Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Laatst bijgewerkt op 14 januari 2019
Omschrijving: 

Lage-inkomensvoordeel (LIV) is een belastingmaatregel ingevoerd per 1 januari 2017 en is bedoeld om de arbeidsparticipatie aan de onderkant van de arbeidsmarkt te stimuleren.

Doelgroep (voor wie kan dit instrument, methode of interventie worden ingezet?): 
Kosten/Subsidiebedrag: 

Subsidiebedrag maximaal € 1000 -  € 2000 per werknemer per jaar bij een 38-urige werkweek.

Doelstelling: 

Het lage-inkomensvoordeel is onderdeel van een nieuw belastingsysteem met tegemoetkomingen in de vorm van loonkostenvoordelen. Het doel is het voor werkgevers financieel aantrekkelijk te maken om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen (zoals ouderen en mensen met een arbeidsbeperking).

Algemene informatie: 

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is per 1 januari 2017 ingevoerd. Het LIV is voor werkgevers die een werknemer in dienst hebben met een uurloon tussen 100% en 125% van het minimumloon.

Voor werkgevers geldt het LIV voor elke werknemer die voldoet aan de volgende 4 voorwaarden:

  • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
  • De werknemer heeft een gemiddeld uurloon van minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 22 jaar en ouder.
  • De werknemer heeft ten minste 1.248 verloonde uren per jaar.
  • De werknemer heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

Het voordeel varieert van maximaal € 1.000 tot maximaal € 2.000 per werknemer en is afhankelijk van het uurloon. Onderstaande bedragen van het gemiddelde uurloon zijn voorlopige bedragen en kan geen recht aan worden ontleend. Zie voor een berekening per werknemer ook de digitale calculator voor werkgevers.

  • Voor werknemers die tenminste 100 en maximaal 110% van het WML (minimaal € 9,54 en maximaal € 10,49) verdienen, krijgt de werkgever een vergoeding van € 1,01 per verloond uur met een maximum van € 2.000.
  • Voor werknemers die tussen tenminste 110 en maximaal 125% van het WML (minimaal € 10,50 en maximaal € 11,92) verdienen, krijgt de werkgever een vergoeding van €0,51 per verloond uur met een maximum van € 1.000.

Voor het lage-inkomensvoordeel geldt geen minimum leeftijdsgrens. De voorwaarde is dat het loon gelijk of hoger is dan 100% van het wettelijk minimumloon voor een 23-jarige of ouder. Dus indien een jongere een salaris verdient tussen 100 en 125% van het wettelijk minimum loon dat geldt voor 23-jarigen of ouder, komt een werkgever in aanmerking voor een tegemoetkoming. Het recht op het lage-inkomensvoordeel stopt als de AOW-gerechtigde leeftijd is bereikt.

Het Wetsvoorstel tegemoetkomingen loondomein is onderdeel van het pakket Belastingplan 2016. De invoering van het Wetsvoorstel gaat in fases; na de invoering van het lage-inkomensvoordeel in 2017, volgen naar verwachting de overige loonkostenvoordelen (ook wel premiekortingen genoemd) in 2018.

Een werkgever kan gebruik maken van de regelhulp om te weten of hij recht heeft op een premiekorting, het LIV of loonkostensubsidie. Daarnaast is er voor werkgevers een calculator van de Rijksoverheid die berekent in maximaal zeven stappen de (op de situatie van de werknemer afgestemde) hoogte van deze financiële tegemoetkomingen voor de komende jaren.

Werkwijze

De Belastingdienst keert op basis van gegevens van UWV de LIV vergoeding over 2017 aan werkgevers in 2018 automatisch uit. Voor het recht op het lage-inkomensvoordeel hoeven werkgevers dus geen aanvraag in te dienen. De werkgever moet alleen bij de aangifte loonheffingen over 2017 het aantal verloonde uren goed invullen. UWV beoordeelt op basis van de polisadministratie voor welke werknemers een werkgever recht heeft op het lage-inkomensvoordeel (LIV).

Het uitbetalen gaat als volgt:

  1. vóór 15 maart 2018 verstuurt UWV een voorlopige berekening van het LIV aan de werkgever. Die berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over 2017 die de werkgever tot en met 31 januari 2018 heeft gedaan.
  2. Tot en met 1 mei 2018 kan de werkgever correcties over 2017 sturen. Die worden nog meegenomen in de definitieve berekening van het LIV aan de werkgever. Correcties na 1 mei worden niet meer meegenomen. Deze correcties komen wel in de polisadministratie.
  3. De Belastingdienst stuurt vóór 1 augustus 2018 de definitieve berekening van het LIV aan de werkgever. Dat gebeurt op basis van de gegevens van UWV.
  4. Uiterlijk op 12 september 2018 wordt het LIV uitbetaald aan de werkgever.

Betrokken organisatie

Ministerie van Financiën

Contact: 

Het klantcontactcentrum van Antwoord voor bedrijven:

Telefoon 14088 of (0)88 602 4400

Bereikbaar op werkdagen van 9:00 tot 12:00 en van 14:00 tot 17:00 uur. Op maandagen vanaf 10:00 uur. Zie voor andere contact opties het Ondernemersplein

Vond u deze pagina interessant?

To prevent automated spam submissions leave this field empty.