In gesprek met de Programmaraad en SZW op de Praktijkdag

13 juni 2018

De filmzaal van theatercomplex Gooiland in Hilversum zat vol tijdens de sessie ‘In gesprek met de Programmaraad en SZW’. De 125 aanwezigen werden in een uur bijgepraat door Tof Thissen en Yvonne Wijnands. Een rondje langs onderwerpen als investeren in vakmanschap, wat niet mag bij loonkostensubsidie en discussiepunten bij loondispensatie.

1. ONDERSTEUNING DOOR PROGRAMMARAAD 

“De arbeidsmarktregio’s maken elke dag de match tussen vraag en aanbod van mensen met een kwetsbare positie. De partijen in de Programmaraad zorgen er gezamenlijk voor dat zij dit goed kunnen doen.” Daarmee begint Tof Thissen, algemeen directeur van UWV WERKbedrijf en bestuurslid van de Programmaraad, zijn verhaal.

Thissen vertelt dat het bestuur van de Programmaraad onlangs om tafel zat om te praten over de prioriteiten voor de komende tijd bij de ondersteuning van de 35 arbeidsmarkregio’s. Dat heeft geleid tot verschillende punten om de regio’s te ondersteunen zoals: 
•    opstellen van een gemeenschappelijke werkagenda;
•    investeren in het vakmanschap van professionals;
•    pleiten richting politiek voor vereenvoudiging van wet- en regelgeving;
•    de slag maken van efficiency naar effectiviteit;
•    breder uitrollen van bewezen interventies;
•    bevorderen van herkenbaarheid in de regio.

Drie stellingen

Vervolgens wil Tof Thissen graag de mening van de aanwezigen weten. Hij legt hen drie stellingen voor, die zij met de mobiele telefoon kunnen beantwoorden. Eerst kunnen de deelnemers met een woord aangeven wat ze het belangrijkst vinden in de werkgeversdienstverlening. De populairste antwoorden zijn ‘doen’ en ‘samenwerken’ (en varianten daarop), terwijl ook ‘inclusiviteit’, ‘verbinden’ en vertrouwen’ regelmatig worden genoemd. 


 

Vervolgens kan uit vijf onderdelen van werkgeversdienstverlening worden gekozen. Hierbij staat ‘ondersteunen bij inclusieve arbeidsorganisatie’ duidelijk op één. Daarna volgen ‘eenduidige informatie en gegevens’ en ‘vraag werkgevers centraal’. Ook bij werkzoekendendienstverlening geven de aanwezigen aan welk onderdeel zij het belangrijkst vinden. Hun voorkeur gaat uit naar ‘arbeidsfit maken en houden’, al is het verschil met ‘perspectief op werk’ klein.

2. IN GESPREK MET SZW

Het wordt een goede traditie dat Yvonne Wijnands, hoofd Specifieke Participatievoorzieningen bij het ministerie van SZW, de laatste ontwikkelingen rondom rijksbeleid en wet- en regelgeving doorneemt. Zij sprak ook al tijdens de Praktijkdagen in november 2017 en maart 2018. “Goed om hier te zijn”, merkt Wijnands bij de start op. “Ook omdat het ministerie van SZW op dit moment na een brandalarm is ontruimd.” Dit alarm bleek achteraf vals.

Veel te doen over loonkostensubsidie

De loonkostensubsidie is het eerste onderwerp. Hierbij ontvangt werkgever een vergoeding voor de lagere loonwaarde, zodat deze de werknemer een salaris kan betalen van ten minste het minimumloon. Over dit instrument is de laatste maanden veel te doen geweest. Wijnands wijst op een gewonnen rechtszaak van Biga Groep tegen de gemeente Utrecht en de beantwoording door staatssecretaris Tamara van Ark van Tweede Kamervragen over het beleid van ISD Bollenstreek. “Uit de uitspraak blijkt dat het in een verordening beperken van de doelgroep niet toegestaan is. Verder heeft de staatssecretaris aangegeven dat het maximeren van het aantal uren waarover loonkostensubsidie wordt toegekend, niet is toegestaan. Dat beide niet mogen staat in de wet, maar het is goed dat jurisprudentie dit nu verheldert.” 

