Overslaan en naar de inhoud gaan

Mooie kansen voor werkgeversdienstverlening door samenwerking in Werkcentrum en methodisch werken

07 oktober 2024

Verslag informatiebijeenkomst voor managers WSP op 24 september 2024

Zorg ervoor dat partners meedenken, meedoen en meebeslissen. Dat is van groot belang voor de werkgeversdienstverlening, is de ervaring bij Werkcentrum Rijnmond. Ook methodisch werken draagt sterk bij aan een goede kwaliteit van deze dienstverlening. 

Dit en nog veel meer komt aan bod tijdens de informatiebijeenkomst die de Programmaraad Regionale Arbeidsmarkt op 24 september 2024 heeft gehouden. Hieraan doen managers van het regionaal werkgeversservicepunt (WSP) en van het toekomstige of al gerealiseerde Werkcentrum mee.

Spreker Vasgen Cekem op de bijeenkomst van 24 september 2024

De belangstelling is groot voor het treffen in Utrecht. Er zijn ongeveer evenveel deelnemers vanuit de gemeenten als van UWV. “Het is mooi dat managers van beide publieke partijen hier samen zijn”, zegt projectleider Rob Daamen van de Programmaraad.

Hij noemt de centrale vraag van de bijeenkomst: wat betekenen de maatregelen van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur voor jou als manager? Het zorgt voor een levendige en open gedachtewisseling over kansen en uitdagingen. Met als rode draad: de komst van het Werkcentrum is een goede zaak voor de regionale werkgeversdienstverlening. Door de nog nauwere samenwerking binnen het Werkcentrum wordt de dienstverlening verder versterkt.

Thema's

Er zijn 4 thema’s behandeld:

  1. Stand van zaken bij de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. Door: Hilde de Boer (programmamanager hervorming arbeidsmarktinfrastructuur bij het ministerie van SZW)
  2. Werkcentrum in de praktijk. Door: Vasgen Cekem (algemeen manager van Werkcentrum Rijnmond)
  3. Methodisch werken, met praktijkvoorbeeld Den Haag. Door: Gerben Hulsegge (onderzoeker bij TNO) en Frederik Reimers (procesmanager bij Strategisch accountmanagement van Den Haag Werkt)
  4. Ondersteuningsaanbod aan regio’s voor methodisch werken. Door: Rob Daamen (projectleider bij Programmaraad Regionale Arbeidsmarkt).

Meer weten?

Je vindt in de presentatie meer informatie over de sessie. Bekijk ook de themapagina over de hervorming van de arbeidsmarkinfrastructuur, met onder andere een lijst met veelgestelde vragen. Op deze pagina staat tevens een landkaart met een overzicht van de arbeidsmarktregio’s waarin een Werkcentrum (digitaal en/of fysiek) actief of in ontwikkeling is. Over methodisch werken op basis van de Vragenlijst Inclusief Ondernemen lees je meer in het verslag van de Inspiratiesessie Inclusief werkgeverschap die in september 2023 plaatsvond.

  • Ondersteuningsbehoefte centraal

    Werkzoekenden- en werkgeversdienstverlening dichter bij elkaar organiseren. Deze mooie term die voorkomt uit de praktijk en allerlei rapporten, is overgenomen in de brief aan de Tweede Kamer van 29 april 2024, vertelt Hilde de Boer van SZW. “Wij willen toe naar minder loketten en één toegang voor werkzoekenden, werkenden en werkgevers. De ondersteuningsbehoefte moet centraal staan. Daarvoor gaan partijen samenwerken in een netwerkorganisatie. Dat is best ingewikkeld, maar we willen het zoveel mogelijk doen op basis van vertrouwen en consensus.”

