Overslaan en naar de inhoud gaan

Hervorming arbeidsmarktinfrastructuur: veel bereikt in regio’s maar niet alles koek en ei

01 april 2026

Impressieverslag bijeenkomst 19 maart 2026

In de arbeidsmarktregio’s is veel bereikt, blijkt uit signalen die het ministerie van SZW heeft opgehaald. Zo zijn overal de Werkcentra operationeel en worden hier werkzoekenden, werkenden en werkgevers ontvangen. Maar ook hebben regio’s behoefte aan heldere landelijke kaders, is de bestuurlijke samenwerking kwetsbaar en maakt de beperkte financiële ruimte het soms lastig om ambities in te vullen.

Deze signalen zijn naar voren gekomen bij de recente halfjaargesprekken die de accounthouders SZW voerden met alle 35 regio’s. Het ministerie gaf een toelichting tijdens de bijeenkomst hervorming arbeidsmarktinfrastructuur op de Praktijkdag van 19 maart in Hilversum. Ook ging SZW in op een aantal andere actuele ontwikkelingen.

De bijeenkomst vond plaats vlak voor de start van de landelijke publiekscampagne voor het Werkcentrum op 23 maart. Op die dag stuurde minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie ook een brief aan de Tweede Kamer over de voortgang van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur en is de Landelijke Meerjarenagenda Arbeidsmarktinfrastructuur (2026-2030) gepubliceerd. Het kabinet en de nieuwe minister staan positief tegenover de hervorming en de Werkcentra, werd door SZW bij de bijeenkomst verteld. Aartsen ziet de samenwerking die in de regio’s is ontstaan als een mooie kans om mensen naar werk te begeleiden.

Het programma bestond verder uit ‘intervisietafels’. De programmanagers en kwartiermakers van de arbeidsmarktregio’s bogen zich in vijf ronden over praktische uitdagingen en dilemma’s. Het leidde tot geanimeerde discussies, die in goede banen werden geleid door projectleiders van het Landelijk Ondersteuningsteam Regionale Arbeidsmarkt.

Deze onderwerpen kwamen aan bod op de tafels:

  1. Van WSP naar Werkcentrum, hoe doen we dat?
  2. Wanneer is een Werkcentrum een succes?
  3. Is het Werkcentrum een duizenddingendoekje?
  4. Landelijke afspraken versus regionale inrichting, hoe gaan we hiermee om?
  5. Welke ontwikkelingen komen er dit jaar op ons af waarin we elkaar kunnen ondersteunen?

Hieronder kun je doorklikken naar de samenvattingen die de projectleiders hebben gemaakt van de opbrengst van de vijf intervisietafels. Ook lees je meer over de toelichting van SZW op de laatste stand van zaken bij de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur.

Meer weten?

Bekijk de presentatie van SZW. Wil je meer weten over een ontwikkeling bij de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur? Stuur dan een mail naar SZW via postbusarbeidsmarktinfrastructuur@minszw.nl of neem contact op met de accounthouder SZW van je eigen regio. Als je nog niet de nieuwsbrief Hervorming Arbeidsmarktinfrastructuur van SZW ontvangt, meld je dan hier aan. Verder vind je veel informatie op de themapagina en in de FAQ .

De volgende bijeenkomst hervorming arbeidsmarktinfrastructuur voor de programmanagers en kwartiermakers van de arbeidsmarktregio’s vindt plaats op maandag 18 mei 2026. De bijeenkomst is online en duurt van 15:00 tot 16:30 uur.

  • Opbrengst van intervisietafel: Van WSP naar Werkcentrum, hoe doen we dat?

    Verschillende startposities
    Gemeenten en UWV werken in sommige arbeidsmarktregio’s al integraal samen. Dat maakt de overgang van het Werkgeversservicepunt naar het Werkcentrum gemakkelijker. Men kent elkaar en weet hoe er op de inhoud kan worden samengewerkt. 

    Voor regio’s waarin het WSP momenteel niet goed functioneert, is het een grotere uitdaging om de werkgeversdienstverlening via het Werkcentrum aan te bieden. Er is een nieuwe naam maar vooralsnog geen nieuwe samenwerking. In deze regio’s is er veel werk aan de winkel om voor binding te zorgen.

    In of via het Werkcentrum?
    Sommige arbeidsmarktregio’s kiezen ervoor om het Werkcentrum te laten fungeren als portaal/gids naar de eigen dienstverlening van partijen. Via het Werkcentrum wordt bekendheid gegeven aan deze dienstverlening en vervolgens wordt via de eigen organisatie de vraag afgehandeld. Kortom, het Werkcentrum wordt gezien als samenwerkingsorgaan.