De gemeente Utrecht wilde de doelgroep loonkostensubsidie beperken tot mensen met een loonwaarde tussen 50% en 80% van het wettelijk minimumloon (WML) en in individuele gevallen de loonkostensubsidie voor mensen met een loonwaarde tot 50% WML vaststellen op 50% WML. Dat vond geen genade in de ogen van de rechter, vertelt Wijnands. “De doelgroep loonkostensubsidie is wettelijk geregeld. Ook bepaalt de wet dat de loonkostensubsidie het verschil is tussen het minimumloon en de loonwaarde. De gemeente mag daarvan niet afwijken. De gemeente kan alleen processuele regels opstellen over de wijze van vaststelling van de doelgroep.” 

ISD Bollenstreek verschilt met de staatssecretaris van SZW van mening over twee vergelijkbare zaken: het verstrekken van de loonkostensubsidie over slechts een deel van de uren en het bij verordening uitsluiten van niet-uitkeringsgerechtigheden. “De staatssecretaris heeft tegenover de Tweede Kamer verduidelijkt dat dit niet toegestaan is volgens de Participatiewet.”

De loonkostensubsidie wordt goed gebruikt, merkt Wijnands op. “Uit een recente benchmark van Divosa blijkt dat gemeenten inmiddels ongeveer 11 duizend keer het instrument hebben toegepast bij mensen die onder de Banenafspraak vallen. Er zijn wel zeer grote verschillen tussen gemeenten. Oss verdient een speciale vermelding. Deze gemeente heeft erg vaak een loonkostensubsidie gegeven. Dit laat zien dat het uitmaakt hoe actief een gemeente inzet op het plaatsen van mensen met een arbeidsbeperking.”

Zorgvuldige consultatie bij wetsvoorstel loondispensatie

Net als in maart vormt loondispensatie de hoofdmoot van de presentatie van Wijnands. Bij dit instrument krijgt de werkgever toestemming om zijn werknemer minder loon te betalen dan het wettelijk minimumloon. De werknemer krijgt een salaris op basis van zijn loonwaarde en kan in aanmerking komen voor een aanvullende Participatiewet-uitkering. Loondispensatie gaat de door de gemeente verstrekte loonkostensubsidie vervangen, zo is aangekondigd in het regeerakkoord.

Op 26 april is in de Tweede Kamer een kritisch debat gehouden over het kabinetsvoornemen om loondispensatie voor gemeenten in te voeren, vertelt Wijnands. “De Kamer heeft vier moties aangenomen. De moties gaan onder meer over een onderzoek naar een vergelijkbare werkwijze als in de Wajong en de gevolgen van de wet voor mensen met een medische urenbeperking en fulltimers met een beperkte loonwaarde. De staatssecretaris heeft in het debat een aantal toezeggingen gedaan, waardoor het wetsvoorstel op onderdelen zal wijzigen.”

Wijnands: “Zij hecht erg aan het gesprek met alle betrokken partijen. Het wetsvoorstel wordt in het najaar voor consultatie beschikbaar. Dat kan eventueel leiden tot behoorlijke aanpassingen. Daarop kan ik niet vooruitlopen.” Iemand uit de zaal merkt op dat volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid de nieuwe regeling ingewikkelder voor de doelgroep is dan de huidige. “De uitvoerbaarheid en transparantie voor mensen zelf zijn natuurlijk belangrijk. Daarnaar zullen we zeker kijken.” 

Werken vanaf eerste uur beloond

Yvonne Wijnands geeft aan dat loondispensatie wordt ingevoerd omdat naar verwachting daardoor meer mensen aan het werk zullen komen. Het instrument is eenvoudiger en eenduidiger voor werkgevers. UWV hanteert nu al loondispensatie, dus dan zijn er geen twee regelingen meer voor werkgevers. Verder heeft de staatssecretaris bij de uitwerking van het wetsvoorstel als uitgangspunt dat werken vanaf het eerste uur gaat lonen.

