWV werkt al langer met het instrument ‘loondispensatie’, gemeenten zetten ‘loonkostensubsidie’ in.
 

Wijnands vertelt dat het ministerie veel brieven heeft gehad over het aanvullen tot uitkeringsniveau of tot het niveau van het minimumloon. “De Kamerbrief van 14 december is daar heel duidelijk over: werken moet lonen, dus mensen moeten hoger uitkomen dan het sociaal minimum. Dat moeten we nog uitwerken. In de hoofdlijnennotitie die eind maart naar de Kamer wordt gestuurd staat meer informatie.”

Voor werkgevers is het verwarrend dat er twee regelingen naast elkaar bestaan die uiteindelijk hetzelfde beogen, legt Wijnands uit. In het regeerakkoord is ervoor gekozen dat gemeenten ook met dispensatie gaan werken, overigens alleen voor nieuwe gevallen. “Dat betekent dan wel dat we voorlopig nog met verschillende regimes voor verschillende werknemers zitten”, constateert een aanwezige werkgever.

Veel vragen uit de zaal

En wordt het percentage dan berekend over het functieloon of over het wettelijk minimumloon?, vraagt iemand uit de zaal zich af. “Dat moeten we nog uitwerken. Want het wetsvoorstel is nog niet klaar”, aldus Wijnands. Ze geeft aan dat vragen van de mensen uit de zaal heel belangrijk zijn, juist omdat het wetsvoorstel nog moet worden uitgewerkt.

Geldt loondispensatie ook voor mensen die beschut gaan werken? Wijnands zegt dat dit inderdaad het voornemen is.

“Hoe zit dan met de nuggers?”, vraagt een ander. “Die ontvangen geen uitkering dus hoe kun je dat dan aanvullen tot ‘uitkeringsniveau’?” Wijnands licht toe dat de aanvullingsregeling geldt voor mensen die met een Participatiewet-uitkering gaan werken, dus niet voor niet-uitkeringsgerechtigden.

Inkomen uit meerdere bronnen

"Mensen krijgen in de nieuwe situatie inkomen uit meerdere bronnen. Dat zorgt voor verwarring en misschien tot schulden”, stelt iemand van de cliëntenverenigingen. Iemand anders vult hem aan door erop te wijzen dat het voor mensen heel veel betekent om onafhankelijk te zijn van de gemeente en je eigen geld te verdienen. “Dat heeft een enorme impact.” Wijnands kent deze signalen en meldt dat het voor de staatssecretaris zeker punten van aandacht zijn.

“Bouwen mensen die met loondispensatie aan de slag gaan alleen pensioen op over het deel ‘loon’ en niet over het deel ‘uitkering’?”

“Dat klopt.”

Wijnands vertelt dat er gewerkt wordt aan een regeling zodat werken daadwerkelijk loont, en het inkomen dus boven het sociaal minimum uitkomt. “Overigens is het nu zo, dat iemand die twintig uur werkt met loonkostensubsidie aanvulling krijgt uit de bijstand, dus niet boven het sociaal minimum uitkomt.”

Meer geld voor beschut werk

Evenals in de Tweede Kamer komt ook in de Reehorst de vraag naar boven waarin de besparing dan zit, als er op het oog geen verslechteringen zijn. Die zit hem voor de helft bij de werkgevers, legt Wijnands uit. Bij Loonkostensubsidie kregen zij ook nog eens 23,5 procent vergoeding voor de betaling van werkgeverslasten (pensioenen en dergelijke). De andere helft van de besparing zit bij de nuggers.

Maar het is geen bezuiniging, benadrukt Wijnands nog maar weer eens. Al het geld dat wordt bespaard gaat terug naar de gemeenten, zodat zij meer mensen kunnen activeren en ondersteunen richting (beschut) werk. Naar verwachting gaat het in 2050 om 500 miljoen euro, waarvan 20.000 beschut werkplekken gecreëerd kunnen worden. “Het is echter geen taakstelling. De behoefte is leidend. Als er geld is voor honderd plekken beschut werk, maar er zijn maar vijftig mensen voor wie een plek gezocht moet worden, kan het restant op andere manieren worden ingezet voor werk.”

Eind maart gaat er een hoofdlijnennotitie naar de Tweede Kamer. Naar verwachting komt er dan in de zomer een wetsvoorstel. Streven is dat de nieuwe wet dan in juli 2019 in werking treedt.

Ontwikkelingen rond de Banenafspraak

Eigenlijk is er sinds november niet zoveel nieuws te melden over de Banenafspraak, vertelt Ine Neefjes, beleidsmedewerker bij het ministerie van SZW, die het stokje van Wijnands overneemt. De markt doet het goed als het gaat om het scheppen van arbeidsplaatsen voor mensen met een arbeidshandicap, maar de overheidswerkgevers blijven achter. De publieke sector had 6.500 banen moeten realiseren, maar is blijven steken op 3.597.

In september 2017 was al bekend dat daarom de quotumregeling voor overheidswerkgevers geactiveerd gaat worden. Dat betekent dat er per werkgever wordt gekeken of het quotumpercentage van 1,93 procent banen voor arbeidsgehandicapten wel wordt gehaald. Is dat niet zo, dan volgt er een heffing.

