Overslaan en naar de inhoud gaan

FAQ Hervorming Arbeidsmarktinfrastructuur

Deze pagina geeft antwoord op veelgestelde vragen rondom de Hervorming van de Arbeidsmarktinfrastructuur. De inhoud van de FAQ wordt door de beleidsmedewerkers van het ministerie van SZW regelmatig geactualiseerd.

Werkcentrum en Gidsfunctie

  • Werkenden en werkzoekenden kunnen bij het Werkcentrum terecht met vragen over werk en scholing, werkgevers met vragen over personeelsvraagstukken. Het Werkcentrum geeft algemene informatie en advies. Als dat nodig is, brengt het Werkcentrum mensen ook in contact met dienstverleners die hen passende dienstverlening kunnen bieden.

  • Partijen maken onderling afspraken voor de regionale communicatie over de transitie naar het Werkcentrum. Indien een regionale website voor het Werkcentrum nog niet beschikbaar is, kan tijdelijk nog gebruikgemaakt worden van een regionale RMT-website. Ook kan vanaf de landelijke basiswebsite www.werkcentrum.nl tijdelijk verwezen worden naar de regionale RMT-website.

    In 2025 volgt een handreiking communicatie met meer informatie. Start op korte termijn in jouw regio een Werkcentrum? Dan zou je bijvoorbeeld op de website een kort bericht kunnen plaatsen over het stoppen van het regionale RMT en het voorzetten van de dienstverlening via het Werkcentrum.

  • Partijen maken onderling afspraken voor de regionale communicatie over de transitie naar het Werkcentrum. De websites (landelijk en regionaal) van de Leerwerkloketten blijven in gebruik in 2025, totdat de volledige overgang naar de website van het Werkcentrum is gerealiseerd. Indien een regionale pagina voor het Werkcentrum nog niet beschikbaar is, kan tijdelijk nog gebruikgemaakt worden van een regionale LWL-website. Ook op de landelijke basiswebsite Werkcentrum.nl wordt nog tijdelijk verwezen naar de regionale LWL-website. In 2025 volgt een handreiking communicatie met meer informatie.

  • In de transitieperiode is het goed om de inwoners in jouw regio te informeren over waar zij in jouw regio terecht kunnen met vragen over werk en scholing. Zo kunnen inwoners met specifieke vragen worden doorverwezen naar de dienstverlening van samenwerkingspartners in de regio.

  • Vanaf 1 januari 2025 stopt de tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening en stoppen daarmee de regionale mobiliteitsteams en de inzet van aanvullende dienstverlening. Ook de huidige wijze van financiering voor de Leerwerkloketten stopt per 1 januari 2025. Een deel van de dienstverlening die nu door de Leerwerkloketten wordt geboden, wordt onderdeel van de werkzoekenden- en werkgeversdienstverlening van UWV en gemeenten wat in samenwerking wordt georganiseerd. Dit wordt de komende periode verder uitgewerkt. Hierbij wordt ook meegenomen hoe de huidige op te stellen plannen zoals beschreven in SUWI (marktbewerkingsplan en uitvoeringsplan WSP) passen in de nieuwe situatie.

  • Nee, het is een netwerksamenwerking van publieke en private arbeidsmarktpartijen met een gezamenlijk loket dat toegang biedt tot hun dienstverlening. De netwerkpartijen behouden hun zelfstandigheid en identiteit.

  • UWV en gemeenten krijgen de taak de invulling van de gidsfunctie te organiseren. Hoe de gidsfunctie er precies uit gaat zien, zijn we nog aan het uitwerken. De essentie is dat de gidsen de eerste opvang vormen voor iedereen (werkenden, werkzoekenden en werkgevers) met vragen over werk. De gidsfunctie bekijkt welke ondersteuningsbehoefte iemand heeft en of iemand via tweedelijnsdienstverlening van de partners verder geholpen dient te worden. 

  • Ja, iedere partij in de samenwerking heeft in het kader van het ‘no-wrong-door’ principe een soort gidsfunctie. Als iemand zich bij een organisatie meldt, en eigenlijk ergens anders moet zijn, wordt deze persoon in contact gebracht met de juiste organisatie of met het Werkcentrum als niet gelijk helder is bij welke organisatie de persoon moet zijn.