    Maak samen afspraken over de samenwerking en de regionale arbeidsmarktagenda, raadt Hilde aan. “Koppel alle aanwezige analyses op het gebied van arbeidsmarkt en economie in de regio en kom dan met elkaar tot goede keuzes. Het gaat om vragen als: wat is het aanbod aan dienstverlening? Willen we alles zelf in huis hebben? Wat willen we nog als plusje organiseren?” De werkgevers- en werknemersverenigingen gaan werk maken van een dekkend stelsel voor de van-werk-naar-werk-dienstverlening. “Daarvoor krijgen zij een subsidie.”

    Leren en experimenteren in transitiejaar

    Veel onderwerpen bij de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur hebben een hoge tot zeer hoge prioriteit, zoals de overgang van het werkgeversservicepunt naar het Werkcentrum. Het gaat volgens Hidde niet lukken om dit alles meteen helemaal te realiseren. “Dat kan in de loop van het transitiejaar 2025. Je hebt een jaar de tijd om met elkaar te leren. Neem er gewoon de tijd voor en gun jezelf de ruimte om te experimenteren.” 

    De middelen voor gemeenten worden verstrekt in de vorm van 2 decentralisatie-uitkeringen aan de centrumgemeente. “Daarmee hebben we het zo gemakkelijk mogelijk proberen te maken aan financiële kant.” Het doel blijft dat de wet- en regelgeving op 1 januari 2026 in werking treedt.

    Naast merkidentiteit ook merkbelofte

    De landelijke communicatiewerkgroep is druk bezig met de communicatiestrategie. Hilde: “Iets wat we wel eens vergeten, is de bekendheid van de dienstverlening bij alle Nederlanders. Het helpt als wij met elkaar kiezen voor één merkidentiteit, één naam, één uitstraling. Hier komt een merkbelofte bij: wat is het minimumaanbod in elke regio? Daarover zijn we op landelijk niveau in gesprek.”
    Prima als uiteindelijk de dienstverlening integraal wordt georganiseerd vanuit het Werkcentrum, zegt een deelnemer. “Maar laten we alsjeblieft herkenbaar blijven voor werkgevers.” Het belangrijkste is om mkb-ondernemers goed te bereiken, reageert Hilde. “Daar hebben we jullie echt voor nodig.”Spreker Hilde de Boer (SZW) op de bijeenkomst van 24 september 2024

  • Gewoon van start gegaan

    De regio Rijnmond heeft sinds december 2023 een Werkcentrum. “Samenwerking tussen publieke en private partijen is al sinds jaar en dag erg gebruikelijk in onze regio”, licht Vasgen Cekem toe. “We dachten: laten we gewoon starten met het Werkcentrum.”

    De publieke-private samenwerking is volgens hem ook pure noodzaak, gezien de wet van de grote getallen. Zo zijn er bijna 75.000 uitkeringsgerechtigde werkzoekenden en 18.000 leerbedrijven in Rijnmond. De deelnemende partijen hebben zich gecommitteerd aan 2 doelen. “Dit is de belangrijke blauwdruk voor de doorontwikkeling van Werkcentrum Rijnmond en straks ook voor de regionale meerjarenagenda.”

    Er wordt uitgegaan van een alliantiemodel. “Iedere partner behoudt zijn eigen rol. Dat dwingt een partner om te kijken naar welke rol die bij een vraagstuk kan vervullen.” Het vraagt om hard werken met elkaar, aldus Vasgen. “Investeer in inzicht in wie je bent als partner, in overzicht van wat we samen kunnen doen en in doorzicht van waar we naartoe gaan.”

    2 doelen

    De partners beogen door samenwerking in Werkcentrum Rijnmond:

    1. werkloosheid te voorkomen of bekorten, inclusiviteit te bevorderen en onbenut talent te ontsluiten, door gezamenlijke en gecoördineerde dienstverlening;
    2. perspectiefvol, duurzaam werk te bevorderen, wendbare ondernemingen te ondersteunen en leven lang ontwikkelen te intensiveren, door gebundelde instrumenten en middelen. 

