Loonkostensubsidie en loondispensatie

Laatst bijgewerkt op 15 maart 2018
Omschrijving: 

Werkgevers kunnen in aanmerking komen voor loonkostensubsidie van de gemeente als zij mensen met een arbeidsbeperking – voor wie de gemeente verantwoordelijk is – in dienst nemen. Voor mensen met een arbeidsbeperking en een Wajong-uitkering, kan loondispensatie worden aangevraagd bij UWV. Lees ook het artikel Loondispensatie bij plaatsen van Wajong'ers n.a.v. de presentatie over dit onderwerp op de Praktijkdag op 8 maart 2018.

Toelichting doelgroep: 

Loonkostensubsidie kan door gemeenten worden ingezet voor mensen onder de Participatiewet die niet in staat zijn om met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen. Loonkostensubsidie of loondispensatie kan daarmee ingezet worden voor de doelgroep van de banenafspraak. Ook voor mensen die beschut werk doen kunnen werkgevers loonkostensubsidie of loondispensatie krijgen.

Kosten/Subsidiebedrag: 

Beide regelingen betreffen een tegemoetkoming aan de werkgever in de loonkosten van een medewerker met een arbeidshandicap en een verminderde arbeidsproductiviteit. In beide situaties betaalt de werkgever alleen voor de werkelijke arbeidsproductiviteit. In geval van loondispensatie krijgt de werkgever toestemming van UWV om de werknemer te belonen naar de loonwaarde als dat onder het wettelijk minimumloon ligt en ontvangt de Wajong-er daarnaast een aanvullende uitkering.

In geval van de loonkostensubsidie ontvangt de werknemer het volledige CAO-loon of tenminste het wettelijk minimumloon. De werkgever ontvangt van de gemeente een subsidie ter hoogte van het verschil tussen het wettelijke minimumloon en de loonwaarde van de werknemer.

Doelstelling: 

Het doel van beide regelingen is om mensen met een arbeidshandicap en verminderde arbeidsproductiviteit aan het werk te helpen en te houden door de werkgever te compenseren in de loonkosten voor de verminderde productiviteit van de werknemer. 

Algemene informatie: 

Loonkostensubsidie

Werkgevers kunnen in aanmerking komen voor loonkostensubsidie van de gemeente als zij mensen met een arbeidsbeperking – waarvoor de gemeente verantwoordelijk is – in dienst nemen. Ook voor mensen die beschut werk doen kunnen werkgevers loonkostensubsidie krijgen. 

Voorwaarde is dat een werknemer met voltijdse arbeid niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. De werkgever betaalt zo alleen voor de werkelijke arbeidsproductiviteit van de werknemer. 

De werkgever betaalt de werknemer volledig loon, volgens de voor hem geldende CAO of als die niet van toepassing is, het wettelijk minimumloon. De loonkostensubsidie bedraagt het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer en het minimumloon. De loonwaarde wordt zo objectief mogelijk op de werkplek bepaald aan de hand van een gevalideerde loonwaardemethode en er vindt periodiek een herbeoordeling van de loonwaarde plaats.

De loonkostensubsidie is maximaal 70 procent van het wettelijk minimumloon. De werkgever ontvangt daarnaast een vergoeding voor de werkgeverslasten (op dit moment 23 procent van de loonsom waarover loonkostensubsidie wordt verstrekt). Het eventuele verschil tussen minimumloon en CAO-loon is voor rekening van de werkgever.

Het kan ook zijn dat de werknemer wordt gedetacheerd. De werkgever bij wie de werknemer gaat werken, betaalt dan een inleenvergoeding aan de werkgever die detacheert (de formele werkgever). Bij het bepalen van de hoogte van de inleenvergoeding kan rekening worden gehouden met de hoogte van de loonkostensubsidie.

Gemeenten kunnen loonkostensubsidie betalen uit het Inkomensdeel (BUIG budget). Het Rijk voegt hiervoor extra middelen toe aan het gemeentelijke budget.

Voor het opnemen van de loonkostensubsidie in de gemeentelijke verordening kunnen gemeenten gebruikmaken van de Modelverordening loonkostensubsidie Participatiewet.

Werkgevers kunnen in het doelgroepregister zien welke mensen onder de banenafspraak vallen. Gemeenten stellen zelf de doelgroep voor loonkostensubsidie vast.