  • De werkgeversdienstverlening via het Werkcentrum bestaat minimaal uit de gezamenlijke dienstverlening aan werkgevers waarvoor UWV en gemeenten volgens de SUWI wetgeving opdracht hebben gekregen. Deze publieke dienstverlening blijft de basis voor de werkgeversdienstverlening via het Werkcentrum. Deze dienstverlening wordt verbonden met de werkgeversdienstverlening van SBB (wettelijk opdracht via de WEB) en die van de werkgeversorganisaties, vakbonden en andere partijen uit het Regionaal Beraad. Door de publieke en private dienstverlening met elkaar te verbinden wordt de vraag van de werkgever beter beantwoord.

  • Dit kan in fasen. Bij de start van het Werkcentrum is het van belang dat de gidsen in het Werkcentrum op de hoogte zijn van de doorverwijzing naar de juiste partijen op het gebied van werkgeversdienstverlening. Het streven is in de loop van 2026 in alle arbeidsmarktregio’s de werkgeversdienstverlening van de regionale partners via het Werkcentrum te ontsluiten. Per 1 januari 2027 verdwijnt de naam Werkgeversservicepunt.

  • Een werkgever kan met zijn medewerkers- en arbeidsmarktvraagstukken terecht bij het Werkcentrum en dan met name gericht op sociaal ondernemen en inclusief werkgeverschap. Denk aan vragen over  werving & selectie, aanpassen van functies en werkplekken, behoud van medewerkers, scholing & ontwikkeling, ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, ondersteuning bij de inzet van re-integratie instrumenten en voorzieningen en voorlichting over subsidies.

  • Werkgevers geven aan veel waarde te hechten aan een vast contactpersoon die de onderneming en/of in ieder geval de ontwikkelingen in de branche kent. Het is daarom raadzaam om de werkgeversadviseurs te behouden en hen tijdig mee te nemen in de ontwikkelingen. De werkgeversadviseurs zijn in te zetten als ambassadeurs voor het Werkcentrum en kunnen worden ingezet bij een goede en tijdige voorlichting van de werkgevers in de regio.

  • In 2026 blijft de landelijke dienstverlening aan werkgevers beschikbaar via LWSP-UWV en LWSP-gemeenten. Begin oktober 2025 hebben de Beleidsonderzoekers een onderzoek afgerond naar het korte- en langetermijnperspectief op de organisatie van de landelijke werkgeversdienstverlening. Met deze informatie wordt het gesprek met de LWSP’s, UWV en VNG/gemeenten opgestart om te bezien hoe de landelijke dienstverlening aan werkgevers in de toekomst georganiseerd gaat worden. Er wordt er al goed samengewerkt tussen de LWSP’s en we voeren gesprekken om de samenwerking te verbeteren. Van belang is voor de landelijke werkgevers en voor de regio’s dat ze een contactpersoon blijven houden. Ook kijken we naar het versterken van de samenwerking met SBB voor landelijke werkgevers die erkend leerbedrijf zijn.

Governance en Meerjarenagenda

  • Het Landelijk Beraad kent een bezetting van de ministeries van SZW, OCW en EZK, UWV, gemeenten, sociale partners, SBB, onderwijs (publiek bekostigd en privaat) en (publieke en private) uitvoerders.

  • Het Regionaal Beraad bestaat uit kernpartners en strategische partners. Kernpartners zijn (centrum)gemeenten, UWV, SBB, sociale partners (werkgeversorganisaties en vakbonden) en onderwijspartijen (een aangewezen contactschool, ingevuld door het ROC tenzij anders regionaal afgesproken). Het Regionaal Beraad is vrij in keuze om strategische partners in de regio aan te laten sluiten. Een voorbeeld van een mogelijke strategische partner is het sociaal ontwikkelbedrijf in de regio.

  • Het Landelijk Beraad geeft richting door een Landelijke Meerjarenagenda op te stellen. Er is geen hiërarchische aansturingsrelatie tussen het Landelijk Beraad en de Regionale Beraden. Wij verwachten dat er een wisselwerking zal plaatsvinden. Er kunnen bijvoorbeeld vanuit de arbeidsmarktregio’s signalen komen dat zij een kader rondom een bepaalde ontwikkeling missen. Andersom kan het Landelijk Beraad aangeven dat de regio’s nodig zijn voor het realiseren van ambities en hun actieve deelname stimuleren.

  • De centrumgemeente neemt inderdaad deze taak op zich. Alle partijen in het Regionaal Beraad zijn wel even belangrijk om daadwerkelijk keuzes te maken wat er gaat gebeuren in de regio.

