Communicatie, hét thema voor mensen met een zintuiglijke beperking

Werkpad is een organisatie die mensen met een zintuiglijke beperking aan het werk helpt. Het gaat om mensen die een probleem hebben met horen, zien, met autisme of met een taalstoornis; onder hen ook veel hoogopgeleiden. 

Nee, alsjeblieft niet zelf knutselen. Het aan het werk helpen van mensen met een zintuigelijke beperking is echt werk voor specialisten, zegt Bert van Lith, die voor de organisatie Werkpad mensen met onder meer een auditieve beperking aan het werk helpt. “Sommige re-integratiebedrijven laten zich ertoe verleiden om slechthorenden te bemiddelen – ‘mijn opa is ook doof dus ik heb er ervaring mee’, hoor je dan.  Maar dat is lang niet voldoende. En besef: je werkt met mensen.”

Auditieve beperkingen zijn er verschillende gradaties. Hoor je pas vanaf 20 decibel, dan moet de tv wat harder en hoor je de klok niet meer. Met een beperking van 40 tot 60 decibel kost het moeite om woorden als ‘baas’, ‘haas’ en ‘kaas’ te onderscheiden.  Mensen met een beperking van 60-80 decibel horen het verschil niet tussen een vrachtauto en een vliegtuig. Vanaf 80 decibel hoor je nog wel klanken maar is geluid nog veel moeilijker te plaatsen of te verstaan.

Naar schatting 8 procent van de beroepsbevolking – 620.000 mensen – is visueel beperkt. Zo’n 5,4 procent  – 416.000 mensen – is slechthorend.  Ruim 200.000 mensen melden problemen met ‘horen’ op het werk. Het probleem is dat de arbeidsmarkt aan het veranderen is: communicatie wordt steeds belangrijker, ook voor de mensen die traditioneel met hun handen werkten. En juist ‘communicatie’ is lastig voor mensen met een zintuigelijke beperking.

TIPS

  • Besef dat het gaat om een gevarieerde, zeer gemotiveerde doelgroep
  • Besef dat hetzelfde werk voor iemand met een zintuiglijke beperking veel meer energie kost
  • Ga niet zelf proberen iemand met een zintuiglijke beperking aan het werk te helpen, schakel een specialist in
  • Goede communicatie met de leidinggevende en de collega’s is essentieel

Vaststellen mate van beperking

Een traject van Werkpad begint met het vaststellen van de mate van beperking. Volgen Van Lith noemen sommige mensen zichzelf slechthorend, terwijl ze eigenlijk doof zijn, zij hebben dan een geluidverlies boven de 80 dB . En iemand met een gehoorapparaat of een implantaat moet leren wát hij hoort, want alle geluiden komen even hard binnen. Of het nu een gesprek is of het gezoem van de airco.

Vandaar dat het belangrijk is een slechthorende niet in een rumoerige ruimte te zetten. Collega’s moeten proberen duidelijk te spreken en in ieder geval bijvoorbeeld geen hand voor hun mond te houden. En misschien moeten ze wat meer per mail of per app communiceren.

Relatief veel hoogopgeleiden

Vervolgens is het een zaak een goede match te vinden. Anders dan veel anderen die onder de Participatiewet vallen, gaat het bij mensen met een zintuigelijke beperking om een doorsnede van de samenleving: er zitten relatief veel hoogopgeleiden tussen. Iedereen kan immers doof of blind worden.

Veel vrouwen willen werken op de administratie, aldus Van Lith. “Maar daar hebben ze veel concurrentie van herintreders en als ze moeten telefoneren, wordt het lastig. Onze taak is het dan om te kijken of we de afdeling zo kunnen organiseren. Wanneer er bijvoorbeeld tien personen werken, kan er door negen mensen wel gebeld én een niet.”

Het allerbelangrijkste in de ondersteuning van mensen met een auditieve beperking is zorgen dat de communicatie goed wordt en blijft, benadrukt Van Lith. “Zorg dat er goede verlichting is om spraakafzien goed mogelijk te maken. Vertel collega’s dat ze geen hand voor hun mond moeten houden als ze spreken. Zet het bureau zo neer dat je zicht hebt op de deur en weet dat er iemand binnenkomt. Precies daarom kijken we heel goed naar de werkplek. Dan zijn er eigenlijk geen banen die niet door iemand met een auditieve beperking gedaan kunnen worden.”

Vak apart

Ook volgens Marja Joosten die zich als arbeidsconsulent en jobcoach bij Werkpad vooral werkt voor mensen met een visueel beperkten, is het echt een vak apart. Ieder mens is anders, iedere werkplek is anders, iedere visuele beperking verschilt en ook hoe iemand daarmee omgaat.

Die grote variëteit leidt wel eens tot ‘ruis’. Joosten geeft het voorbeeld van een man met een blindenhond die plaatsneemt op een terras, het menu raadpleegt en zijn biertje bestelt. Een kwartier later stopt er een man op een fiets. Hij neemt ook plaats op het terras en vraagt de verbouwereerde kelner om het menu even voor te lezen.

Informatie anders opnemen

“Slechtzienden nemen informatie anders op. Ze herkennen mensen aan hun stem of hun silhouet. Ook hun mobiliteit is anders. Ze kunnen niet op de borden kijken, dus moeten ze van tevoren uitzoeken hoe de route is, of deze veilig is, in welke trein je stapt… Voor veel mensen is verlichting ook een groot punt: voor de een mag dat niet te fel zijn, de ander heeft juist behoefte aan veel licht.”

Samen met werkgevers probeert Joosten passend werk te vinden of werk passend te maken. Door aanpassingen zoals vergrote computerschermen of aanpassing van de verlichting. Job carving – het herschikken van taken tussen functies – kan ook een oplossing zijn. “Verder is het belangrijk ook de leidinggevenden en de collega’s in te lichten. Zo weet een blinde niet als je een hand naar hem uitsteekt. Dat moet je dus melden. Soms vergeten de collega’s de ‘spelregels’, en moet je die weer even updaten.”

    Contact

    Vond u deze pagina interessant?