    Meerjarenagenda als middel voor overzicht

    De partijen beginnen volgens Vasgen niet bij nul als ze de regionale meerjarenagenda opstellen. “Er gebeurt al heel veel op de arbeidsmarkt in de regio Rijnmond, zowel gebieds- als themagericht. De kracht zit zeker in de eerste fase ook in: laten we met elkaar een overzicht creëren met de meerjarenagenda als middel.”

    De dienstverlening is volop in ontwikkeling. Zo werd Vasgen recent benaderd door werkgeversorganisaties en vakbonden over de van-werk-naar-werk dienstverlening. “Zij willen alvast samen met UWV nadenken over de vraag: wat kunnen we doen op het gebied van faillissementen, boventalligheid en bedrijfssluitingen? Daarvoor hoeven we niet de resultaten van het overleg in Den Haag af te wachten.”

    Breed palet van de dienstverlening

    Vasgen is op 1 mei 2024 aan de slag gegaan als algemeen manager van Werkcentrum Rijnmond. Zijn eerste vraag was: wat verkopen wij nu eigenlijk? “Ik kreeg verschillende antwoorden. Wij hebben met onze partners een breed palet van de dienstverlening samengesteld. Dit communiceren we via de website en in de gidsfunctie en ook wordt het palet gebruikt door de collega’s in de uitvoering.”

    De partners kunnen kiezen uit 4 verschillende vormen van het Werkcentrum: van licht tot zwaar. Er zijn nu 2 ‘flagship stores’ in Rotterdam en begin januari gaat een dienstverleningslocatie in Capelle aan den IJssel van start. “De komende periode zal er een olievlek van locaties van Werkcentrum Rijnmond te zien zijn.”

    In de dienstverlening ligt de focus op sleutelsectoren. “Ook mensen uit andere sectoren kunnen aankloppen. Alleen hebben we natuurlijk te maken met beperkte middelen en kunnen we niet alles doen met de handjes die we hebben.”

    Spreker Vasgen Cekem op de bijeenkomst van 24 september 2024

    5 leidende principes voor werkgeversdienstverlening

    Voor de gezamenlijke werkgeversdienstverlening is een propositie langs 5 leidende principes opgesteld. Vasgen: “Zo moet wat wij bieden toegankelijk zijn. Het maakt daarbij niet uit of de werkgever langskomt bij het Werkcentrum of we zelf op visite gaan.” De dienstverlening wordt op drie niveaus aangeboden: voor individuele werkgevers, op het niveau van (sleutel)sectoren en voor de arbeidsmarkt als geheel. “Los van wat bedenken, proberen we ook dingen uit.”

    Professionals zijn positief, zegt Vasgen. “Zij vinden de propositie herkenbaar. In de dynamiek met de partners en zeker met de WSP-collega’s ontstond het gevoel dat dit eigenlijk heel gaaf is. Het betekent dat de professional het met een werkgever ook kan hebben over onderwerpen als: hoe wordt een bedrijf een leerwerkbedrijf of hoe kunnen stages worden georganiseerd? Dat maakt het werk van de professional alleen maar sterker, uitdagender én leuker.” 

    De lakmoesproef is echter: wat vinden werkgevers van de propositie? Vasgen gaat hierover in de dagen na de bijeenkomst in gesprek met werkgevers uit de sleutelsectoren. “Met de vraag: ben je hier blij mee? Dat kan tot een herijking leiden. Pas daarna gaat de propositie de besluitvorming in.”

    Een deelnemer wijst op de spanning die er toch bestaat tussen gemeenten en UWV bij het realiseren van doelen. Het is nu het moment om daarover heen te stappen, merkt Vasgen op. “Om eerlijk te zijn gaat het om intern gedoe waarvan de werkgever helemaal geen last moet hebben. Laten we gemeenschappelijk de kritieke prestatie-indicatoren bepalen.”

    Principes en propositie voor werkgeversdienstverlening

    De 5 leidende principes zijn:

    1. De behoefte van de werkgevers staat centraal.
    2. We bieden maatwerk als nodig.
    3. We ontwikkelen wat nodig. 
    4. Werkcentrum is makkelijk toegankelijk (bij de werkgever en in Werkcentrum).
    5. In één hand: we coördineren de dienstverlening van de partners.

