Overslaan en naar de inhoud gaan

Vragen uit de praktijk over de banenafspraak

Het landelijke team Banenafspraak van het UWV ontvangt regelmatig vragen over allerlei onderwerpen die betrekking hebben op Banenafspraak. Op deze pagina vind je antwoord op de veelgestelde vragen die zij ontvangen.

  • Volledige vraag van een adviseur werkgeversdienstverlening  

    Een werkgever vertelt mij dat kandidaten een screenshot van Mijn UWV naar hem moeten mailen als zij solliciteren zodat hij bewijs heeft dat zij in het doelgroepregister zijn opgenomen. Is dit de bedoeling of is er ook een andere manier waarop kandidaten kunnen aantonen dat zij onder de doelgroep banenafspraak vallen?”

    Antwoord 

    Dit is zeker niet de bedoeling. De werkgever heeft een eigen mogelijkheid, in het werkgeversportaal van UWV, om vast te stellen of een sollicitant tot de doelgroep banenafspraak behoort.

    Toelichting 
    De werkgever mag tijdens de sollicitatieprocedure aan zijn sollicitant het burgerservicenummer (BSN) vragen om te checken of de sollicitant is opgenomen in het doelgroepregister. Zie de toelichting bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

    Met het BSN kan de werkgever in het werkgeversportaal op uwv.nl, via de tegel ‘Opvragen registratie doelgroepregister’, checken of de sollicitant in het doelgroepregister is opgenomen.

    Op basis van het bsn kunnen werkgevers via het Werkgeversportaal van UWV ook nagaan of een stagiair, uitzendkracht of werknemer in het doelgroepregister is opgenomen. Er verschijnt bij de check op bsn een ‘ja’ of een ‘nee’, verder niets.  

    Ook kunnen werkgevers op basis van hun loonheffingennummer(s) nagaan of zij mensen in dienst hebben die tot de doelgroep behoren. Van deze werknemers wordt dan het bsn getoond.  

    UWV mag deze informatie verstrekken o.g.v. artikel 38d, lid 7, van de Wfsv. 

    Een uitgebreide beschrijving van de do’s en don’ts in deze situatie lees je in de pdf De Wet banenafspraak en de privacy Deze vind je op de pagina Kennisdocument Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (2025). Het gaat dan om de antwoorden op de vragen bij onderwerp 1: ‘Wat mag een werkgever doen om te achterhalen of een (potentiële) werknemer tot de doelgroep banenafspraak behoort?’

    Zo mag de werkgever AVG technisch gezien niet eens vragen of de werknemer tot de doelgroep banenafspraak behoort omdat hij daarmee een gezondheidsgegeven uitvraagt. Het opvragen van het BSN mag met dit doel dus wel. 

  • Volledige vraag vanuit de gemeente

    Wij hebben forfaitaire LKS en een jobcoach ingezet en toch is de werknemer op zijn verzoek uitgeschreven uit het doelgroepregister door UWV. Heeft UWV juist gehandeld?”

    Antwoord

    Ja, in dit specifieke geval is de uitschrijving conform wet- en regelgeving.

    Toelichting
    De werknemer is in 2017 opgenomen in het doelgroepregister op basis van zijn aanvraag beoordeling arbeidsvermogen in combinatie met een bewijs van zijn deelname aan het Praktijkonderwijs (PrO). Een bewijs van deelname aan het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) had ook volstaan. De wetgever heeft bepaald dat UWV in zo’n geval geen sociaal medische beoordeling uitvoert, maar uitsluitend administratief-juridisch toetst of de aanvrager in aanmerking komt.

    De wetgever heeft in 2016 bepaald dat deze mensen zich desgevraagd zonder beoordeling kunnen laten uitschrijven: “Indien mensen uit deze groepen van mening zijn dat het niet meer in hun belang is om in het doelgroepregister te zijn opgenomen, kunnen zij in zo’n geval UWV verzoeken om zonder beoordeling uit het doelgroepregister te worden verwijderd.” 
    Let op! Deze mogelijkheid vervalt zodra zij (tevens) een registratie in het register krijgen die wél via een inhoudelijke beoordeling tot stand is gekomen. Daar is bijvoorbeeld sprake van op het moment dat de gemeente een verminderde loonwaarde heeft vastgesteld na een loonwaardebepaling op de werkplek.