De SZW-deskundige illustreert de inkomensgevolgen met twee grafieken, waarbij de situatie van een alleenstaande met een loonwaarde van 50% WML bij zowel loondispensatie als loonkostensubsidie wordt vergeleken. “Werk je bijvoorbeeld twee dagen per week, dan ga je er als uitkeringsgerechtigde bij loondispensatie al op vooruit. Dat is bij de loonkostensubsidie pas vanaf circa 28 uur het geval. Werk je nu minder uren, dan kom je niet uit de uitkering.” 

De invoering van loondispensatie leidt op termijn – dat is in 2050 – tot een besparing van 500 miljoen euro per jaar. Dit heeft twee redenen. Sommige mensen komen door de vermogens- en partnertoets niet in aanmerking voor een aanvullende uitkering. Verder is deze uitkering geen loon. Daarom wordt over het deel van de uitkering geen aanvullend pensioen opgebouwd en ontstaat ook geen recht op werknemersverzekeringen. Werkgevers hoeven daarover dan ook geen premies af te dragen. Dat betekent tevens dat zij hierin niet hoeven te worden tegemoetgekomen. De besparing is geen bezuiniging, zegt Wijnands. “Het halve miljard wordt ingezet om meer mensen naar werk te begeleiden, al dan niet beschut.”

Kansen door grote krapte in zorg en welzijn

De toenemende krapte op de arbeidsmarkt biedt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt extra kansen. Vooral de bouw, horeca en ICT zitten te springen om personeel. En niet te vergeten de zorg- en welzijnssector. Die heeft behoefte aan 190.000 extra arbeidskrachten in 2022. “Dat is gigantisch”, zegt Wijnands. “De 28 regio’s in de sector hebben een eigen Regionaal Actieplan Aanpak Tekorten, kortweg RAAT, gemaakt of zijn daarmee bezig. Dit biedt ook kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Mijn oproep aan gemeenten en UWV: sluit je daarbij aan!” 

In aanvulling hierop komen de werkgeversorganisaties in de zorg en welzijn (ActiZ en VGN), het onderwijs en het sociaal domein met een intentieverklaring. “Zij willen ook de instroom op werkzaamheden onder mbo-2 niveau extra stimuleren. De verklaring wordt nog bestuurlijk bezegeld, maar de afspraken zijn al gemaakt.” 

Uit de zaal komen diverse reacties van gemeenten die al met zorgwerkgevers aan het kijken zijn hoe mensen vanuit de Participatiewet kunnen instromen. Wijnands vraagt de aanwezigen goede voorbeelden en ervaringen te mailen aan info@samenvoordeklant.nl, zodat andere gemeenten hiermee hun voordeel kunnen doen.

Vragen uit de zaal 

De tijd voor vragen uit de zaal is krap bemeten, maar toch komen in vogelvlucht nog enkele interessante onderwerpen voorbij. Zoals: wordt het VN-Verdrag voor de Rechten van de Mens meegenomen bij het voorstel voor loondispensatie? Het College voor de Rechten van de Mens heeft in een brief aangegeven dat er een spanning zit tussen het VN-verdrag en onderdelen van het voorstel, licht Wijnands toe. “De staatssecretaris kijkt hier goed naar, maar wijst ook op het voordeel dat meer mensen aan het werk gaan. Bij de uitwerking van het voorstel voor loondispensatie zal er een gesprek met het college zijn.”

Volgens een aanwezige zijn werkgevers nog vrij conservatief als het gaat om functiecreatie en jobcarving. Wijnands: “Dat moeten we actief uitdragen in verband met inclusief werkgeverschap.” Ook aan de orde komt de positie van jongeren uit het Praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, die werken maar nog geen achttien jaar zijn. Zij hebben volgens de vragensteller geen recht op bijstand. “De gemeente kan re-integratie al aanbieden aan iemand onder de achttien. Wel heeft die dan nog geen recht op een bijstandsuitkering. We gaan goed bekijken wat dat gaat betekenen bij loondispensatie.”

Lees ook de presentatie van Tof Thissen en Yvonne Wijnands. 
 

Vond u deze pagina interessant?

To prevent automated spam submissions leave this field empty.