    Langs deze principes is de volgende propositie voor de gezamenlijke werkgeversdienstverlening geformuleerd. Werkcentrum Rijnmond biedt kennis en expertise bij deze 4 thema’s en vraagstukken aan: 

    1. personeelsvoorziening en -behoud, met name in sleutelsectoren (via school-werk, werk-werk of uitkering-werk);
    2. realiseren van scholing en praktijkleren (in bedrijf en sleutelsector);
    3. helpen realiseren van doelen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, gericht op een inclusieve arbeidsmarkt (werken met mensen in een kwetsbare positie):
    4. beschikbaarheid van kennis, instrumenten en subsidies.

    Hoge ambities maar beperkte middelen

    De financiële kant is volgens Vasgen een lastig onderwerp. Zeker omdat een grote regio als Rijnmond bijvoorbeeld hetzelfde bedrag voor het impulsbudget krijgt als kleinere arbeidsmarktregio’s. “Met de schaduwlijst van wie allemaal van dit budget wil gebruiken, staan we al rood. Onze ambities zijn hoog en we willen echt dingen doen die impact hebben, maar waar moet het geld vandaan komen? Daarvan heb ik soms slapeloze nachten.”

    Vasgen gaat nog kort in op een leven lang ontwikkelen. Hiervoor heeft Rijnmond 2 instrumenten. Het scholingsfonds richt zich op om-, her- en bijscholing van werkenden en werkzoekenden. Scholing kan van alles zijn als duurzaamheid in de sleutelsectoren maar centraal staat. “Hartstikke succesvol”. 

    Er is ook het Rijnmond Arbeidsmarkt Perspectieffonds voor projecten in verband met de personeelskrapte in de maatschappelijk cruciale sectoren. “Het instrument loopt als een tierelier. We hebben inmiddels 19 trajecten gefinancierd en daarmee zijn meer dan 850 mensen geholpen.”

    Meedenken, meedoen en meebeslissen

    Gerlinde Scheper van de Programmaraad eindigt met een vraag aan Vasgen. Welke advies heeft hij voor regio’s die aan het begin van het proces staan en nog een beetje zoekende zijn? 

    “Het is misschien een open deur maar investeer in de individuele relaties met partners. Dat kost tijd maar bij hen zit zoveel kracht. Ga het gesprek met elkaar aan over waar de regio precies naartoe gaat. Faciliteer ook dat partners hun kansen, uitdagingen en kwetsbaarheden delen. De kern is dat zij meedenken, meedoen en meebeslissen.”

    Meer weten?

    Wil je nog meer weten over de ervaringen met de werkgeversdienstverlening in Rijnmond of heb je een specifieke vraag voor Vasgen Cekem? Dan kun je een mail sturen naar v.cekem@rotterdam.nl

  • Verbeteringsslag van werkgeversdienstverlening

    De Programmaraad heeft een online onderzoek onder managers van werkgeversservicepunten uitgevoerd waarin naar hun behoefte aan ondersteuning is gevraagd. Methodisch werken staat met stip op nummer 1. Meer dan de helft van de WSP-managers is hierin geïnteresseerd.
    Methodisch werken is te zien als een verbeteringsslag van de kwaliteit van de werkgeversdienstverlening binnen het Werkcentrum, vertelt Rob Daamen van de Programmaraad. “Dit is al verwerkt in de digitale instrumentgids Eva voor de werkzoekendendienstverlening.”

    Systematisch doorlopen van 4 stappen

    Methodisch werken houdt in het kort in dat de professional systematisch een aantal stappen doorloopt in de geest van de PDCA-cyclus (de afkorting staat voor Plan-Do-Check-Act), licht TNO-onderzoeker Gerben Hulsegge toe. “Accountmanagers vaak werken op basis van hun eigen ervaring en kennis, dus min of meer op gevoel. Op zich goed maar er is meer nodig, zeker om als team met elkaar te leren en door te ontwikkelen. Doorloop daarom consequent 4 stappen.”