  • Ja, dat is mogelijk. Wij schrijven alleen voor welke kernpartners in elk geval deelnemen. De partijen in het Regionaal Beraad kunnen met elkaar besluiten om het Regionaal Beraad te verbreden door ook andere partijen hiervoor (tijdelijk of structureel) uit te nodigen. Een andere mogelijkheid is dat partners of stakeholders via werkgroepen of experttafels suggesties en oplossingen kunnen inbrengen.

  • In elke arbeidsmarktregio wordt door de samenwerkende partijen in het Regionaal Beraad een samenwerkingsconvenant opgesteld en ondertekend. Er is in 2024 landelijk een modelconvenant opgesteld om regio’s te faciliteren en eenduidigheid te bieden over de (minimale) te maken afspraken in de arbeidsmarktregio. Voor landelijke opererende organisaties is het wenselijk dat er zo min mogelijk onnodige regionale verschillen zijn.

  • Ja, het streven is om daar waar nu nog versnippering bestaat, dit zoveel mogelijk weg te nemen door zaken integraal te organiseren. De huidige regionale overleggen – op het gebied van arbeidsmarktbeleid – gaan straks op in het Regionaal Beraad.

  • Het ministerie van SZW voorziet in een raamwerk. Dit biedt partijen handvatten voor de totstandkoming van de Meerjarenagenda en kan gezien worden als een ‘handleiding’ of ‘checklist’. Het raamwerk biedt handvatten voor de opbouw van de agenda, de onderwerpen voor de agenda en informatiebronnen en onderzoeken om de agenda mee te onderbouwen. Hierbij kan ook de verbinding worden gelegd met al bestaande plannen en agenda’s in de arbeidsmarktregio.

  • De invulling van de Landelijke- en Regionale Meerjarenagenda’s is een wisselwerking. De Landelijke Meerjarenagenda biedt richting voor regionaal uit te werken thema’s. Vanuit de arbeidsmarktregio’s worden onderwerpen en signalen aangedragen om uit te werken op landelijk niveau. 

  • De inzet is om nieuwe trajecten zoveel te mogelijk laten landen in de nieuwe arbeidsmarktinfrastructuur die we met elkaar bouwen. Hiermee willen we tijdelijke structuren tegengaan en ook voorkomen dat aan beleidsimpuls weinig bekendheid wordt gegeven of er weinig gebruik van wordt gemaakt.

Financiering en Wetgeving

  • Centrumgemeenten ontvangen vanwege hun functionele regierol in de arbeidsmarktregio twee decentralisatie-uitkeringen in het kader van de arbeidsmarktinfrastructuur.

    A. Met een tijdelijk aflopend budget wordt een impuls gegeven aan het organiseren en inzetten van gezamenlijke dienstverlening aan mensen en werkgevers vanuit de samenwerking. Onderstaande aflopende reeks is hiervoor beschikbaar per arbeidsmarktregio. In het Regionaal Beraad worden hier afspraken over gemaakt. De effectiviteit van de tijdelijke decentralisatie-uitkering als financieringsinstrument wordt in 2027 geëvalueerd om te verzekeren dat het bijdraagt aan het realiseren van de gezamenlijke doelen.

    SZW heeft eerder een eenmalig budget van €96.529 per regio beschikbaar gesteld in 2025 (ophoging impulsbudget) voor de arbeidsmarktregio’s om de implementatie van de communicatie rondom het Werkcentrum te realiseren. Per december 2025 (door ophoging van de DU Impulsbudget bij de decembercirculaire 2025) stelt SZW een eenmalig bedrag van circa €157.000 beschikbaar per regio voor eenmalige kosten die te maken hebben met de transitie of implementatie van het Werkcentrum. Hierbij kan gedacht worden aan benodigde extra inzet voor de integratie van het WerkgeversServicepunt in het Werkcentrum, voor het ontwikkelen van een aanpak voor de implementatie van VUM of de aanschaf van ondersteunende software voor matching en talentontwikkeling. Het Impulsbudget in 2025 bedraagt dus, inclusief het bedrag voor communicatie en transitie/implementatie kosten, in totaal €1.163.658 per arbeidsmarktregio.