De heffing wordt één jaar uitgesteld, dat betekent dat als werkgevers te weinig werkplekken realiseren in 2018, ze geen heffing opgelegd krijgen. Dat gebeurt pas voor het eerst over de resultaten over 2019. In 2020 weten we of individuele werkgevers in 2019 te weinig banen hebben gerealiseerd en krijgen de werkgevers met een quotumtekort te maken met de quotumheffing. “Ondertussen blijven we ook tellen hoeveel werkplekken alle werkgevers tezamen voor de banenafspraak hebben gerealiseerd, ook bij de sector overheid. Haalt de overheidssector als geheel de doelstelling van de Banenafspraak weer, dan stopt de quotumregeling en geldt de Banenafspraak weer. Dan wordt er niet langer per individuele werkgever gekeken, maar naar de overheidssector als geheel”, legt Neefjes uit.

De wetswijziging is nu in voorbereiding en gaat vermoedelijk in april of mei naar de Tweede Kamer.

Aanvullende maatregelen

Belangrijk voor de Banenafspraak en een extra stimulans is dat de zogenaamde ‘t+2-maatregel’ is afgeschaft. Nu is het nog zo dat iemand uit de doelgroep die aan het werk is, maar na verloop van tijd niet meer aan de doelgroepcriteria voldoet, nog twee jaar opgenomen blijft in het Doelgroepregister en zijn baan in die periode meetelt voor de Banenafspraak, maar daarna niet meer. Dat wordt als ongewenst ervaren, aldus Neefjes. “Vanaf 2018 blijven de banen daarom meetellen, ook als iemand niet meer aan de doelgroepcriteria voldoet. Ook de voordelen voor werkgevers – zoals de no-riskpolis – blijven gewoon doorlopen.”

De ’t+2-regel’ is opgeschort per 1 januari 2018; vanaf die datum blijven alle banen meetellen. In 2018 komt de definitieve regeling voor de afschaffing van deze regel.

“Maar kunnen mensen dan nog wel uit het Doelgroepregister komen?”, vraagt iemand uit de zaal zich af.

“Een goed signaal”, reageert Neefjes. “De afschaffing van de ‘t+2-regel’ is bedoeld om kansen te creëren, de werkgevers meer zekerheid te geven en het idee van ‘gestraft worden als je het goed doet’ weg te nemen. Maar natuurlijk moet dit wel in balans blijven en kan het niet zo zijn dat mensen hun hele leven lang tegen hun zin in het Doelgroepregister moeten blijven staan. Maar het is nog een puzzel om uit te zoeken hoe we met beide belangen rekening kunnen houden.”

Onderzoeken naar achterblijven overheid

Neefjes vertelt tot slot dat de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Binnenlandse Zaken verschillende onderzoeken zijn gestart om uit te zoeken waar de knelpunten en mogelijkheden liggen bij de overheid om haar doelstellingen te halen. Welke goede ervaringen, ook uit de marktsector en welke randvoorwaarden zijn er.

Actualiteiten

Ter afsluiting neemt Wijnands vervolgens nog enkele actualiteiten door. Zo is dinsdag 6 maart de Initiatiefwet van kamerlid Karabulut (SP) voor de invoering van een Verdringingstoets behandeld in de Eerste Kamer. De senatoren hebben de Initiatiefwet echter aangehouden, wat betekent dat er voorlopig niet over wordt gestemd. Zij willen eerst zien wat aanvullend onderzoek naar het verdringen van banen door onbetaald werk oplevert. Grote delen van de Eerste Kamer waren kritisch op het wetsvoorstel, onder andere vanwege de ingreep in de decentralisatie, en het feit dat de toepassing van effectieve re-integratie instrumenten wordt belemmerd. Het vorige kabinet heeft het wetsvoorstel dan ook ontraden. “Maar het blijft van belang dat we er alles aan doen om verdringing te voorkomen”, benadrukt Wijnands. “Divosa is ook bezig met een Werkwijzer voor het voorkomen van verdringing.”

Vervolgens benoemt Wijnands het Interbestuurlijk Programma waarin het Rijk, gemeenten en waterschappen hun doelen ‘oplijnen’. Een hoofdstuk van dit Programma gaat over het sociaal domein, met in totaal twaalf punten, zoals inburgering, laaggeletterdheid, meer mensen aan het werk. Er komt de komende jaren veel extra geld beschikbaar voor gemeenten via het accres. Wijnands wijst de zaal erop hier alert op te zijn, zodat de middelen ook terechtkomen bij prioritaire thema’s in het sociaal domein.

Korte weetjes

Wijnands eindigt haar verhaal met een aantal korte ‘weetjes’. Zo is het Kennisdocument Beschut Werk geactualiseerd. Half maart is deze beschikbaar op alle relevante websites.

Oplopend tot 2022 verwacht men grote personeelstekorten in de zorg. Waarschijnlijk komt de sector dan 190.000 mensen tekort. De 28 zorgregio’s maken op dit moment plannen om de tekorten op te lossen. Dit biedt ook kansen voor instroom van mensen met een uitkering en statushouders. Het idee is om een deel van de vacatures in de zorginstellingen te vervullen door functies aan te passen middels job carving. Dit biedt ook kansen voor leerlingen van het vso/Pro-onderwijs. Er komen er ook extra middelen beschikbaar voor bijvoorbeeld stages in het kader van het programma ‘Sectorplan plus’, vertelt Wijnands. Zij wijst gemeenten en UWV erop goed de verbinding te leggen met de 28 plannen (Regionaal Actieplannen Aanpak Tekorten).

Tot slot wil Wijnands nog eens benadrukken hoe belangrijk transparantie is. “Om goed te kunnen meedenken en goed te kunnen inspelen op nieuwe mogelijkheden blijft het heel belangrijk uw bestand te kennen!”

 

Vond u deze pagina interessant?