    Terug maar de casus… 
    De inzet van forfaitaire LKS en/of jobcoaching door de gemeente leidt niet tot een (extra) registratie in het doelgroepregister. Omdat de werknemer sec een registratie op grond van zijn PrO-achtergrond had, was er voor UWV geen aanleiding om navraag bij de gemeente te doen of anderszins een onderzoek in te stellen. Het uitschrijfverzoek is conform geldende wet en regelgeving (artikel 3.2 Besluit SUWI) ingewilligd en de beslissing is in kopie naar de belanghebbende gemeente en werkgever gestuurd.

    Na de Praktijkroute
    Als de gemeente na de forfaitaire periode LKS toekent op grond van een loonwaardebepaling op de werkplek dan volgt weer opname in het doelgroepregister (via de zgn. Praktijkroute). De werknemer kan zich dan pas (opnieuw) laten uitschrijven op het moment dat hij zelfstandig, zonder inzet van gemeentelijke re-integratievoorzieningen, het wettelijk minimumloon kan verdienen.

  • Hoe mensen een uitschrijfverzoek kunnen indienen staat beschreven op uwv.nl: Kan ik mij laten uitschrijven uit het doelgroepregister?

    Mensen kunnen op Mijn UWV (inloggen via DigID) checken of ze ingeschreven staan in het doelgroepregister. Daar kunnen ze ook een uitschrijfverzoek indienen via het formulier 'Aanvraag uitschrijven doelgroepregister'. Voordat ze dit verzoek indienen lezen ze eerst een pop-up waarin geadviseerd wordt om i.g.v. werk eerst in overleg te gaan met de werkgever omdat uitschrijving consequenties voor de werkgever kan hebben (en dus indirect ook voor de werknemer). Mensen lezen ook dat UWV de eventuele werkgever over een eventuele uitschrijving informeert omdat deze belanghebbende is.

  • Kort gezegd kan iemand zich laten uitschrijven als hij niet meer aan de voorwaarden voldoet om ingeschreven te staan. Een PrO- of VSO-achtergrond houd je echter. Iemand die uitsluitend op díe grond geregistreerd staat kan zich ten alle tijden echter laten uitschrijven, omdat er aan de opname geen inhoudelijke beoordeling ten grondslag ligt (maar slechts een administratief-juridische; wel/niet deelgenomen aan VSO/PrO).

    Zodra de voormalig VSO/PrO-leerling echter met LKS op grond van een loonwaardebepaling werkt komt er een gemeentelijke grondslag voor registratie bij: de verminderde loonwaarde (praktijkroute). Bij een uitschrijfverzoek checkt UWV in dat geval bij de woongemeente of er nog sprake is van werken met gemeentelijke ondersteuning. Zolang er nog LKS of een jobcoach verstrekt wordt, is uitschrijving niet mogelijk; de persoon verdient dan immers niet zelfstandig het WML en voldoet dus nog aan de voorwaarden voor registratie.

    Een gemeentelijke grondslag ‘verminderde loonwaarde’ maakt het voor UWV noodzakelijk om bij de gemeente te informeren of de persoon nog met ondersteuning werkt. Als de persoon zonder gemeentelijke ondersteuning het WML (per maand) verdient dan kan de grondslag ‘verminderde loonwaarde’ beëindigd worden en kan aan het verzoek voldaan worden om de registratie als geheel te beëindigen. Zowel de persoon in kwestie als zijn belanghebbende werkgever worden hierover geïnformeerd.

    Indien het uitschrijfverzoek niet toegekend kan worden, dan wordt alleen de persoon zelf daarover geïnformeerd.

    TIP: De regionaal arbeidsdeskundige van UWV kan dit soort vragen ook prima helpen beantwoorden. 

  • Vraag vanuit de gemeentelijke uitvoering
    “Cliënte staat in het doelgroepregister. Zij is medisch urenbeperkt. Nu wil zij meer uren gaan werken dan de arts van UWV destijds heeft vastgesteld. Mag zij, als is vastgesteld dat zij voor 20 uur belastbaar is, meer werken dan dit aantal uren? Zo ja, heeft dit consequenties voor haar indicatie en/of no-riskpolis?” 