    B. Deze decentralisatie-uitkering is voor het structureel invullen van de functionele regierol in de arbeidsmarktregio door de centrumgemeente, het organiseren en ondersteunen van het Regionaal Beraad, het organiseren van coördi¬natie van het Werkcentrum en het organiseren van de gidsfunctie. Hiervoor ontvangen centrumgemeenten structureel €650.000 per jaar. Het is aan de centrumgemeenten om invulling te geven aan de uitvoering en invulling van dit budget. In het budget is het bedrag opgenomen van de al lopende decentralisatie-uitkering voor het versterken van de samen¬werking in de arbeidsmarktregio (€400.000). Voor de invulling van de gidsfunctie door gemeenten is uitgegaan van een richtbedrag van €135.000 van de €650.000. Dit is enkel een richtbedrag. Het is aan de centrumgemeenten om keuzes hierin te maken.
     

      2025 2026 2027 2028 2029
    A* €1.163.658 €827.390 €1.116.977 €1.291.475 €1.033.180
    B* €648.545 €648.545 €648.545 €648.545 €648.545
      2030 2031 2032 2033 2034 / structureel
    A* €861.919 €690.658 €485.707 €174.068 €0                
    B* €648.545 €648.545 €648.545 €648.545 €648.545

    * De uitkeringsvorm is nog onder voorbehoud van toetsing door het ministerie van BZK. In de Meicirculaire 2025 worden definitief de bedragen benoemd, de bovenstaande bedragen kunnen mogelijk iets worden bijgesteld. Bij de bedragen tot en met 2027 is rekening gehouden met afdracht voor het btw-compensatiefonds en verwerkt, na 2027 kan hier nog een nacalculatie op plaatsvinden. 

  • De middelen zijn bedoeld om samen slagkracht te maken en gezamenlijke dienstverlening te ontwikkelen met de partners in de regio. Hiermee kunnen ook de kaders ontwikkeld worden voor de regionale arbeidsmarktinfrastructuur en mogelijke knelpunten in de regionale samenwerking worden opgelost. Het is de bedoeling dat de netwerksamenwerking uitvoering geeft aan de plannen in de regionale meerjarenagenda. Over de besteding van het impulsbudget worden afspraken gemaakt in het Regionaal Beraad.

  • UWV organiseert de invulling hiervan in de arbeidsmarktregio, het bedrag wat landelijk beschikbaar is wordt gelijk verdeeld over de arbeidsmarktregio’s. Dit komt neer op ongeveer 1 fte per arbeidsmarktregio.

  • De partijen binnen het Regionaal Werkbedrijf (of een daaruit voortkomende of bestaande overlegtafels met deze partijen) kunnen, met daaraan toegevoegd het onderwijs en SBB, het gesprek over deze verdeling voeren. De basis voor het overleg staat er dus al.

  • De arbeidsmarktregio verantwoordt op dezelfde manier als bij elke andere decentralisatie-uitkering. De verantwoording is beperkt. De inzet van het impulsbudget wordt wel geëvalueerd wat in 2027 tot een besluit leidt. De vraag bij de evaluatie is of dit financieringsinstrument goed werkt en de doelen worden gehaald. Zijn de resultaten positief, dan blijft het Impulsbudget een decentralisatie-uitkering.

  • Nee, dit is financiering die via de desbetreffende organisaties verlopen. Afspraken over de hoogtes en inzet van middelen verloopt tussen het ministerie SZW en de desbetreffende organisaties. 

  • Ja, dat is mogelijk. Dit kan goed aansluiten op hoe dit nu ook al jaren in sommige regio’s georganiseerd wordt. 

  • Op een aantal onderdelen is wijziging van wetgeving nodig, in ieder geval van wet SUWI. Dit zijn een beperkt aantal wijzigingen. Het meeste wordt uitgewerkt in Besluit SUWI. Hierover vindt overleg en afstemming plaats met betrokken partijen en is er in april een  internetconsultatie georganiseerd. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027.

  • Ja, op twee manieren. We gaan het beleid en de financiering evalueren. Ook gaan we, gekoppeld aan de Regionale Meerjarenagenda’s, monitoren en evalueren wat er in regio’s gebeurt.

  • Vooruitlopend op de wetgeving is er gelukkig al veel mogelijk, met enkele uitzonderingen. Tot de wettelijke inwerkingtreding is een transitieperiode voorzien, waarin we stap voor stap toewerken naar de nieuwe situatie.

