Ga maar kijken wat je kunt
Een groot voordeel is volgens Van der Hof dat er bij een kringloopwinkel heel divers werk gedaan wordt. ‘Dus de kwalificatiedossiers op het gebied van retail, logistiek, facilitair en zelfs een stukje horeca kunnen allemaal hier uitgevoerd worden.
Van Koll benadrukt dat daardoor iemands uitstroomperspectief minder vastligt dan binnen de sociale werkvoorziening. ‘We zeggen ga maar kijken wat je kunt. We hebben veel werkzaamheden die je kan gebruiken om mensen iets aan te leren. Nog los van dingen als met collega’s en klanten werken en op tijd komen.’
Van der Hof: ‘De partners die mensen bij ons plaatsen begeleiden hen vervolgens weer naar de arbeidsmarkt. Onze job is om mensen die bij Het Goed mee komen werken werknemersvaardigheden en vakvaardigheden aan te leren waarmee zij een volgende stap kunnen gaan zetten.’
Teamgevoel
Ze wijst op nog iets wat van belang is om mensen zich te laten ontwikkelen: het teamgevoel bij Het Goed. ‘Iedereen heeft dat paarse shirt van het Goed aan en gaat ‘s avonds naar huis met het gevoel een steentje bijgedragen te hebben. Je hoort er gewoon bij. Dat maakt dat mensen in staat zijn om te groeien in zelfvertrouwen en daardoor veel meer te leren.’
‘Het gebeurt wel eens dat mensen met frisse tegenzin bij ons komen voor bijvoorbeeld een Werkfit-traject en denken: bah, een kringloopwinkel, kan ik niet bij de Hema gaan werken? Maar na 3 weken willen ze vaak helemaal niet weg omdat het hier zo leuk is.’
Ondersteuning door SBB
Van der Hof is blij met de nauwe samenwerking met SBB. ‘We hebben in 2021 een overkoepelende samenwerkingsovereenkomst met SBB afgesloten voor alle 30 vestigingen en daar horen verplichtingen bij. SBB voert jaarlijks een audit uit om onze kwaliteit als leerbedrijf in kaart te brengen. We zijn trots dat we steeds goede resultaten laten zien en uitstekende praktijkbegeleiding bieden.
Financiering
Wel vindt ze het jammer dat het zoeken naar financiering van praktijkleerroute zoveel energie kost. ‘Een opleiding in de derde leerweg wordt niet betaald door het ministerie van OCW. Dat betekent in de praktijk dat de werkgever, de medewerker of eventueel een derde partij de opleiding betaalt. En kosten daarvoor verschillen enorm per onderwijsinstelling. In Nuenen nam De Achthonderd deze kosten gelukkig op zich. Ik wou dat de overheid deze vorm van praktijkleren zelf regelde, want het is een hele goede manier om mensen te helpen een stap op de arbeidsmarkt te zetten.’