Wacht niet, maar leg contact met zorgverzekeraars!

09 november 2018

De leerbijeenkomst van 1 november jl. in Woerden werd geopend met een arenagesprek over de betrokkenheid van zorgverzekeraars bij de regionale projecten om mensen met een psychische aandoening beter, sneller en duurzamer aan het werk te krijgen. Vertegenwoordigers van drie regio’s en een zorgverzekeraar deelden hun ervaringen. Over het algemeen vinden de regionale projectleiders de relatie met een zorgverzekeraar ingewikkeld, zo blijkt onder meer uit onderzoek van Zinziz en het Verwey-Jonker Instituut. Friesland is al een stap verder. Toen er contact was gelegd met De Friesland Zorgverzekeraar leidde dat al snel tot een gezamenlijke pilot.

Zoek contact!

De regio’s zijn veelal zoekend. En schuiven het thema een beetje voor zich uit: “dat gaan we volgend jaar aanpakken”. Manon Draisma, projectleider in Friesland, adviseert haar collega’s juist zo snel mogelijk contact te leggen. “Zorg dat je een contactpersoon of contactpersonen hebt. Heb je die niet zelf, zoek dan in je netwerk. Met name bij de GGZ zijn er vele contacten met zorgverzekeraars.”

“Bij onze casusoverleggen kwam al snel naar voren dat er qua financiering veel belemmerende schotten zijn”, vervolgt zij. “Een zorgverzekeraar was niet betrokken, maar heeft wel een duidelijk belang bij arbeidstoeleiding en herstel. Daarom ben ik gewoon gaan bellen met De Friesland Zorgverzekeraar. En dat viel precies op z’n plaats, want op dat moment zaten ze juist in een intern overleg hierover. Vanaf dat moment is het gaan lopen. Onze ervaring is dat De Friesland Zorgverzekeraar meedenkt en ook bestuurlijk zitten ze aan tafel.”

Pilot

De zorgverzekeraar wil af van de strikte regels rond financiering van behandeling en werktoeleiding, zegt Draisma. Daarom komt er in 2019 een pilot, waarin centraal staat:

  • integraal samenwerken
  • een integraal budget
  • minder administratie

De pilot wordt gericht op de EPA doelgroep. Waarom? Omdat dat nu eenmaal de duurste groep is voor de verzekeraar, aldus Draisma. Daar voegt Peter van Zuidam van Zilveren Kruis aan toe dat het bij deze groep overduidelijk is dat er psychische problematiek speelt. Bij lichtere aandoeningen zien mensen zich niet altijd als psychische patiënt. Een derde reden om voor EPA te kiezen is IPS. De DBC (diagnose-behandel combinatie) stelt als eis dat er sprake is van een evidence-based methodiek. En dan kom je snel uit bij IPS, en dus bij de groep met EPA.

Lichtere aandoeningen

Vanuit de zaal wordt opgemerkt dat het vaak over IPS gaat. Dat is inderdaad evidence-based. Maar gemeenten zouden niet moeten wachten tot alle mogelijke methodieken en interventies evidence-based zijn, dat zou ten koste kunnen gaan van cliënten, met name de cliënten met lichtere aandoeningen, oftewel CMD. Ard van Oosten, projectleider van het samenwerkingsproject in de regio Amsterdam, zegt dat IPS een mooie en goede interventie is. Maar zijn zorg betreft vooral de lichte aandoeningen. Als die goed worden aangepakt, wordt veelal voorkomen dat ze zich ontwikkelen tot zware aandoeningen. Soms is alleen een lichte interventie nodig, zoals coaching. Dat kost bijna niets. Zijn pleidooi is om daar meer aandacht aan te besteden. 

Van Zuidam heeft er oog voor dat met name gemeenten vaak te maken hebben met mensen met lichtere aandoeningen. Zijn advies aan gemeenten is: verdiep je in goede systematieken. Als er goede interventies of methodieken zijn, moet er met het Zorginstituut Nederland worden gepraat over erkenning daarvan, zodat ze vergoed kunnen worden. Overigens heeft het ministerie van SZW geld beschikbaar gesteld om de doelgroep CMD via IPS naar werk te begeleiden. Het gaat hier zowel om UWV als gemeenten, en er is sprake van cofinanciering. Op dit moment wordt uitgewerkt hoe die regeling er precies uit gaat zien.