    Regio's kunnen in deze periode al goed starten met de transitie. Zo kunnen zij de netwerksamenwerking opstarten door, vooruitlopend op de wettelijke verplichting, het Werkcentrum te openen en een overlegstructuur in de vorm van het Regionaal Beraad op te richten.

    Voor 2025 was al een transitiejaar voorzien. Deze transitieperiode is loopt door in 2026, zonder dat dit de implementatie van de hervorming in de weg staat.

    We blijven stap voor stap toewerken naar de nieuwe situatie. Er is een handreiking gemaakt om regio's hierbij te ondersteunen. De handreiking transitieperiode wordt in de eind Q3 2025 voorzien van een update. 

Communicatie

Algemeen

  • De landelijke Werkgroep communicatie bestaat uit communicatieadviseurs van UWV, MBO Raad, FNV/CNV, SBB, Landelijk Ondersteuningsteam Regionale Arbeidsmarkt, ministerie van SZW en communicatieadviseurs vanuit de regio.

    De werkgroep is in eerste instantie een afspiegeling van de landelijke partijen die betrokken zijn bij de hervorming en deelnemen aan de Landelijke werkgroep en stuurgroep. Voor de Werkgroep communicatie is daarnaast gekozen voor deelname van de Landelijk Ondersteuningsteam Regionale Arbeidsmarkt en van communicatieadviseurs vanuit de regio met als insteek dat elke ‘groep’ is vertegenwoordigd: regio’s die al als Werkcentrum actief zijn of dat bijna zijn, regio’s die in transitie zijn en regio’s die aan het begin staan. De insteek van de werkgroep is erop gericht dat alle belangen goed worden meegenomen.

Website

  • Wijzigingen kun je aan ons doorgeven via: postbusarbeidsmarktinfrastructuur@minszw.nl

  • We ontwikkelen op dit moment de eerste versie van de website met een kopgroep van regio’s’. Deze website gaat in januari 2026 live. Na januari kunnen andere regio’s zich aanmelden om mee te doen.
    Gezien de korte doorlooptijd voorzien we een gefaseerde aanpak: 

    • September – december 2025: Ontwikkeling eerste versie landelijke website en eerste regionale websites met een kopgroep van regio’s.
    • Januari – maart 2026: verdere uitbreiding eerste versie websites en ruimte voor regio’s om aan te sluiten met een regionale website. 
  • Met de livegang van de nieuwe website vervalt de tijdelijke website en de daarop gecreëerde tijdelijke regiopagina’s. Omdat de nieuwe website wordt opgebouwd met componenten en bouwblokken, kunnen regio’s zonder website op een relatief eenvoudige manier binnen het multi-cms een regionale website maken. 

  • De landelijke website wordt gehost op het hoofddomein: Werkcentrum.nl. Een subdomein is een url (internetadres) die onder een hoofddomein hangt.

    • [naam arbeidsmarktregio].werkcentrum.nl is een subdomein van Werkcentrum.nl
      Bijvoorbeeld: haaglanden.werkcentrum.nl
    • Werkcentrum[naam arbeidsmarktregio].nl is een hoofddomein.
      Bijvoorbeeld: Werkcentrumhaaglanden.nl

    Alle websites van de regionale werkcentra kunnen op een subdomein onder de landelijke website of op een eigen hoofddomein worden ingericht. Ook subwebsites van de landelijke website kunnen op een eigen hoofddomein worden ingericht. 

    Alle hoofddomeinnamen voor de 35 regio’s zijn alvast geregistreerd. Deze domeinnamen zijn tijdelijk in beheer van de Rijksoverheid. Als je een eigen website wilt inrichten kun je alvast zo’n hoofddomein aanvragen. Voor vragen en/of een verhuiscode kan je contact via onze postbus: postbusarbeidsmarktinfrastructuur@minszw.nl 

  • Op dit moment staat er een tijdelijke, landelijke website op Werkcentrum.nl. Deze website bevat basisinformatie en is nog niet optimaal ingericht voor bezoekers. Om een beeld te krijgen van het gewenste online landschap hebben SZW en de communicatiewerkgroep een verkenning uitgevoerd. Hierin zijn de doelstellingen van de landelijke en regionale Werkcentrum.nl websites onderzocht en op welke manier de landelijke website het beste aan de regionale websites gekoppeld kan worden. 

