Social Return in Noord-Nederland: flexibiliteit binnen duidelijke kaders

Friesland, Groningen en de kop van Drenthe pakken Social Return on Investment (SROI) gezamenlijk op met als opbrengst een heldere en uniforme werkwijze. Het beleid is in alle arbeidsmarktregio’s hetzelfde, maar wel met ruimte voor flexibiliteit en dialoog met opdrachtnemers. ‘Social Return is maatwerk en heeft het meeste resultaat als je het samen invult’, stellen projectleiders Rochelle van Belle en Eric Wams.

In Noord-Nederland geven gemeenten en provincies in het samenwerkingsverband ‘Social Return in de Regio’ gezamenlijk vorm en inhoud aan Social Return on Investment (SROI). De regionale aanpak van SROI begon in 2015 in Friesland. Groningen en de kop van Drenthe (dat bij de arbeidsmarktregio Groningen hoort) doen sinds 2016 ook mee. De regionale aanpak is samen te vatten in de volgende punten:

  • Duidelijkheid voor opdrachtnemers. Een eenduidig en uniform beleid bij alle aanbestedende diensten in de regio: opdrachtnemers weten waar ze aan toe zijn en kandidaten kunnen op meerdere projecten werkervaring opdoen vanwege de uniforme voorwaarden. 
  • Echte dialoog tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. In samenspraak wordt de SROI-afspraken vorm gegeven; dat vergroot de kans op een duurzame arbeidsrelatie.
  • Ken je bestand. Weet als opdrachtgevende gemeente wat de potentie is van de mensen in je bestand. Door de kwaliteiten van mensen goed te kennen worden matches beter en duurzamer.

TIPS

  • Steek SROI in vanuit doelmatigheid en niet vanuit de juridische invalshoek. Natuurlijk zijn er wetten en regels, zoals de Aanbestedingswet, en daarmee moet je rekening houden. Maar het gaat bij SROI om het doel.
  • Wees flexibel en beweeg mee met de arbeidsmarkt. Die is nu heel anders dan een aantal jaar geleden. Voorbeeld: mensen uit de doelgroep Banenafspraak hebben ook na twee jaar werkervaring in sommige gevallen nog intensieve begeleiding nodig bij reguliere werkgevers. Om te stimuleren dat zij ingezet worden op reguliere functies, worden zij permanent gewaardeerd binnen Social Return zolang zij geregistreerd staan in het Landelijk Doelgroepregister. 
  • Maak ruimte voor gesprek, maatwerk en creativiteit. Het SROI-beleid in de regio is eenduidig, maar het moet ook flexibel zijn. 

Duidelijkheid én dialoog

De uniformiteit van gemeentelijk SROI-beleid is inmiddels een feit, zegt Rochelle van Belle, projectcoördinator Social Return in de Regio Friesland. “Veel werkgevers staan open voor SROI. Ze hebben een sociaal hart, maar hebben ook een gesprekspartner nodig die hen ondersteunt bij de mogelijkheden en juiste verbindingen voor de inzet van kandidaten. Uit een evaluatie in 2016 bleek dat veel werkgevers zoeken naar een passende invulling. Nu is het veel vanzelfsprekender dat ze in bedrijfsprocessen nagaan of er kansen zijn voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Werkgevers zijn hier bewuster mee bezig en zien nu zelf vaak goede en originele mogelijkheden voor de inzet van diverse doelgroepen. SROI, toegepast als stimulans voor een meer maatschappelijke inzet, werpt daarmee vruchten af. We streven ernaar dat het een integraal onderdeel wordt van bedrijfsprocessen en niet een voorwaarde van buitenaf.” 

Ambitie is basis

Wat zijn nu de succesfactoren van de goedlopende SROI-aanpak in de noordelijke arbeidsmarkt? Van Belle en haar Groningse collega Eric Wams, projectleider Coördinatiepunt Social Return bij Werk in Zicht, wijzen in de eerste plaats op ambitie: de ambitie van gemeenten en andere betrokkenen om samen te werken, en de wil om te investeren in samenwerkingsverbanden. Iedereen heeft bepaalde belangen, visie, kennis en perspectieven. Belangrijk is om aandacht te hebben voor de rol van iedere partij en hen vanuit die rol te betrekken. De basis voor succesvolle regionale SROI is een goed ingeregelde samenwerking, stellen Van Belle en Wams. Daarbij doelen zij op de samenwerking tussen de publieke partijen. Werkgevers moet je daarmee niet vermoeien. Zij worden bediend door - en hebben het meeste baat bij - één loket.

Bestuurders en inkopers

Een voorwaarde is dat alle gemeentelijke geledingen zich herkennen in de regionale aanpak en daarbinnen tot hun recht komen. De samenwerkingsambitie moet zeker ook bij de bestuurders aanwezig zijn. In de totstandkoming van de werkwijze zijn altijd actieve sessies gehouden in ambtelijke samenwerking, bij de uitvoeringskant, inkoopkant en beleidskant. In de realisatiefase is veel aandacht besteed aan de opbouw van kennis, expertise en professionalisering aangaande het opnemen van SROI bij de inkoopkant. Inmiddels is dat geregeld, maar zij waren sterker gericht op de specifiek lokale context dan beleidsmedewerkers, vertelt Wams. Daarnaast is oog voor de intergemeentelijke verhoudingen een must. Wams: “Met name de kleinere gemeenten hebben behoefte aan delen van kennis. Centrumgemeenten moeten ervoor waken hun visie voor te schrijven aan de andere gemeenten.”