    De eerste stap is de werkgever goed in beeld krijgen. De verdere stappen zijn: met de werkgever doelen stellen, samen aan de slag gaan, en terugblikken. Bij het laatste gaat het om het bespreken met de individuele werkgever: wat hebben wij gedaan, wat heeft wel en niet gewerkt en wat kunnen we ervan leren? Gerben: “Deel dat ook binnen je team, bijvoorbeeld in een bespreking van casuïstiek, zodat alle teamleden ervan kunnen leren.”

    VIO handig hulpmiddel

    De Vragenlijst Inclusief Ondernemen (VIO) is hierbij een handig hulpmiddel, zegt Gerben. “Het is een simpele vragenlijst die de werkgever in 15 minuten kan invullen. Dit helpt om maatwerk te bieden, het juiste gesprek met de werkgever te voeren en diens behoeftes goed te weten. Het mooie van de tool is dat praktische kennis en wetenschappelijke inzichten worden gecombineerd.” 

    Achter de methodiek zit het theoretisch kader van het integratieve gedragsmodel. “Dit wordt ook voor Eva gebruikt.” Het gaat erom dat de werkgever de stap maakt van intentie naar inclusief gedrag, zodat werkelijk duurzaam werk wordt gecreëerd voor mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. “Dit vraagt van de professional dat die hiervoor de juiste vaardigheden heeft.” 

    Een belemmering die volgens Gerben regelmatig voorkomt, zijn de vooroordelen en verwachtingen van werkgevers over onder andere initiële risico’s en begeleidingstijd. “Deze zijn vaak negatiever dan wat er in werkelijkheid gebeurt. Speel daarop in. Je kunt bijvoorbeeld succesvolle voorbeelden van vergelijkbare bedrijven doornemen met de werkgever. Zorg ervoor dat de intentie van de werkgever voor inclusief ondernemen hoog wordt of nog wordt versterkt.”

    Spreker Gerben Hulsegge op de bijeenkomst van 24 september 2024

    VIO ‘warm’ geïntroduceerd in Den Haag

    Den Haag is een van de gemeenten die methodisch werken al volop toepassen. Een jaar geleden is gestart met het uitrollen van het VIO. Dat ging in het begin niet goed, vertelt procesmanager Frederik Reimers. “We hebben eerst aan werkgevers een mail vanuit de directie van Den Haag Werkt gestuurd. Daarop kwam nauwelijks respons. We hebben het toen over een andere boeg gegooid en de accountmanagers gevraagd om op een warme manier de VIO te introduceren.”

    Het heeft inmiddels ongeveer 80 ingevulde VIO’s opgeleverd. “Hierdoor kun je een regionale analyse maken, uiteindelijk ook op sectorniveau.” Alle accountmanagers in de werkgeversdienstverlening hebben een training gekregen. “Eerst werd dat door TNO verzorgd, nu doen ervaren accountmanagers het. Elke keer als er een groepje nieuwe accountmanagers is, nemen we hen mee.”

    Casuïstiekbespreking belangrijk

    Frederik benadrukt het belang van casuïstiekbespreking. “Accountmanagers krijgen hierbij het voorbeeld van een bedrijf en analyseren die met elkaar. Daardoor ontstaan verschillende inzichten in hoe een professional de werkgever kunt helpen. Want je adviseert werkgevers over hoe zij zo duurzaam mogelijk kandidaten kunnen inzetten en behouden.”

    Er is een bijeenkomst voor werkgevers georganiseerd waar de wethouder een toelichting gaf. “Onze boodschap was dat het VIO het beginpunt is. Het heeft tot geleid tot intentieverklaringen over het werken aan inclusiviteit en de duurzaamheid van onze kandidaten, maar die waren nog ‘hoog over’.”