    Antwoord 
    Ja, zij mag meer werken. Zij is zelf verantwoordelijk voor het aantal uren dat zij gaat werken. Ook als zij in overleg met haar werkgever meer (of minder) gaat werken dan zij zou kunnen volgens de beoordeling van UWV. Dat heeft geen consequenties voor de registratie in het doelgroepregister; zij verliest daardoor niet haar registratie of iets dergelijks. 
    Voor de Ziektewet verzekering/no-riskpolis maakt het ook niet uit, zij is verzekerd voor het aantal uren dat zij werkt. De Ziektewet kent geen uitsluitingsgrond wegens teveel werken ten schade van de gezondheid.

    Toelichting
    Voorwaarde bij bovenstaand antwoord is dat cliënte op het moment dat zij meer gaat werken niet arbeidsongeschikt is voor haar werk (de zogenaamde maatgevende arbeid) en daarvoor ziekengeld ontvangt. Ontvangt zij wel een Ziektewet-uitkering op het moment dat zij meer uren gaat werken dan kan UWV eventueel een maatregel opleggen (op grond van artikel 45, lid 1, onder b, van de Ziektewet) als ‘door haar gedraging de genezing wordt belemmerd of als zij daardoor onvoldoende meewerkt om aanpassing aan haar ziekte of gebrek te verkrijgen’. 

    Tot slot 
    Als zij ziek wordt na haar contractuele urenuitbreiding dan is de werkgever verplicht het hogere loon door te betalen, maar wordt het Ziektewet-dagloon niet gelijk op het hogere loon gesteld. Het dagloon wordt zoals gebruikelijk vastgesteld op het gemiddelde loon dat zij in de referteperiode voor de eerste ziektedag ontving.  

  • Dit is een terugkerende vraag vanuit zowel gemeente- als UWV-collega's.

    De banenafspraak kent geen einddatum. Wel eindigt in 2026 het ingroeipad. Oftewel, de opbouw in de reeks met afgesproken aantallen loopt dan af. De banenafspraak gaat in 2026 over naar een structurele situatie waarin 125.000 extra banen gerealiseerd moeten blijven (worden) ten opzichte van de nulmeting.

    Dat is de afspraak uit het sociaal akkoord van 2013, vastgelegd in de banenafspraak. Alleen een structurele ambitie en afspraak doet immers recht aan het uitgangspunt dat iedereen in Nederland mee moet kunnen doen aan de arbeidsmarkt. Ook mensen die daarbij ondersteuning nodig hebben. 

    Voor een visuele weergave van het ingroeipad en de structurele situatie vanaf 2026 attenderen we je graag op de tabel in het antwoord op vraag 4 van het Kennisdocument 

    Kennisdocument Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (augustus 2025) | Publicatie | Rijksoverheid.nl

    De banenafspraak als zodanig loopt dus door. Wel is de doelgroep banenafspraak beperkt verbreed per 1 januari 2026, op basis van het wetsvoorstel vereenvoudiging banenafspraak.

    Het betreft mensen:

    Toekomst van de banenafspraak

    Voor de langere termijn wil het kabinet toewerken naar een stelsel waarbij de ondersteuning dia mensen nodig hebben leidend is en niet langer de uitkeringssituatie van iemand of de groep waartoe iemand behoort.

    Zie de kamerbrief juni 2025 over de toekomstvisie banenafspraak Kamerbrief verbeteringen banenafspraak | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

  • Vraag vanuit een sociaal ontwikkelbedrijf: “Ik kan nergens terugvinden of iemand meteen bij indienstneming opgenomen moet zijn om in aanmerking te komen voor LKV of dat het ook later mag. Dus hoe zit het met een werknemer die in 2025 met forfaitaire LKS gestart is en pas in 2026 via de Praktijkroute in het doelgroepregister geregistreerd wordt?”  

    Met ingang van 1 januari 2026 geldt dat er recht op LKV banenafspraak is voor elke werknemer die aan de voorwaarden voldoet. Dus geregistreerd in het doelgroepregister en niet beschut werkzaam.  

    Daarbij maakt het niet uit of iemand vóór, bij aanvang van of tijdens het dienstverband tot de doelgroep banenafspraak is gaan behoren.  

    Voorbeeld 

    Dus bijvoorbeeld 1 september 2025 in dienst gekomen en met ingang van 1 maart 2026 geregistreerd in het doelgroepregister? Dan kan het LKV banenafspraak met ingang van de loonaangifte over maart 2026 geclaimd (lees: op ‘ja’ gezet) worden. 

