Inkopen met impact

De pragmatische aanpak van de Social Impact Factory

Gemeenten kunnen hun inkoopkracht benutten om sociale doelen te realiseren. Dat is de boodschap van de Social Impact Factory, een initiatief van de gemeente Utrecht en Kirkman Company. De Social Impact Factory geeft gemeenten en andere opdrachtgevers concrete tips en handvatten om social return doelstellingen te realiseren via hun inkoopbeleid. Op de Social Impact Market kunnen vraag en aanbod elkaar vinden.

Het inkoopbeleid en het inkoopvolume van gemeenten biedt volop kansen om sociaal ondernemen en sociale doelstellingen meer ruimte te geven, zegt Thea Smid-Verheul. Zij is zelfstandig inkoopadviseur en werkte tot voor kort als inkoopstrateeg bij de gemeente Utrecht. “Begin gewoon! In grote inkoopcontracten door social return toe te passen, in kleinere inkoopopdrachten door een sociale onderneming de opdracht te gunnen of in concurrentie uit te nodigen. Bij opdrachten onder de 20.000 euro bestaat bij veel gemeenten ruimte om een opdracht één-op-één te gunnen. Denk maar eens aan borrels, vergaderzalen, geschenken. In 2015 waren die kleine inkoopopdrachten in Utrecht goed voor 20 procent van de totale inkoop.”

Tips

  • Maak een ‘foto’ om de lokale sociale ondernemers in beeld te krijgen.
  • Gebruik de Social Impact Market, deze is landelijk beschikbaar
  • Communiceer over je ervaringen, ook intern binnen de gemeente.
  • Ga als opdrachtgever en opdrachtnemer met elkaar in dialoog. Zoek samen naar de juiste invulling van social return.
  • Betrek het Werkgeversservicepunt, bouw een relatie op.

 

Waarde toekennen met de Bouwblokkenmethode

Social return wordt vaak ingezet door gemeenten om kansen op werk te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Als hoofd Inkoop in Amersfoort stond Smid-Verheul aan de basis van de zogenaamde bouwblokkenmethode. Daarin wordt een waarde in euro’s toegekend aan het inzetten van mensen met een bepaalde afstand tot de arbeidsmarkt. Zo telt het bijvoorbeeld voor 30.000 euro mee als iemand die nog geen twee jaar in de Participatiewet zat een full time jaarcontract krijgt. Is er sprake van meer dan twee jaar bijstand, dan is de inspanningswaarde 40.000 euro. Voor een iemand met een WW-uitkering korter dan een jaar is dat 15.000 euro, voor iemand met een WW-uitkering langer dan een jaar 20.000 euro. Een vast dienstverband levert een extra waarde op van 10.000 euro op bovenop deze bedragen. Elke doelgroep heeft een bouwblok, ook BBL- en BOL-leerlingen. “Dit werkt”, aldus Verheul-Smid. “Bijna driekwart van de mensen die geplaatst zijn via social return is na een jaar nog aan het werk.”


De eerste prioriteit van social return is werktoeleiding. Als de opdrachtnemer geen mogelijkheden heeft om social return via werktoeleiding binnen de eigen organisatie te realiseren, kunnen leveranciers ook hulp of kennis bieden aan een lokaal initiatief of diensten inkopen bij een sociale onderneming. Zo hebben partijen die inschrijven op een aanbesteding meerdere mogelijkheden om social return in te vullen, en ontstaat flexibiliteit en maatwerk.

Social return geen gunningscriterium

“Het invullen van social return is een kwestie van maatwerk en dialoog”, benadrukt Smid-Verheul. Het begint ermee dat een inschrijver verklaart dat, als hij de aanbesteding wint, hij 5 procent van de waarde van de opdracht in sociale return doelstellingen omzet. Social return is dus geen gunningscriterium, het wordt achteraf -niet vooraf - ingevuld. Zo heeft het ook geen kostenopdrijvend effect. De vraag is steeds: wat past bij de opdrachtnemer? Als de opdrachtnemer vacatures heeft, kan het Werkgeversservicepunt voor kandidaten zorgen en telt dat mee als social return.

Uitgangspunt van de gemeente Utrecht is dat de ‘social return’ 5 procent van de opdrachtwaarde bedraagt. Dat is echter niet in beton gegoten, er wordt steeds een inschatting gemaakt wat reëel is. Zo kan bij arbeidsintensieve opdrachten het social return percentage hoger liggen, tot 10 procent. Maar in andere omstandigheden kan ook een lager percentage worden afgesproken.

Het landelijke platform Social Impact Market

Roos Spekman werkt voor de Social Impact Factory, een stichting die in 2014 in Utrecht is opgericht om sociale ondernemingen, gemeenten en bedrijven met elkaar te verbinden, met als doel om sociale impact te realiseren. Het initiatief is afkomstig van van de gemeente Utrecht en de Kirkman Company, maar inmiddels hebben zich veel andere publieke en private partijen als partners aangesloten. De stichting is ook de initiatiefnemer van de Social Impact Market.

“De Social Impact Market is een landelijk digitaal platform dat een podium biedt voor producten en diensten van sociale ondernemers”, vertelt Spekman. “Dat helpt om vraag en aanbod bij elkaar te brengen, en om te komen tot een passende of innovatieve invulling van social return. Maar het is meer dan dat. Zo kunnen sociale ondernemers die partner zijn ook zelf met voostellen of ideeën komen als een inkoopvraag wordt geplaatst. En kunnen er relaties worden aangegaan, projecten worden opgezet, er kan met elkaar worden meegedacht.”

Omzet van 170.000 euro

De Social Impact Market bestaat sinds januari 2016. In het eerste jaar is via deze marktplaats 170.000 euro omgezet, zowel met sociaal inkopen als met social return. Overigens weten partijen ook offline matches te maken, dus de werkelijke omzet zal hoger liggen. Het doel voor 2017 is een omzet van 200.000 euro. “De beweging naar sociaal ondernemen groeit”, aldus Spekman. “Er komen steeds meer initiatieven. En dat is goed. Sociaal ondernemen is het nieuwe normaal.”

Contact

  • Thea Smid-Verheul, zelfstandig inkoopadviseur, voormalig inkoopstrateeg van de gemeente Utrecht

  • Roos Spekman, Social Impact Factory

 

Vond u deze pagina interessant?