    Andere regio’s maken de keuze om in het Werkcentrum samen te werken, door de beschikbare dienstverlening samen te voegen en zelfs gezamenlijke doelen te formuleren. Vanuit de werkgeversvraag wordt de dienstverlening bepaald. Het Werkcentrum fungeert hierbij meer als entiteit van waaruit dienstverlening wordt aangeboden. Er is soms zelfs gedeelde financiering.

    De vraag is: wat is het beste voor de regionale samenwerking bij de werkgeversdienstverlening? En hoe komen de betrokken partijen op het integrale samenwerkingsniveau?

    Andere punten

    • Belangrijk is om een goed inzicht te krijgen in elkaars dienstverlening. Samenwerking met alle publieke en private partners in de regio’s vereist veel meer kennis van hun dienstverlening dan nu voorhanden is.
    • Er wordt hard gewerkt maar soms vanuit de eigen opdrachten en doelstellingen. Dus hoe krijg je iedereen aan boord binnen het Werkcentrum? Zeker als er vanuit eerdere samenwerking sprake is van oud zeer, wrok of tegengestelde belangen. Of als er eigenlijk helemaal nog geen samenwerking is.
    • Het is lastig dat UWV landelijk wordt aangestuurd, terwijl er ook regionale opdrachten vanuit de samenwerking zijn. Er kunnen belangenconflicten optreden en ook kunnen regionale partners de facilitering en ondersteuning missen die UWV bij de werkgeversdienstverlening wel ontvangt. Het kan ertoe leiden dat de ene partner harder kan lopen dan de andere.

    Deelnemers aan het woord
    Hier nog een aantal interessante opmerkingen van de deelnemers:

    • Het bij elkaar brengen van partijen is een uitdaging.
    • Elke regio vult de samenwerking in eigen tempo en op eigen wijze in.
    • Breng eerst de eigen dienstverlening in en zorg er daarna voor dat overkoepelende afspraken worden verankerd in convenanten.
    • We hebben zorgen over de houdbaarheid van de uitvoeringsagenda. Die is voor iedere regio anders.
    • In onze regio is de programmanager sturend.
    • Na integratie van het WSP in het Werkcentrum is het ook belangrijk om een kruisbestuiving met de dienstverlening aan inwoners te organiseren, bijvoorbeeld via matching van inwoners naar werk.
    • Stop met landelijke sturen, start met regionaal ontwikkelen.
  • Opbrengst van intervisietafel: Wanneer is een Werkcentrum een succes? 

    Praktische voorbeelden en verdiepende discussie
    Enerzijds zijn praktische voorbeelden genoemd van hoe succes eventueel in alle eenvoud kan worden gemeten, zonder iets te registreren. Anderzijds is er een meer verdiepende discussie in de vorm van: wat is de opdracht van het Werkcentrum? 

    Daarbij wisselen de deelnemers van gedachten over vragen als: gaat het alleen om het bieden van een ingang of ook om de dienstverlening? En bij het laatste: wat komt er dan allemaal kijken bij de dienstverlening van het Werkcentrum? Of is dat de dienstverlening van de partners?

    Verschillende omschrijvingen van succes
    Is het niet gewoon een succes als bij een punt in de arbeidsmarktregio iedereen binnen kan lopen en wordt geholpen dan wel doorverwezen, merken sommigen op. Anderen vinden dat te dun. Wat als succes kan worden beschouwd, kan worden meegenomen of beschreven in onder andere de regionale meerjarenagenda.

    Eigenlijk was er in alle vijf ronden een vergelijkbare discussie. Daarbij viel het op dat iedereen vastliep bij het onderbouwen van wanneer het Werkcentrum een succes is. De deelnemers hebben ook een vraag voor SZW: wanneer vindt het ministerie de Werkcentra een succes?

    Deelnemers aan het woord
    Hier nog een aantal interessante opmerkingen van deelnemers:

    • Focus op het gidsen van inwoners met vragen naar de plek van het antwoord.
    • In verband met het succes van de loketfunctie kun je kijken naar het aantal bezoekers, hoe goed de doelgroepen worden bereikt, de tevredenheid van bezoekers en een benchmark tussen de arbeidsmarktregio’s.
    • Maatgevend voor de netwerksamenwerking is dat mensen geen last meer hebben van versnipperde dienstverlening en duurzaam meedoen op de arbeidsmarkt.
    • De dienstverlening van het Werkcentrum is geen doel op zich, maar een randvoorwaarde voor het halen van doelen van inwoners.
    • Tip: kijk naar doelen in de regionale meerjarenagenda en uitvoeringsagenda. 
  • Opbrengst van intervisietafel: Is het Werkcentrum een duizenddingendoekje?