    Het LKV banenafspraak kan geclaimd worden tot de werknemer uit dienst gaat danwel tot het moment dat de werknemer niet meer tot de doelgroep behoort (denk aan: bereiken AOW-leeftijd, (positief advies) indicatie beschut werk P-werk, beschut werkend in de WSW of een gehonoreerd verzoek tot uitschrijving uit het doelgroepregister). 

  • Vraag van een UWV-collega: “Iemand die heeft deelgenomen aan het voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs kan zich zonder sociaal-medisch onderzoek laten registreren in het doelgroepregister. Geldt dat ook voor mbo entree-onderwijs of wordt dat om een andere reden uitgevraagd?” 

    Nee, als MBO Entree onderwijs het laatst gevolgde onderwijs is van de persoon die zèlf een aanvraag indicatie banenafspraak doet dan geldt een uitzondering, maar deze is anders dan voor (ex-)vso/pro-leerlingen.  

    Als MBO Entree onderwijs het laatst gevolgde onderwijs is van een aanvrager van een ABA/indicatie banenafspraak dan hoeft hij niet tot de doelgroep Participatiewet te behoren om voor een indicatie banenafspraak in aanmerking te komen. Dit is vastgelegd in artikel 2.25, eerste lid, sub a, van het Besluit Wfsv. Wel vindt er een sociaal-medisch onderzoek plaats om te beoordelen of de persoon als gevolg van een ziekte of handicap niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kan verdienen. 

    ‘Laatst gevolgde’ impliceert overigens niet dat het onderwijs reeds verlaten moet zijn. Ook leerlingen van het MBO Entree komen voor de beoordeling in aanmerking. 

  • Vraag vanuit de gemeentelijke uitvoering: “Een inwoner zonder werk of bijstandsrecht meldde zich bij de gemeente voor ondersteuning naar werk. Gelet op haar arbeidsbeperking adviseerde ik deze inwoner om eerst een indicatie banenafspraak aan te vragen bij UWV. Deze aanvraag is nu afgewezen ‘omdat zij geen begeleiding naar werk van de gemeente krijgt’! Waar baseert UWV dat op?” 

    Bij ontvangst van een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen/indicatie banenafspraak toetst UWV eerst administratief-juridisch of de aanvrager voor de beoordeling in aanmerking komt. Voorwaarde voor een beoordeling arbeidsvermogen/indicatie banenafspraak is dat de aanvrager doelgroep Participatiewet is. Dat heeft de wetgever zo bepaald (artikel 38b, eerste lid, sub e, van de Wet financiering sociale verzekeringen). Een uitzondering hierop geldt als de aanvrager aantoonbaar heeft deelgenomen aan het VSO of PrO (en er geen sprake is van een contra-indicatie als Wajong 2015 of een positief advies indicatie beschut). 

    Wie tot de doelgroep Participatiewet behoren is in de Participatiewet vastgelegd (art. 7, lid 1, sub a). Het gaat dan o.a. om bijstandsgerechtigden en niet-uitkeringsgerechtigden (hierna: nuggers). 

    P-wet definitie nugger  
    Iemand is nugger als diegene nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, geen uitkering ontvangt van UWV, de SVB, de gemeente, een eigenrisicodrager, of vergelijkbare uitkeringsverstrekker, én hij bovendien als werkloze werkzoekende staat geregistreerd bij UWV. Aldus artikel 6, sub a, van de Participatiewet

    Bij het ontbreken van inkomsten uit werk of uitkering moet UWV dus óók vaststellen of de aanvrager ingeschreven staat als werkzoekende bij UWV. Daarvoor volstaat een inschrijving in Sonar óf een CV op werk.nl.  

    Geen inkomsten uit werk of uitkering, maar ook niet ingeschreven bij UWV? Dan moet de aanvraag op juridische grond afgewezen worden omdat de aanvrager geen doelgroep Participatiewet is. In de afwijsbrief wordt hiervoor zogenaamde ‘eenvoudige taal’ gebruikt. Vandaar de tekst ‘omdat u geen begeleiding naar werk van de gemeente krijgt’.   