Opleidingen koppelen

Waar liggen de uitdagingen voor de toekomst? Nu de arbeidsmarkt aantrekt, wordt het belang van opleiden groter, aldus Van Belle en Wams. Er komen meer mensen aan het werk, en daardoor komen de meer kwetsbare doelgroepen in beeld voor het vervullen van vacatures. Die hebben vaak iets extra’s nodig qua scholing en opleiding. “Ze moeten de kans krijgen hun inzetbaarheid te vergroten met opleidingen en certificaten om op deze wijze duurzaam inzetbaar te zijn op de arbeidsmarkt”, aldus Van Belle. Daarom wordt nu bezien of er een structurele regionale opleidingsstructuur kan worden neergezet die het invullen van banen in het kader van SROI ondersteunt. Het coördinatiepunt Social Return werkt daarbij samen met een netwerk van opleidings- en scholingsinstellingen: ROC’s , AOC’s, EPI-kenniscentrum, FIKS en de Hanze Hogeschool. Maar ook werkgevers kunnen opleidingen aanbieden. 

1000-Banenplan Groningen

Een specifieke uitdaging ligt daarbij in het 1000-Banenplan voor Groningen. Een ambitieus plan voor het aardbevingsgebied, tot stand gekomen in samenwerking met Rijk, gemeenten, provincie en sociale partners om duizend mensen duurzaam aan het werk te helpen. De betrokken gemeenten gaan met werkgevers uit de bouw en techniek in gesprek om te bepalen welke beroepen in te toekomst gevraagd worden, aan de hand van een regionale aanbestedingskalender. Op deze kalender staan de aanbestedingen die de deelnemende partijen de komende jaren op de markt zetten, zodat een goed beeld ontstaat in welke sectoren opdrachten worden verstrekt. Door meerjarig te kijken kunnen ook betere trajecten voor scholing van personen worden georganiseerd. Zo wordt ingespeeld op de toekomstige behoefte aan personeel. Vervolgens worden met de onderwijsinstellingen én bedrijfsscholen mensen voorgeschoold om in die behoefte te voorzien. In samenwerking met het EPI-kenniscentrum worden scholingstrajecten op maat ontwikkeld. Er wordt onderzocht of deze werkwijze ook op andere sectoren toepasbaar is. 

Maatwerk

De daadwerkelijke invulling van de SROI-verplichting gaat het best door de dialoog aan te gaan, stelt Van Belle. De kunst is om gezamenlijk de voor iedereen optimale aanpak te formuleren. Het doel staat vast, waarbij het beleid veel ruimte geeft om de weg ernaartoe op passende wijze in te vullen. “Je streeft naar win-win situatie, dat geeft de grootste kans op duurzaam effect. SROI is geen wondermiddel”, waarschuwt Wams. “Maar in gezamenlijkheid kunnen we wel wat betekenen voor mensen die nu aan de zijlijn staan. Blijf er reëel over nadenken, ook richting opdrachtnemers en creëer geen draak. Het is maatwerk en er is flexibiliteit nodig. Als bij een opdracht maar 5 procent van de waarde bestaat uit de loonsom, kun je niet vragen om SROI ter waarde van 5 procent van de opdracht.”

Resultaten

De voortgang van SROI en de resultaten worden overzichtelijk in beeld gebracht met het in Friesland ontwikkelde monitoringssysteem Social Return in de Regio. (zie https://socialreturninderegio.nl/social-return/rapportagesysteem). De regionale benadering van SROI wordt inmiddels in ongeveer 470 projecten in uitvoering toegepast. Daarbij gaat het om ongeveer 600 plaatsingen.

In het voorjaar 2018 is ook regio Gorinchem aangesloten op de werkwijze Social Return in de Regio, waarbij zij een uniform regionaal beleid en werkwijze toepassen. Social Return in de Regio voorziet in een platform voor regio’s die in regionaal verband samen willen werken en de werkgeversdienstverlening uniform en krachtig willen neerzetten. Social Return in de Regio biedt daarin de ruimte aan overheden om zich hierbij aan te sluiten.

Het Coördinatiepunt Sociale Return

Het coördinatiepunt Social Return is de spin in het web van SROI in de noordelijke arbeidsmarktregio’s. Het speelt verschillende rollen:

  • Expertisecentrum: kennisknooppunt voor alle betrokkenen bij Social Return in de arbeidsmarktregio Fryslân en arbeidsmarktregio Groningen (inclusief de kop van Drenthe).
  • Een verbindende rol in het netwerk van de spelers, zowel opdrachtgevers (aanbestedende diensten) als bedrijven die als opdrachtnemer een contractafspraak SROI hebben.


Vanuit Rijk, provincie en gemeenten zijn het niet alleen de inkopers, maar ook accountmanagers en beleidsmedewerkers die deelnemen aan het samenwerkingsverband. Het doel van het coördinatiepunt is duurzaam matchen van kandidaten en werkgevers. Daarom is er een structurele plaats voor werkgeversservicepunten en accountmanagers van sociale diensten. Het is mensenwerk, dus juist de werkgeversdienstverlening speelt hierin een essentiële rol. De meerwaarde is dat via het coördinatiepunt een breed samenwerkingsnetwerk wordt aangesproken, de scope voor zowel werkgevers als voor kandidaten breder wordt. Voor kandidaten kunnen baankansen in een veel groter gebied worden uitgezet over projecten heen, wat de kansen op een duurzame plaatsing vergroot. Uitgangspunt is dat het niet uitmaakt waar een kandidaat vandaan komt, als de match maar goed is.  

Contact

Rochelle van Belle - Social Return in de Regio
E-mail: info@socialreturninderegio.nl
Tel.: 06 – 5258 5969

Relevante links

Vond u deze pagina interessant?

To prevent automated spam submissions leave this field empty.