    Basis op orde
    De centrale vraag aan deze tafel is: hoe breed moet de rol van het Werkcentrum zijn en waar liggen de grenzen? Deelnemers geven aan dat het Werkcentrum niet alles kan en moet oppakken. De basis moet eerst op orde zijn: een duidelijke dienstverlening, heldere rollen en een goede samenwerking. Extra activiteiten kunnen beter landen in een aparte pijler of projectenstructuur binnen de arbeidsmarktregio.

    Belangrijk punt is dat verantwoordelijkheden blijven waar ze horen, bijvoorbeeld bij bestaande voorzieningen. Het Werkcentrum moet niet onnodig taken overnemen. Tegelijk wordt aangegeven dat een programmabureau kan helpen om overzicht, regie en samenhang te organiseren.

    Behoefte aan duidelijke kaders
    Regio’s hebben behoefte aan duidelijke kaders, zoals kwaliteitseisen voor samenwerking en een afwegingskader voor nieuwe activiteiten en scherpere keuzes. De ambities en het budget zijn nu niet in balans. Dat zorgt voor spanning als het gaat om de uitvoerbaarheid van de dienstverlening en de verwachtingen richting inwoners en partners.

    Ook leven er praktische vragen. Wie mag zich het Werkcentrum noemen? Wat is eerste en tweede lijn? Hoe maken we het aanbod inzichtelijk voor gidsen en professionals?

    Vraag van inwoners en werkgevers leidend
    Wat breed wordt gedeeld, is dat het Werkcentrum in de basis één ding moet zijn en blijven: een plek waar de behoefte van de bezoeker centraal staat. Niet het aanbod maar de vraag van inwoners en werkgevers is leidend.

    De conclusie: een Werkcentrum mag best breed zijn, maar alleen als keuzes realistisch zijn.

    Deelnemers aan het woord
    Hier nog een aantal interessante opmerkingen van deelnemers:

    • Het Werkcentrum is een loket voor de loketten.
    • De vraag is: kan de regio bieden wat de publiekscampagne belooft?
    • Het Werkcentrum staat niet gelijk aan de arbeidsmarktregio of het Regionaal Beraad.
    • Laat de verantwoordelijkheid voor een voorliggende voorziening blijven waar die hoort.
    • Geen voorliggende voorziening? Dan het Werkcentrum, mits er budget voor is.
    • Zet binnen het Werkcentrum een aparte pijler voor projecten op, waarin alle extra activiteiten kunnen landen.
    • ‘Alles is Werkcentrum’ is vooral voor de beeldvorming.
  • Opbrengst van intervisietafel: Landelijke afspraken versus regionale inrichting, hoe gaan we hiermee om?

    Duidelijke spanning 
    In de gespreksrondes komt een duidelijke spanning naar voren tussen landelijke afspraken en de regionale inrichting. Arbeidsmarktregio’s zijn in afwachting van een memorandum van het ministerie van SZW over rollen en verantwoordelijkheden van de partners in het Regionaal Beraad. De ene regio heeft hieraan veel behoefte, de andere minder.

    Een belangrijk knelpunt is capaciteit. De uitvoerbaarheid staat onder druk door beperkte inzet, zeker bij niet-SUWI partners in allerlei overlegvormen en in de eerste- en tweedelijns dienstverlening in het Werkcentrum. Dit wordt versterkt door een mogelijke extra instroom van bezoekers door de landelijke publiekscampagne. Daarbovenop is er een disbalans tussen ambities en middelen. Regio’s beschikken vooral over tijdelijke impulsmiddelen, terwijl structurele financiering ontbreekt.

    Toegankelijkheid van dienstverlening onder druk  
    Ook inhoudelijk wringt het. Gemeenten en UWV sturen sterk op uitkeringsgerechtigden, terwijl Werkcentra juist bredere doelgroepen bedienen. Dit zet de toegankelijkheid van de dienstverlening onder druk.