Kosten en baten

Stephan van Iperen, projectleider in Flevoland, werpt de vraag op of zorgverzekeraars structureel moeten financieren, of meer een aanjaagrol hebben. In zijn ogen is de aanjaagrol de meest geëigende. Hij bepleit bovendien dat gemeenten anders, meer als investering, naar ‘dure’ interventies zoals IPS gaan kijken. “Gemeenten vinden dat IPS veel geld kost. Maar is het ook echt duur, als je de kosten en baten tegen elkaar afzet?” Vanuit de zaal wordt gezegd dat zeker niet alleen de zorgverzekeraar zou moeten betalen. De baten komen immers bij meer partijen terecht.

De discussie over kosten en baten brengt Van Zuidam ertoe te zeggen dat Zilveren Kruis niet is begonnen met IPS vanwege de euro’s. Het gaat erom het leven van cliënten te verbeteren. Dat speelt hier net zo goed als bij het vergoeden van zeer dure medicijnen, aldus Van Zuidam.

Van Iperen pleit ervoor in beeld te brengen over hoeveel mensen het gaat als we het hebben over IPS, omdat er bij gemeenten angst voor een open eind regeling. Misschien vallen de aantallen wel mee. Vanuit de zaal zegt een IPS begeleidster dat een IPS traject over het algemeen drie jaar duurt. Is dat lang? Zij vindt van niet, als je ziet hoeveel jaren in de bijstand ermee zouden kunnen worden uitgespaard, en hoeveel zorgkosten. Desalniettemin is de betreffende GGZ instelling nu bezig om een tweejarig IPS traject uit te werken. Dat valt veel beter bij gemeenten.

Drechtsteden

In de regio Drechtsteden is samenwerking met zorgverzekeraar VGZ onderdeel van het project “werk is de beste zorg’. Het oorspronkelijke doel was om in de regio Drechtsteden 1000 mensen met psychische aandoeningen naar werk te helpen, vertelt Lenne van de Merwe, projectleider in Drechtsteden. “Maar al snel zagen we in dat het beter is om te beginnen met de vraag: wat hebben mensen dan nodig? Dat was onbekend terrein voor gemeenten, de Sociale Dienst Drechtsteden deed indertijd echt niets aan cliënten met een GGZ stempel. Nu vindt overleg plaats met GGZ-instelling Yulius om te bepalen of de betreffende cliënt kan werken en zo ja onder welke omstandigheden. VGZ was als zorgverzekeraar de initiatiefnemer voor deze samenwerking en is daarbij mede betrokken door een businesscase berekenaar te leveren. Het is nu al duidelijk dat er ongeveer 50% minder zorgkosten zijn. Daarvoor is wel een grote investering gedaan aan de gemeentelijke kant. De klantmanagers die klanten met een psychische aandoening begeleiden, hebben een aanmerkelijk lagere caseload dan gewone klantmanagers”, aldus Van de Merwe.

WMO

Van Iperen wijst erop dat er binnen gemeenten nog een andere financieringsbron is voor trajecten gericht op werk, namelijk de WMO. Machteld van de Wetering, regio Flevoland, vertelt dat in Almere binnen de WMO twee ton is gereserveerd voor werktrajecten. Dit vanuit de gedachte dat werk helpt bij herstel en niet alleen zorgt voor uitstroom uit de uitkering, maar ook uit voorzieningen zoals beschermd wonen. 

Vanuit de zaal wordt opgemerkt dat niet iedere gemeente er zo naar kijkt. Sommige gemeenten zien de Participatiewet als voorliggend op de WMO. Instrumenten en middelen worden dus niet gecombineerd ingezet maar volgtijdelijk. Een onterechte zienswijze, zo vinden velen. Er is immers een ontschot budget.

Dat neemt niet weg dat er in de praktijk toch vaak schotten zijn, ook in de budgetten, omdat Participatiewet en WMO vaak bij verschillende wethouders zijn belegd. En zoals iemand in de zaal zegt: “wethouders willen nu eenmaal graag scoren met hun eigen portefeuille.” Dat is voor Van Iperen een reden om de samenwerking tussen Participatiewet en WMO van onderop te organiseren en dat niet over te laten aan bestuurders.

Deelnemers aan het Arenagesprek:

  • Manon Draisma, Friesland
  • Stefan van Iperen, Flevoland
  • Lenne van de Merwe, Drechtsteden
  • Machteld van de Wetering, Flevoland
  • Peter van Zuidam, Zilveren Kruis

Vond u deze pagina interessant?

To prevent automated spam submissions leave this field empty.