Kamerbrief contouren loondispensatie Participatiewet

09 januari 2018 | Bron: Rijksoverheid

Staatssecretaris Van Ark (SZW) informeerde op 14 december 2017 de Tweede Kamer over de maatregel uit het Regeerakkoord om de loonkostensubsidie te vervangen door loondispensatie.

De Kamer verzocht de minister om nog voor de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nadere informatie (planning, context, contouren) te verstrekken over de maatregel uit het Regeerakkoord om de loonkostensubsidie te vervangen door loondispensatie. Met deze brief voldoet zij aan het verzoek van de Kamer omdat er bij vele mensen vragen en ook zorgen zijn over de in het Regeerakkoord genoemde maatregel om loonkostensubsidie in de Participatiewet te vervangen door loondispensatie.

De minister koerst erop de systematiek zo uit te werken dat mensen die vanuit de uitkering met loondispensatie gaan werken een loonaanvulling krijgen die voldoet aan twee uitgangspunten.

  1. Dat het inkomen van deze mensen hoger uitkomt dan het voor hen geldende sociaal minimum. Mensen gaan dus niet werken op bijstandsniveau. Als mensen gaan werken, en als mensen méér gaan werken, wil de minister dat ze er echt op vooruit gaan.
  2. Verder vind de minister het belangrijk dat hun inkomen gaat naar een niveau conform het minimumloon, naar rato van het aantal uren dat zij werken.

Dit alles dient uiteraard te passen binnen de financiële kaders van het Regeerakkoord. De uit te werken regeling geldt bovendien voor mensen met een nieuwe arbeidsrelatie, dus niet voor reeds bestaande arbeidsrelaties.

Er komt nog heel veel kijken bij de uitwerking van de maatregel. Bij die uitwerking hecht de minister aan een zorgvuldig proces. Het kabinet wil dit doen in overleg met gemeenten, sociale partners, cliëntenorganisaties en andere betrokkenen, waarbij de uitvoerbaarheid van de regeling een belangrijk aandachtspunt is.

De overgang naar loondispensatie en bijbehorende loonaanvullingsregeling vergen wijziging van de Participatiewet. Het Regeerakkoord gaat uit van invoering per 1 juli 2019. Het tijdpad omvat de gebruikelijke stappen voor wetgeving: het opstellen van het wetsvoorstel, consultatie van betrokken partijen uit het veld, het voorleggen voor een uitvoeringstoets aan uitvoeringsinstanties, behandeling in de Ministerraad, advisering door de Raad van State, en parlementaire behandeling. Naar verwachting zal een wetsvoorstel na de zomer van 2018 worden ingediend bij de Tweede Kamer.

Lees hier de Kamerbrief.

 

Vond u deze pagina interessant?

To prevent automated spam submissions leave this field empty.