    Den Haag Werkt heeft inmiddels met ruim 40 werkgevers concrete afspraken gemaakt. Die zijn vastgelegd in samenwerkingsovereenkomsten. “Hiermee zitten we op 750 banen voor de komende twee jaar. Dat is positief.”

    Meer gestructureerde manier van werken

    Het is een flinke verandering voor accountmanagers, erkent Frederik. “Zij waren gewend aan het matchen van kandidaten op vacatures. Matchen alleen is echter ontoereikend voor het bereiken van een duurzaam resultaat, omdat de afstand van kandidaten steeds groter wordt en vacatures niet altijd meer passend zijn. Daar wilden we iets aan doen. De VIO is een mooi middel om op een andere, meer gestructureerde manier te gaan werken. Dat gebeurt op basis van een helder kader.”

    Met de Vragenlijst Inclusief Ondernemen kan de werkgever ook echt worden doorgrond, stelt Frederik. “Het klinkt een beetje zweverig maar dat is het absoluut niet. Je krijgt een duidelijk beeld van de behoeftes en hulpkracht van de werkgever.” De gemeente stelt Harry-trainingen en – de eigen Haagse variant – Nelis-trainingen beschikbaar aan bedrijven die intentieverklaringen hebben getekend.

    Durf bij accountmanagers gevraagd

    Ook is een top 10 van in te zetten instrumenten gemaakt. Frederik noemt speciaal de begeleiding naar plaatsing. “Hieraan is veel behoefte. Die duurt ook veel langer dan we eigenlijk mogen aanbieden. We kijken nu hoe we deze dienstverlening nog beter kunnen regelen.”

    Frederik besluit met een tip. “Omarm de VIO en zorg voor draagvlak. Accountmanagers moeten worden aangezet tot methodisch werken en dit ook durven. Ondersteun hen daarbij want het is echt een noodzaak. We zijn in Den Haag ervan overtuigd dat de VIO de eerste stap op weg naar methodisch werken is.”

  • Voorstel aan regio’s

    Behalve de gemeente Den Haag passen de gemeente Amersfoort en het gemeentelijke samenwerkingsverband Senzer in de regio Helmond-De Peel al methodisch werken op basis van de VIO toe. Ook tonen verschillende arbeidsmarktregio’s interesse. Rob Daamen komt met een gezamenlijk voorstel van de Programmaraad en TNO voor de ondersteuning aan de regio’s.

    Allereerst zal een aantal online informatiebijeenkomsten worden georganiseerd voor betrokkenen in regio’s, werkgeverservicepunten en Werkcentra. “Daarmee kun je op vlieghoogte komen over wat methodisch werken en het integratieve gedragsmodel precies inhouden. Zodat daarna de betrokkenen binnen de regio over hetzelfde praten en hetzelfde kennisniveau hebben.”

    Ondersteuningsaanbod

    Besluit een regio de VIO in te zetten om methodisch werken te versterken in de werkgeversdienstverlening? Dan kunnen professionals 5 workshops volgen. “Dat vraagt uiteraard om een stukje commitment”, zegt Rob.

    De reactie vanuit de zaal op het ondersteuningsaanbod is positief. Er wordt wel een belemmering genoemd: WSP-adviseurs van het UWV mogen er nog geen gebruik van maken. Karin Wong A-Tsoi (productgroepmanager werkgeversdienstverlening bij UWV) vertelt dat er op landelijk niveau wordt overlegd over een oplossing. Zij verwacht dat hierover binnen een paar maanden duidelijkheid is. “UWV vindt de VIO een goed initiatief maar er moeten nog enkele praktische zaken worden geregeld, bijvoorbeeld op het terrein van gegevensdeling.”

    Daarop wordt nog gewacht voordat er een concreet aanbod komt, geeft Rob aan. “We delen de uitkomst van het UWV-overleg zodra die bekend is.” Hij raadt aan om alvast het gesprek over methodisch werken te voeren binnen de regio. “Dat is heel belangrijk.”

    Sprekers Rob Daamen en Gerlinde Scheper op de bijeenkomst van 24 september 2024