  • De landelijke en regionale websites kunnen op verschillende manieren aan elkaar verbonden worden. De landelijke website werkcentrum.nl kan de regionale websites op verschillende manieren ondersteunen. Met input van de landelijke partners en de regio’s zijn hiervoor meerdere opties onderzocht. Eén van die opties is het hybride model:

    • één content management systeem voor
      • de landelijke website
      • de regionale sub-websites
    • de websites kunnen afzonderlijk onderhouden en -binnen kaders- naar eigen inzicht en wensen ingericht worden: een zogeheten multi-CMS.

    Alle regio’s en de landelijke website maken dus gebruik van hetzelfde systeem, en het beheer kan door 1 partij gedaan worden. Op deze manier zorgen we voor eenheid en herkenning én kunnen de regio’s hun eigen invulling geven. 

  • Dit model biedt de meeste voordelen voor de ontwikkeling van Werkcentrum.nl. Omdat we via hetzelfde platform kunnen samenwerken, kunnen we bezoekers makkelijker naar de juiste plek begeleiden. De bezoeker merkt niets van de achterliggende structuur en krijgt een uniforme, intuïtieve ervaring. Daarbij kunnen we de beste balans creëren tussen landelijke herkenbaarheid en een regionaal ingekleurde gebruikerservaring. Daarnaast stimuleert dit model efficiëntie in het delen en ontwikkelen van content en functionaliteit. Ook biedt dit schaalbaarheid en financieel voordeel 

  • Nee, maar: we moedigen het wel sterk aan. Werkcentrum.nl werkt het beste als we allemaal vanuit hetzelfde platform samenwerken. Dit maakt het makkelijker om bezoekers door te linken naar de juiste plek en om gezamenlijk of individueel kennis te bundelen en te leren van elkaar.

    Voor regio’s die willen aansluiten, richten we (samen met de regio) een eigen website in binnen de nieuwe structuur van Werkcentrum.nl. Regio’s mogen ook een zelfstandige regionale website inrichten. Sommige regio’s hebben al eigen websites ontwikkeld. Deze kunnen behouden blijven, of – in overleg en op gepaste termijn – vervangen worden door een nieuwe site binnen het gezamenlijke platform. Regio’s die niet meedoen profiteren niet van landelijke ondersteuning bij de website en dragen de kosten voor de website volledig zelf. 

  • Ja, regio’s beheren een eigen regionale website voor het regionale Werkcentrum. Dat geldt zowel voor de regionale websites onder het multi-CMS als voor onafhankelijke regionale websites. Natuurlijk moeten er wel samenwerkingsafspraken gemaakt worden binnen het multi-CMS. 

  • Om dubbele ontwikkelkosten voor de regio’s te voorkomen, kunnen regio’s bij het hybride model profiteren van de investering die nu centraal door het Ministerie van SZW wordt gedaan. Hier hoeven regio’s niet aan mee te betalen. We onderzoeken komende periode hoe we de verdeling van de structurele en ontwikkelkosten het beste kunnen inrichten. 

  • Gezien de korte doorlooptijd voorzien we een gefaseerde aanpak: 

    • September – december 2025: ontwikkeling eerste versie landelijke website en eerste regionale websites met een kopgroep van regio’s.
    • Januari – maart 2026: verdere uitbreiding eerste versie websites en ruimte voor regio’s om aan te sluiten met een regionale website.

    We willen graag live met de eerste versie van de landelijke en regionale websites vanaf januari 2026. De verdere uitbouw staat op de planning voor het eerste kwartaal van 2026. Regio’s kunnen ook op een later moment nog aanhaken, zodat er voldoende tijd is om een eigen website te migreren.

  • In de eerste week van december levert DPI het CMS en de preview-omgeving op voor Werkcentrum.nl en alle aangemelde regio’s. 4 december a.s.is er een cms-training voor die regio’s.

  • De website van de regio’s moeten voldoen aan de wettelijke toegankelijkheidsverplichtingen voor overheidswebsites (zie de WCAG-richtlijnen), aan de veiligheidsnormen voor overheidswebsites en de huisstijlrichtlijnen die in het huisstijlhandboek voor de regio’s zijn opgesteld. 

  • Als er nog helemaal geen website in de maak is, kan de regio ervoor kiezen om mee te gaan met de kopgroep en een homepagina in te richten met alleen de belangrijkste informatie, zoals een contactformulier en openingstijden en wat basisinformatie.  