    Daarnaast is er onduidelijkheid over governance: is de samenwerking een flexibel netwerk of een wettelijk systeem? Ofwel: kan een netwerk wel worden vertaald naar wetgeving? Tot slot roept de regionale samenwerking vragen op over de rol van de democratie en de positie van gemeenteraden.

    Deelnemers aan het woord
    Hier nog een aantal interessante opmerkingen van deelnemers:

    • De werkgeversdienstverlening van UWV wordt landelijk aangestuurd, wat een mismatch in de opdracht tot gevolg heeft. Er is meer ruimte op regionale schaal nodig.
    • De vakbonden volgen een te strakke lijn.
    • Ambities staan niet in verhouding tot de beschikbare middelen.
    • Hoe zit het met het bemiddelen van mensen zonder uitkering? Het Werkcentrum heeft geen instrumenten voor nuggers.
    • Aandachtspunt is het democratisch gehalte van de regionale samenwerking, afgezet tegen de positie van de gemeenteraad.
  • Opbrengst van intervisietafel: Welke ontwikkelingen komen er dit jaar op ons af waarbij we elkaar kunnen ondersteunen?

    Al veel kennis en ervaring aanwezig
    Het was inspirerend om te horen hoe de verschillende regio’s omgaan met vergelijkbare vraagstukken en welke oplossingen zij hebben gevonden. De kern van de opbrengst van de tafel ligt vooral in het voorkomen dat iedereen opnieuw het wiel moet uitvinden. 

    In de arbeidsmarktregio’s blijkt al veel kennis en ervaring aanwezig te zijn, als het gaat om onderwerpen als meerjaren- en uitvoeringsagenda, samenwerking met private partijen, afstemming met WIN-punten en Verbeteren Uitwisseling Matchingsgegevens (VUM). 

    Door kennis en ervaringen te delen, kunnen regio’s sneller stappen zetten en leren van elkaars successen en uitdagingen. Tegelijkertijd benadrukken deelnemers dat deze samenwerking alleen echt effectief is wanneer de basis op orde is. Bijvoorbeeld als het gaat om wet- en regelgeving, duidelijke kaders en goed ingerichte processen.

    Waar wel en niet van
    Ook staat de vraag centraal: wat komt er allemaal op ons af? En minstens zo belangrijk: waar zijn we van en waar zijn we juist niet van? Het scherp krijgen van rollen, verantwoordelijkheden en verwachtingen helpt om focus aan te brengen en effectiever te kunnen werken.

    Al met al was de gedachtenuitwisseling leerzaam en verrijkend.

    Deelnemers aan het woord
    Hier nog een aantal interessante opmerkingen van deelnemers:

    • Laten we regionale meerjarenagenda’s en uitvoeringsagenda’s centraal delen.
    • Regio’s hebben behoefte aan het delen van data en ervaringen.
    • Er is meer aandacht nodig voor de samenwerking met andere beleidsterreinen.
    • Het is handig om de volgende thema’s landelijk op te pakken: het opleiden en trainen van medewerkers en het organiseren van de bezetting.
    • Gaan we bij VUM ieder het eigen wiel uitvinden? Er is te weinig landelijke ondersteuning.
    • Monitor het succes van de campagne voor het Werkcentrum: wanneer is de campagne succesvol en zijn er regionale kpi’s?
    • Communiceer ook waar we niet van zijn.
  • Kabinet positief 
    De laatste stand van zaken bij de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur wordt toegelicht door Brian Verweij, coördinator van Team Besturing Arbeidsmarktregio’s bij het ministerie van SZW. Het in februari aangetreden kabinet-Jetten is positief. “Het nieuwe kabinet wil graag verder gaan op de ingeslagen weg met de Werkcentra en de andere ontwikkelingen in arbeidsmarktregio’s.”

    Minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie is bij SZW verantwoordelijk voor de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur. Aartsen beschouwt de komst van de Werkcentra en de algehele ontwikkeling in de arbeidsmarktregio’s als een grote kans, meldt Brian. “Ook is in een gesprek met hem goed weergegeven wat het Werkcentrum wel en niet is.”

    Halfjaargesprekken goed bevallen 
    Onlangs voerden de accounthouders SZW halfjaargesprekken met alle arbeidsmarktregio’s. Dat gebeurde voor de eerste keer. Dit is vanuit SZW goed bevallen, laat Brian weten. “Wij gaan toewerken naar een betere lijn van de regio naar landelijk en terug. We willen de signalen van de regio’s zo goed mogelijk ophalen en gestructureerd neerleggen bij het Landelijk Beraad en de partijen op landelijk niveau.”

