Groningen: er gaat niets boven geduld en vasthoudendheid

08 mei 2019

Veel geduld en vasthoudendheid. Dat is nodig om mensen met psychische kwetsbaarheid aan het werk te helpen. Dit is in een notendop de conclusie van het mini-symposium ‘Samenwerken GGZ en Werk’ op 21 maart in Groningen. Toch ontkomen we er niet aan met deze bijzondere doelgroep aan de slag te gaan, vinden alle sprekers die ochtend. Al was het maar vanwege de aantallen: in de arbeidsmarktregio Groningen-Noord Drenthe is ruim 40 procent van de mensen met een uitkering psychisch kwetsbaar. 

150 in plaats van 50 deelnemers

Dat het een thema is dat de warme belangstelling heeft van managers en professionals bleek wel uit de opkomst. Waar de organisatie had gerekend op zo’n 50 aanmeldingen, kwamen er 150, zodat er in allerijl gezocht moest worden naar een grotere zaal. De aanwezigen, onder wie de voorzitter van GGZ-Nederland Jacobine Geel en de directeur van werkgeversorganisatie AWVN Harry van de Kraats, kregen een compact maar compleet programma voorgeschoteld. Alle aspecten van het aan het werk helpen van mensen met een psychische kwetsbaarheid kwamen aan bod. Van interviews met mensen wie het betreft, een case study, resultaten van (wetenschappelijk) onderzoek, een werkgever die een heel bedrijf heeft gebouwd op de inzet van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt tot een afsluitende discussie.

Werk als medicijn

De aftrap was voor Ronald de Jong van de gemeente Groningen en – nog niet zo lang - directeur van de regionale organisatie Werk in Zicht. Hij is nog niet zo thuis in de afkortingen, bekent hij. Maar hij weet twee dingen zeker: “Werkt geeft structuur en functioneert als een medicijn voor psychische klachten. En werkgevers schreeuwen om personeel, terwijl er nog steeds 1 miljoen mensen aan de kant staan.” Dat vraagt toch om actie.

Veldonderzoek in de regio

Jojanneke Bakker, projectleider van het Impuls-project GGZ en Werk & Inkomen in Groningen-Noord Drenthe en organisator van het symposium, deelt de resultaten van en veldonderzoek naar de stand van zaken van de samenwerking in de regio. 
Een probleem is dat de werkpleinen niet weten hoeveel van hun mensen psychisch kwetsbaar zijn omdat ze dat niet registreren, vertelt Bakker. Maar dat het gaat om veel mensen is zeker. Landelijk is vastgesteld dat een derde van de uitkeringsgerechtigden psychische zorg ontvangt. Algemeen wordt aangenomen dat het percentage in Groningen zelfs nog hoger ligt. Als de acht werkpleinen gevraagd wordt een goede schatting te maken komen ze op zo’n 11.000 mensen bij gemeenten en nog eens 12.000 bij UWV; 23.000 in totaal.

Geen kenniswuitwisseling werkpleinen

Bij haar aantreden in april 2018 constateerde Bakker dat UWV in twee werkpleinen structureel samenwerkte op het gebied van psychische kwetsbaarheid en in de overige vier incidenteel. UWV had samen met Cosis, een organisatie die veel dagbesteding aanbiedt, een projectgroep. Maar verder was er geen kennisuitwisseling tussen werkpleinen onderling en was er nauwelijks contact tussen Wmo en Werk & Inkomen, terwijl veel psychisch kwetsbaren met beide regelingen te maken hebben. 

Toch is er zeker belangstelling voor samenwerking constateerde Bakker. “GGZ en Werk & Inkomen vinden het belangrijk dat ze elkaar weten te vinden en op de hoogte zijn van elkaars dienstverlening en wilden heel graag casusoverleg.” Inmiddels is er in Groningen-Noord Drenthe een projectgroep opgericht, worden er themabijeenkomsten georganiseerd over onder meer suïcide en verslaving en is er regelmatig casusoverleg in de zes subregio’s.