  • We raden aan om grote technische wijzigingen nu nog even uit te stellen. De structuur en het multi-CMS van Werkcentrum.nl worden vanaf september ingericht; die keuzes zijn bepalend voor regionale websites. We zullen zo vroeg mogelijk relevante informatie delen met de regio’s, zodat zij zich tijdig kunnen voorbereiden.  

    Je kunt daarbij denken aan een overzicht van de navigatiestructuur, en welke pagina’s er op de websites zal komen, zodat je de content al kunt schrijven/voorbereiden. Daarnaast worden vooraf contentrichtlijnen gedeeld met de regio’s. 

  • Bij het opstellen van de gewenste functionaliteiten worden regionale en landelijke partners uiteraard actief betrokken. We zullen daar in samenwerking met de website ontwikkelaar een werkwijze voor opstellen. Ook wordt er goed gekeken naar de bestaande websites. De regio’s die gepionierd hebben met hun website bieden waardevolle input voor de ontwikkeling van Werkcentrum.nl. 
     

  • De regio’s beheren hun eigen regionale websites, qua content, indeling en functionaliteiten. Landelijk worden afspraken gemaakt over kaders, consistentie en huisstijl, zodat er een herkenbare, samenhangende online omgeving ontstaat. 

  • De landelijke werkgroep communicatie heeft een Request for Proposal voor de ontwikkelpartij gemaakt. Dat is eerder gedeeld met contactpersonen in de regio. Hierin zijn voor de landelijke en regionale websites de communicatiedoelen, gewenste technische specificaties en functionaliteiten beschreven. De vragenlijsten en brainstorms vormen hier de basis voor. Ook is er goed gekeken naar de bestaande (regionale) websites. Aanvullend zal de ontwikkelaar samen met landelijke en regionale partners nadenken over de opbouw van de websites, bijvoorbeeld over de functionaliteiten en de navigatiestructuur.

    De website bestaat uit verschillende componenten op een pagina. Dit betekent dat je op een pagina verschillende componenten kunt toevoegen om zelf de indeling van een pagina te bedenken. Deze blokken zijn bijvoorbeeld tekst, afbeelding, video en formulier. Op deze manier kunnen de regionale beheerders zelf de indeling van hun pagina’s maken.

    Daarnaast wordt er op de website veel gewerkt met taxonomie. Dat betekent dat er verschillende mogelijkheden zijn om tags aan content toe te voegen, waardoor bepaalde content op verschillende pagina’s getoond kan worden. Wanneer de tag ‘Werkgever’ aan een artikel wordt gegeven, dan worden er bijvoorbeeld agenda-items op die pagina getoond met dezelfde tag. Op die manier krijgt de gebruiker meer informatie, zonder dat de beheerder hier veel extra werk aan heeft. Dat maakt de website dynamisch.

    In een later stadium worden meer functionaliteiten ontwikkeld.

  • WordPress en OCMS. 

  • Het document kan opgevraagd worden bij de programmamanager van jouw regio of via postbusarbeidsmarktinfrastructuur@minszw.nl

  • Er wordt gewerkt aan een centrale ondersteuning en handreikingen. Denk aan contentrichtlijnen, visuele templates en afstemming over beheer.

  • Er wordt nagedacht over een intranet of voorziening voor regionale gebruikers. Samen met regio’s verkennen we wie hieronder vallen en hoe toegang het best georganiseerd kan worden.

  • Er wordt nog gekeken naar de inzet van toegestane en veilige digitale communicatiekanalen voor dienstverlening, in lijn met wet- en regelgeving (zoals AVG en WCAG). 

  • Algemene updates volgen via mail, de nieuwsbrief Hervorming Arbeidsmarktinfrastructuur, maandelijks communicatieoverleg Werkcentrum en Samenvoordeklant.nl. 

Merkidentiteit

  • Nee, alle netwerkpartners houden hun eigen huisstijl. In het Werkcentrum Portaal vind je meer informatie over het toepassen van de logo’s van de partners van het Werkcentrum.  

  • Het Werkcentrum Portaal bevat de vertaling van de merkidentiteit. In het Portaal is het volgende beschikbaar:

    • Huisstijlhandboek;
    • Toepassingsrichtlijnen;
    • Logo’s en iconen;
    • Kleurcodes;
    • Kleurgebruik;
    • Lettertype en typografie;
    • Templates voor posters, zigzagfolder, flyer en Powerpoint-presentaties;
    • Woordgebruik en tone-of-voice;
    • Fotografie en gebruik hiervan. 
       
