Van vso en PrO naar de arbeidsmarkt: zo doen ze dat in Zutphen en Lochem

‘We overleggen drie keer per jaar over elke schoolverlater’ 

Het is van groot belang dat jongeren die het speciaal of praktijkonderwijs afronden snel een goede plek vinden; op het mbo, bij een werkgever of in dagbesteding. Het Plein in Zutphen sloot een convenant met drie scholen in de regio om de aansluiting tussen school, werk en de Participatiewet zo soepel mogelijk te laten verlopen.

 “Leerlingen uit het speciaal en praktijkonderwijs die langere tijd thuis zitten, verliezen in hoog tempo kennis en vaardigheden. Dat is vervelend voor alle betrokkenen. De school en de leerling zien hun inspanningen verdampen, de gemeente ziet haar uitkeringskosten stijgen”, vertelt Christel Bouwman, manager dienstverlening bij Het Plein in Zutphen. Het Plein is uitvoerder van de Participatiewet voor de gemeenten Lochem en Zutphen. Voor Zutphen voert het daarnaast de bijzondere bijstand en minimaregelingen, schulddienstverlening en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning uit.

Tips van Het Plein

  • Ga in gesprek met de scholen voor speciaal onderwijs en praktijkonderwijs in de regio.
  • Kijk wat je wettelijke taak is en zoek dan de aansluiting.
  • Maak gebruik van de kennis en expertise van deze scholen; breng niet zelf alles opnieuw in kaart.
  • Laat je inspireren! Het is leuk om samen te werken met mensen die zoveel kennis, vaardigheid en passie in huis hebben.

Met dezelfde maten meten

“De Participatiewet stelt werken centraal. Dat is goed. De Wajong en Wsw gaven veel minder prikkels om aan de slag te gaan. Er werd wel gekeken of iemand aan het werk kon, zo nodig bij een sociale werkvoorziening, maar de focus lag meer op de beperking dan op de mogelijkheden. Daardoor belandden aardig wat jongeren op de bank. Dat is bij ons echt verleden tijd. Wij vinden voor iedereen een plek.”

Om die belofte waar te maken, sloot Het Plein in het najaar van 2015 een convenant met drie scholen in de regio: de Anne Flokstraschool (vso), Praktijkschool Zutphen (PrO) en Intermetzo onderwijs (vso). De partijen hebben afgesproken dat zij actief samenwerken in de begeleiding van jongeren naar de arbeidsmarkt en dat zij dit volgens dezelfde werkprocessen doen. “Zo gebruiken we allemaal Dariuz om de competenties en loonwaarde van de leerlingen in kaart te brengen. Wij meten met dezelfde maten en spreken dezelfde taal. Dat scheelt een hoop discussie en tijd.”


‘Wij weten precies wie welke afslag neemt’

Wat heeft deze leerling in huis?

“De scholen kennen hun leerlingen goed”, vervolgt Bouwman. “Het zou hartstikke zonde zijn om te wachten tot deze jongens en meiden bij ons aankloppen en dan helemaal opnieuw in kaart te brengen wat zij kunnen en willen. De scholen hebben die informatie! Daarom kijken wij al in het laatste leerjaar mee. We schuiven drie keer per jaar aan om over elke schoolverlater te overleggen. Wat heeft deze leerling in huis? Wat wil hij of zij? En welke concrete mogelijkheden zijn er? Wij weten precies wie welke afslag neemt.”

Het praktijkonderwijs is al erg gericht op arbeid, vertelt Bouwman. De leerlingen doen veel werkervaring op tijdens stages; in hun laatste jaar maar liefst vier dagen in de week. Om hun competenties en loonwaarde te meten, vullen zij zelf en hun leidinggevende een vragenlijst in over hun functioneren. Daaruit rollen scores op tien arbeidscompetenties en een aantal leervragen waarmee de jongere onder begeleiding van school en werkgever aan de slag gaat. De inzet is dat zij vanuit hun stage doorstromen naar een vaste baan.

Vinger aan de pols

Vanuit het vso is de doorstroom naar werk iets kleiner dan vanuit het praktijkonderwijs, vertelt Bouwman. “Maar de afspraken en de lijntjes die we met elkaar hebben, zijn dezelfde: we bespreken elke individuele leerling en meten ieders competenties en loonwaarde met Dariuz. De resultaten van de diagnoses en assessments worden opgenomen in het portfolio. Komen deze jongeren dan vervolgens bij ons, dan kunnen we de voorselectie overslaan en ons meteen voor hen gaan inspannen. Bijvoorbeeld door op zoek te gaan naar dagbesteding, een leerwerkplek of een relevante training.”

In totaal trekken de scholen en Het Plein twee jaar op in de begeleiding en nazorg van leerlingen. “In het laatste schooljaar kijken wij met school mee, in hun eerste vervolgjaar houdt de school vinger aan de pols. De school is een veilige haven voor deze jongeren. Het is prettiger voor hen om nog eens op school terug te komen en te vertellen hoe het nu gaat, dan om dat bij een klantmanager te doen met wie zij toch minder vertrouwd zijn. Als de school signaleert dat ondersteuning vanuit de gemeente gewenst is, springen we bij.”

Werkgeversondersteuning: ook samen

Met het convenant hebben de scholen en Het Plein een belangrijke stap gezet, maar zonder instrumenten als loonkostensubsidie en no risk-polissen lukt het niet, zegt Bouwman. “Het risico op uitval is best groot. Je kunt niet tegen een ondernemer zeggen: zoek maar uit hoe je dat oplost. De werkgevers hebben ondersteuning nodig, ook financieel. Samen met de scholen zorgen we daarvoor, ook weer door gebruik te maken van elkaars expertise. Zij weten precies wat de leerlingen nodig hebben, wij kennen alle regelingen en begeleidingsmogelijkheden.”

Contact

Meer informatie over de aanpak van Het Plein in Zutphen?
Christel Bouwman: c.bouwman (at) zutphen.nl, 06 – 20 90 22 54



 

Vond u deze pagina interessant?

To prevent automated spam submissions leave this field empty.