Surinaamse vrouw

Drie IPS-coaches van GGZ Drenthe en Werkplein de Drentse AA zijn naar het symposium in Groningen gekomen om te vertellen over hun ervaringen met IPS. Werkplein de Drentse Aa geldt als koploper van het noorden als het gaat om IPS, waarmee ze al in 2015 zijn gestart. Ze vertellen over het IPS-traject van een Surinaamse vrouw van 47 die voor het laatst betaald werk had gehad in 2000. Toch wilde ze heel graag weer haar eigen geld verdienen. Viavia kon ze een dag meelopen bij PostNL, maar het werk paste slecht bij haar. Ze had moeite met tillen, met de werkdruk en de oneven nummers. 

Kon ze dan niet in een restaurant werken? Opperde ze zelf. Ze kon tenslotte heel redelijk koken. Het eerste wat de eigenaar van het Surinaamse restaurant waar ze solliciteerde haar vroeg, was welke regelingen ze mee bracht. Ze was hoogst verontwaardigd over het feit dat ze werd gezien als een bundel subsidiegeld. Bovendien waren haar eigen roti’s veel lekkerder! 

Dus waarom niet zélf een eethuis beginnen? Een zus kon haar wel helpen met de administratie, zij zou dan koken. Probleem was echter dat de zus in Flevoland woont, een bijstandsuitkering heeft maar onder een totaal ander werkbedrijf valt. Nog een probleem: de vrouw uit Drentse Aa heeft schulden, dus een investering zit er niet in. 

Het plan van een eigen restaurant is er nog steeds. Maar eerst wil ze van de schulden af, door productiewerk te gaan doen. Sinds enige tijd werkt ze bij Burgerhout in Assen, een bedrijf dat zich richt op het ontwikkelen en optimaliseren van rookgasafvoer- en luchtdistributie-oplossingen. 

Het is een mooi voorbeeld van een IPS-traject waarin de wensen van de cliënt centraal staan, vindt ook de zaal. Maar, zo benadrukt Jacobine Geel van GGZ Nederland, het toont ook aan hoeveel engelengeduld het vergt om iemand regulier aan het werk te krijgen.

85%

Ook het verhaal van Robert Jan van Wolde maakte veel indruk. Van Wolde is bedrijfsleider bij Cycloon Post en Fiets Koeriers, een bijzonder post- en koeriersbedrijf dat actief is in vrijwel heel Nederland. Eén van de zes hoofdvestigingen staat in Groningen. Cycloon heeft 900 medewerkers; 550 werken in de post-tak en van hen heeft maar liefst 85 procent een afstand tot de arbeidsmarkt. Zij werken in de postbezorging en -verwerking, ze doen chauffeurswerk of fulfillment, met veel plezier en met veel succes.

“Het allerbelangrijkste is goede begeleiding”, benadrukt Van Wolde. Cycloon organiseert dat via interne jobcoaches, de teamleiders. “Maar we houden ook nauw contact met UWV en de gemeenten. Zij zien immers ook de thuissituatie en kunnen ons vertellen waarom het op een bepaald moment wat minder gaat op het werk. Dat is voor ons belangrijk te weten. Dan kunnen we er rekening mee houden dat iemand bijvoorbeeld minder geconcentreerd is omdat er een schuldenprobleem is.”

Post op tijd bezorgen

“Cycloon is een sociale onderneming bij uitstek, maar de post moet wel op tijd bezorgd worden”, vertelt Van Wolde. “We willen de mensen niet pamperen maar uitdagen het beste uit zichzelf te halen. Tegelijkertijd zorgen we voor goede ondersteuning.” Die filosofie blijkt te werken. Ondanks de bijzondere personeelssamenstelling ligt het verzuim bij Cycloon op slechts 4 procent.

Eén van de jonge medewerkers van Cycloon is met Van Wolde meegekomen – in bedrijfskleding – en vertelt hoe het voor hem is om voor het bedrijf te werken. Toen hij nog op school zat zijn de eerste contacten gelegd en nu werkt hij naar alle tevredenheid – en veel trots – voor Cycloon.

“Het is een perfecte mix van werkzame elementen”,  merkt een onderzoekster in de zaal op. “Bewegen werkt voor mensen met psychische kwetsbaarheid. En het lotgenotencontact dat ermee samengaat werkt positief.”

Maatschappelijk herstel is doorslaggevend

Na de pauze komt Stynke Castelein aan het woord. Zij is bijzonder hoogleraar Herstelbevordering van Ernstig Psychische Aandoeningen aan de Universiteit Groningen en wijst op het belang van de omgeving van mensen met psychische kwetsbaarheid voor het herstel. 