    Als de gemeente de aanvrager in beeld heeft en zelfs begeleidt, maar geen weet heeft van de inschrijfplicht als (werkloze) werkzoekende bij UWV en hier dus ook niet op stuurt, dan is het begrijpelijk dat de afwijzing van UWV tot onbegrip leidt. 

  • Terugkerende aanname en vraag vanuit de uitvoering (zowel gemeente als UWV):  “Iemand die in het doelgroepregister is opgenomen heeft recht op begeleiding vanuit de gemeente. Is dit ook zo wanneer degene een WW-uitkering ontvangt? Of ligt de verantwoordelijkheid voor begeleiding dan bij het UWV? Wat is hier wettelijk voor geregeld? ” 

    Het is een misverstand dat cliënten met een registratie in het doelgroepregister automatisch onder de re-integratieverantwoordelijkheid van de gemeente vallen. Het hangt altijd van de actuele situatie af wie verantwoordelijk is voor de re-integratie/ondersteuning naar werk. Dat kan UWV, de gemeente, maar ook de (ex-)werkgever zijn.  

    De hoofdregel is dat UWV verantwoordelijk is voor de ondersteuning naar werk van mensen die recht hebben op een uitkering van UWV. Daar zijn echter uitzonderingen op. Hoofdregel en uitzonderingen op de re-integratietaak van UWV zijn wettelijk vastgelegd in artikel 30a wet SUWI. 

    Hieronder lichten we een en ander nader toe.   


    Na LKS nog geen 2 jaar zelfstandig wml verdiend  
    Een uitzondering geldt bijvoorbeeld als mensen op enig moment met (forfaitaire) loonkostensubsidie (LKS) op grond van de Participatiewet hebben gewerkt én bij instroom in de WW nog geen 2 jaar zelfstandig het wettelijk minimumloon (WML) verdiend hebben zónder LKS. Deze mensen kunnen aanspraak maken op uitkering van UWV, maar zij vallen wettelijk gezien onder de re-integratietaak van de woongemeente (artikel 7, derde lid, sub c, Participatiewet).  

    UWV kent geen landelijk proces om bij instroom in de WW mensen te herkennen die onder de gemeentelijke re-integratietaak vallen. N.a.v. een pilot in samenwerking met VNG in drie regio’s (zie Update Banenafspraak juni 2022 en juni 2023) is wel een handmatig proces opgesteld, waar meerdere regio’s gebruik van maken. Dit proces is echter arbeidsintensief en niet sluitend. Hoewel op steeds meer plekken werkafspraken met gemeenten gemaakt zijn neemt UWV nog vaak de re-integratieverantwoordelijkheid op zich.  

    NB Een cliënt die met LKS gewerkt heeft kán een registratie in het doelgroepregister hebben, maar dat hoeft niet! Alleen met forfaitaire LKS gewerkt of met LKS gewerkt in beschut werk P-wet? Dan géén registratie in het doelgroepregister. Deze situatie illustreert dus gelijk waarom je je niet op het doelgroepregister moet baseren om te achterhalen wie de re-integratietaak heeft. 

    (Ex) Werkgever is eigenrisicodrager WW  
    Is de (ex-) werkgever van de WW-gerechtigde een eigenrisicodrager voor de WW? Dan is deze (ex) werkgever verantwoordelijk voor de re-integratie (en WW-uitkering). Dit wordt door UWV onderkend en is procesmatig ingeregeld. 

    Ziek uit dienst na LKS  
    Alleen voor vangnetters die ziek uit dienst gaan is sinds 2017 een landelijk geautomatiseerd proces ingeregeld met een LKS-check via het BKWI. Is er korter dan 2 jaar terug door een gemeente LKS verstrekt? Dan wordt de re-integratietaak via het Inlichtingenbureau aan de woongemeente overgedragen (en dus níet aan de afdeling ZW-Arbo van UWV). De afdeling Ziektewet van UWV informeert de cliënt hierover per brief. Dit alles conform de Regeling procesgang vangnetters gemeentelijke doelgroep Participatiewet

    Advies  
    Als de gemeentelijke re-integratietaak in geval van een WW-gerechtigde wordt herkend en opgepakt, stem dit dan onderling goed af en leg dit vast (in Sonar) om misverstanden en onduidelijkheid voor de cliënt te voorkomen. Zolang de cliënt voor zijn inkomensondersteuning van UWV afhankelijk is houdt hij namelijk wel zijn informatieplicht richting UWV.