  • Voor de herkenbaarheid van de Werkcentra is de huisstijl verplicht. De huisstijl combineert daarom een landelijke uitstraling met de regionale flexibiliteit. Het logo blijft overal herkenbaar, terwijl regio’s kunnen kiezen uit drie kleurpaletten (paars, groen en rood) om hun eigen identiteit te benadrukken. 

  • Ja, er mag een eigen beeldbank worden samengesteld. Er zijn foto’s beschikbaar gesteld die door de regio’s gebruikt kunnen worden. Uiteraard mogen er ook eigen beelden gebruikt worden. In het huisstijlhandboek zijn hiervoor richtlijnen opgesteld.

    Binnen het Werkcentrum Portaal is het ook mogelijk om eigen media te uploaden. Als beeld ook door andere regio’s gebruikt mag worden, kan het beeldmateriaal gemaild worden naar werkcentrumportaal@samenvoordeklant.nl.

  • Er is bewust gekozen voor een brede pay-off en merkverhaal zodat alle dienstverlening die het Werkcentrum biedt er in past.

  • Het is niet toegestaan dat het logo van het Werkcentrum wordt aangepast zonder hierover vooraf overleg te hebben met de werkgroep communicatie. Op basis van intellectueel eigendom mogen de logo’s van het Werkcentrum niet zomaar aangepast worden. 

Campagne

  • De lancering van de campagne staat gepland kort na 18 maart 2026. Op dit moment wordt door een mediabureau een strategisch mediaplan opgesteld met daarin een advies voor de exacte datum. 

  • Er is een pre test gedaan onder werkenden, werkzoekenden en werkgevers. De pre test bestond uit twee delen:
    a.    Kwalitatief onderzoek onder 24 mensen

    • Werkgevers binnen het Mkb, verantwoordelijk voor het personeelsbeleid (n=8)
    • Werkzoekenden (n=8).
    • Werkenden (n=8)
      • Jongeren (18 – 27 jaar, n=6
      • Laaggeletterden (n=2)
      • Zzp/flexcontract (n=2) 

    b.    Kwantitatief onderzoek:

    • Werkenden en werkzoekenden (n=270)
    • Werkgevers (n=16)

    Hoofdconclusie: Het campagneconcept wordt goed ontvangen. Het beantwoordt aan de campagnedoelstellingen, het toont de meerwaarde van het Werkcentrum, alleen de werkgevers zien de meerwaarde nog onvoldoende. Aanpassingen zitten op executieniveau.

    Zodra rapport definitief is, wordt het rapport gepubliceerd op samenvoordeklant.nl.

  • De campagne bestaat uit een landelijk en regionaal deel. Het landelijke deel gaat over de introductie van het Werkcentrum in Nederland. Bij het regionale deel krijgen de regio’s de mogelijkheid om de inhoud aan te passen aan vragen in de regio. Op deze manier kunnen de regio’s de campagne helemaal op maat maken voor de doelgroepen die aangesproken moeten worden.

  • Op dit moment heeft Havas-Lemz het concept van de campagne gepresenteerd. Samen met de conclusies van de pre test wordt nu gekeken naar de media-strategie.

  • Op twee manieren worden de regio’s geïnformeerd:

    • Maandelijks Teams-overleg
      Voor de regio’s wordt elke maand een overleg gepland om iedereen bij te praten en te zorgen dat iedereen vragen kan stellen. Per regio wordt hiervoor een afgevaardigde gevraagd zodat de bijeenkomst compact blijft.
    • Nieuwsbrief Hervorming Arbeidsmarktinfrastructuur
      De ontwikkelingen worden opgenomen in de nieuwsbrief van de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur
  • Ja er wordt een effectmeting gedaan van de campagne (landelijk deel). De manier waarop dat plaatsvindt wordt op dit moment bekeken.

  • De regio’s krijgen geld voor het uitvoeren van hun regionale campagne. De hoogte van het bedrag is nog niet bekend.

Meer informatie

  • Bij de accounthouder van SZW voor jouw regio. Je kunt een vraag of opmerking aan ons doorgeven via het mailadres Postbusarbeidsmarktinfrastructuur@minszw.nl. Dan zorgen wij ervoor dat de vraag bij de juiste persoon terechtkomt en wordt beantwoord.