Er zijn drie vormen van herstel: het symptomatisch, maatschappelijk en persoonlijk herstel. Bij de begeleiding is er traditioneel veel aandacht voor de klinische behandeling. Maar uiteindelijk bepaalt de omgeving of de behandeling aanslaat. Dan gaat het om structuur en sociale contacten en het allermooist: werk.

Vragen hoe het gaat

Daar vallen nog stappen in te maken, zo blijkt uit gesprekken met ervaringsdeskundigen. Zo blijft het na terugkeer na een inzinking op het werk vaak aardig stil. Aan medewerkers die terugkomen na een hernia wordt gevraagd hoe het gaat en wat er nodig is om weer goed te kunnen functioneren. Vraag dat ook eens aan iemand met een psychische kwetsbaarheid. 

Andere punten: werken in een kantoortuin is vaak moeilijk. En: laat mensen werken op de tijden dat de medewerker zich het best voelt. Misschien is dat wel in de middag in plaats van de gebruikelijke ochtend. “En natuurlijk meer interventies op het versterken van het netwerk, bijvoorbeeld lotgenotencontact of eetgroepen. Overigens gaan veel gesprekken onder lotgenoten over werk. Vertel je het je baas?”

Discussie

Het is tijd voor de afsluitende discussie. Bert Hogenboom (Cosis), Margreet Beverwijk (UWV), Yonas Tewelde (directeur Lentis), Ronald de Jong (Werk in Zicht), Jacobine Geel (GGZ Nederland) en Harry van de Kraats (AWVN) schuiven aan.

Het gaat best goed met het aan het werk helpen van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt in het algemeen en mensen met psychische kwetsbaarheid in het bijzonder. Daar is het panel het over eens. “Ook al komt er veel geld bij, met IPS -trajecten gaan we geen 23.000 mensen aan het werk helpen. We moeten op zoek naar andere aanpakken en instrumenten om mensen met psychische kwetsbaarheid aan de slag te helpen”, stelt De Jong van Werk in Zicht.

Van de Kraats (AWVN) heeft wel wat ideeën over de kansen om op te schalen. “Heel veel werkgevers hebben geen idee hoe je iemand uit de doelgroep aan het werk krijgt. Misschien is er ruimte voor één of twee mensen. Maar waar haal je informatie? Welke regelingen zijn er? Hoe vind je een goede jobcoach? Aan werkgeverskant moeten we netwerken vormen, maar aan de andere kant moet er ook worden samengewerkt.”

Van de Kraats vertelt dat de AWVN nu in vijf regio’s pilots is gestart samen met de arbeidsmarktregio’s om te achterhalen  . wat gewone werkgevers nodig hebben om ‘inclusief’ te worden. “Als we dat weten, rollen we dat uit over de andere regio’s. Ik denk dan aan uniforme arrangementen, bijvoorbeeld rond jobcoaching.”

“Mensen met psychische kwetsbaarheid zijn gebaat bij structuur en regelmaat, maar trend arbeidsmarkt is juist de andere kant op”, merkt een arbeidsdeskundige in de zaal op. “Eens”, antwoordt Van de Kraats. “Daarom is goede begeleiding zo belangrijk. Verder met PoW: structureel werk voor zoveel mogelijk mensen. Als jullie zorgen dat mensen werk-fit zijn en een paar dagdelen in de week aan de slag kunnen, zoeken wij een baan voor ze. Maar als mensen nog op weg zijn naar volledig regulier werk, vraag dan niet te snel om een loonwaardebepaling. Er is wel een jobcoach nodig.

“Veel uitkeringsgerechtigden hebben baat bij scholing. Kunnen werkgevers geen scholing bieden?”, vraagt een andere arbeidsdeskundige, weer aan Van de Kraats. “Zeker. Werkgevers kijken steeds vaker naar de competenties van mensen in plaats van het cv. Vaak blijkt dan dat er dan maar weinig bij hoeft om iemand op het gewenste niveau te krijgen. Verder is er steeds meer geld beschikbaar voor persoonlijke ontwikkelbudgetten. Dat geld kan ook voor deze groep worden ingezet als mensen starten met werken.”

Dit artikel is onderdeel van de nieuwbrief Samenwerking GGZ en W&I van mei 2019. Lees hier de overige items. 

Vond u deze pagina interessant?

To prevent automated spam submissions leave this field empty.