    Brian presenteert de belangrijkste signalen en de acties die op basis daarvan worden genomen (zie voor een overzicht de SZW-presentatie). “We hebben gelukkig vaak gehoord dat jullie veel energie hebben en enthousiast zijn. Jullie zijn gewoon keihard aan het werk om een succes van de nieuwe arbeidsmarktinfrastructuur te maken. In elke regio is het Werkcentrum operationeel bij de start van de landelijke campagne.”

    Er zijn echter ook signalen dat zaken minder goed gaan. Zo zijn landelijke kaders en explicitering daarvan nodig, meldt Brian. “Dat kan een eind maken aan de zich herhalende discussies over onder andere verantwoordelijkheden en rollen in de regio’s.” 

    Verder is de bestuurlijk samenwerking kwetsbaar. “Deze hangt soms sterk af van personen. Ook zijn nog niet alle organisaties goed vertegenwoordigd op bestuurlijk en uitvoerend niveau in de regio.” Een ander signaal is dat de spilfunctie van de centrumgemeente erg complex wordt.

    Wat ook niet meewerkt, is de beperkte financiële ruimte. “Dat maakt het soms moeilijk om gezamenlijke ambities in te vullen.” SZW zet zich in voor extra financiering. Brian wijst erop dat het Impulsbudget de afgelopen twee jaar ook drie keer is verhoogd. “We hopen dit te kunnen blijven voortzetten, maar dat is geen garantie.”

    In de meicirculaire wordt een bedrag van 96.500 euro per regio beschikbaar gesteld. Het geld is bedoeld voor eenmalige kosten die te maken hebben met de regionale inzet voor de landelijke publiekscampagne voor het Werkcentrum en de verdere implementatie van de communicatiestrategie. De regionale campagnes starten op 11 mei.

    Wettelijke invoering mogelijk later 
    Een deelnemer vraagt: de planning is dat op 1 januari 2027 de aanpaste SUWI wet- en regelgeving in werking treedt. Wordt die datum nog gehaald? “Wij streven naar een spoedige inwerkingtreding”, reageert Brian. “Dit is echter afhankelijk van het advies van de Raad van State en de verdere parlementaire behandeling.”

    In zijn Kamerbrief van 23 maart 2026 schrijft minister Aartsen dat hij verwacht het wetsvoorstel rond de zomer aan de Tweede Kamer aan te kunnen bieden. Brian: “Als de Kamer het wetsvoorstel vervolgens snel behandelt, dan kan het nog 1 januari 2027 worden. Mocht dat even op zich laten wachten, dan wordt het halen van deze datum steeds minder aannemelijk.” De wettelijke invoering kan in dat geval waarschijnlijk op 1 juli 2027 plaatsvinden, waardoor de transitieperiode een half jaar langer zou duren.

    Een andere vraag: hoe enthousiasmeren we de Kamerleden, zodat we hen meekrijgen in ons verhaal? Goede voorbeelden helpen daarbij, zegt Brian. “Zoals casussen van mensen die jullie hebben geholpen, terwijl dat anders misschien niet was gelukt. Of van werkgevers die blij zijn met jullie ondersteuning.”

    Andere onderwerpen 
    Brian behandelt nog twee andere onderwerpen:

    • Dit jaar staan enkele nieuwe handreikingen op de planning. De eerste is de inspiratiegids Werkgeversdienstverlening in het Werkcentrum die waarschijnlijk in april of mei verschijnt. Voor regio’s is het ingewikkeld om de werkgeversdienstverlening goed te positioneren in en te ontsluiten via het Werkcentrum. “Dat is voor SZW een prioriteit voor de komende tijd. We willen een heldere visie ontwikkelen en jullie ondersteuningsbehoefte peilen. Ook gaat de inspiratiegids hopelijk veel van jullie vragen beantwoorden en zullen hierin goede voorbeelden worden gedeeld.”
    • SZW is bezig met de ontwikkeling van een landelijke zoek- en vraagbaaktool waarbij kunstmatige intelligentie wordt ingezet. De tool is bedoeld voor de ondersteuning van professionals en gidsen. TNO werkt momenteel toe naar een eerste werkend testmodel. Voor de gebruikersgroep zoekt SZW extra gidsen die de tool willen uitproberen in de testfase (vanaf eind april tot en met juni). Hierbij geldt: hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Brian: “De tijdsinvestering is beperkt, ongeveer 4 uur. Ik denk dat het leuk voor gidsen is om hieraan mee te doen.”