Let op! Gemeenten kunnen loonkostensubsidie ook voor andere doelgroepen verstrekken. Het gaat dan veelal om tijdelijke vormen op basis van lokale of regionale afspraken die al langer geleden zijn gemaakt. De subsidie wordt vooral als stimulans ingezet om uitkeringsgerechtigden te kunnen laten werken. Deze vorm van loonkostensubsidie wordt gefinancierd uit het Participatiebudget. De hiervoor beschreven landelijke regeling is gericht op mensen met een arbeidsbeperking en is niet per definitie tijdelijk. Deze nieuwe vorm wordt gefinancierd uit het inkomensdeel van het budget van gemeenten. 

Recente wetswijzigingen

Met de wetswijziging van 17 november 2016 in de Participatiewet en enkele andere wetten ten behoeve van het stroomlijnen van de loonkostensubsidie is er een wettelijke basis voor gemeenten om tijdens de eerste zes maanden van een dienstbetrekking een loonkostensubsidie van 50 procent van het minimumloon in te zetten (dus zonder loonwaardebepaling). Na dit halfjaar kan alleen loonkostensubsidie worden ingezet op basis van een op de werkplek vastgestelde loonwaarde.  Zie ook het Wetsvoorstel vereenvoudiging en stroomlijning Participatiewet en eerdere kamerbrief maatregelen vereenvoudiging Participatiewet en Wet banenafspraak hierover. Gemeenten konden vanaf 4 juli 2016 al anticiperen op deze maatregel. Formeel treedt deze maatregel per 1 februari 2017 in werking met een terugwerkende kracht tot 4 juli 2016.

De vaste loonkostensubsidie in het eerste half jaar van het dienstverband houdt in dat werkgevers en gemeenten de mogelijkheid krijgen om het eerste halfjaar van het dienstverband een (forfaitaire) loonkostensubsidie op grond van artikel 10d van de Participatiewet van 50 procent van het minimumloon overeen te komen. Na het eerste half jaar past de gemeente de loonkostensubsidie aan op basis van een objectief op de werkplek vastgestelde loonwaarde van de werknemer. Een forfaitaire loonkostensubsidie maakt de start van een dienstverband met iemand uit de doelgroep banenafspraak gemakkelijker voor een werkgever. Bovendien kan in het eerste halfjaar een goed beeld worden verkregen van de capaciteiten van de werknemer.

Met de wetswijziging van 17 november 2016 kan ook de frequentie van de loonwaardemeting meer flexibel en persoonsgericht worden geregeld. Bij het bepalen van de termijn waarop de loonwaarde opnieuw moet worden vastgesteld is het mogelijk om de situatie van de individuele werknemer en het ontwikkelingsperspectief mee te wegen bij het bepalen van de termijn waarop de loonwaarde opnieuw moet worden vastgesteld. Deze maatregel treedt in per 1 februari 2017. (Let op: in dit geval niet met terugwerkende kracht!)

Loonkostensubsidie voor jongeren die al werken

De Participatiewet is inmiddels aangepast zodat gemeenten loonkostensubsidie kunnen inzetten voor schoolverlaters afkomstig uit het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwij of de entreeopleiding MBO die al zijn gaan werken bij een werkgever en van wie de gemeente op basis van een gevalideerde loonwaardemethode heeft vastgesteld dat zij op een concrete werkplek niet het WML kunnen verdienen. Vanuit de praktijk (scholen, professionals, cliënten) waren er signalen dat schoolverlaters al bij werkgevers aan de slag zijn, maar dat verlenging of voortzetting van het contract niet mogelijk was als er geen loonkostensubsidie werd verstrekt. Via het nieuwe artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet mogen gemeenten nu ook loonkostensubsidie inzetten voor schoolverlaters die al aan het werk zijn.

Ook op deze maatregel mocht worden geanticipeerd vanaf het moment van indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer (per 5 juli 2016). Lees ook het nieuwsbericht op Samenvoordeklant

Alle vereenvoudigingen en recente maatregelen in de Participatiewet en Wet banenafspraak zijn op een rij gezet in een overzichtelijk schema (pdf, 89 KB).

Zie voor meer achtergrond informatie ook de eerdere brief aan de Tweede Kamer ‘voortgang vereenvoudiging Participatiewet / wet banenafspraak’ van 23 februari 2016.

Rekenformule loonkostensubsidie

De berekening van de loonkostensubsidie gaat, met ingang van 1 januari 2017, volgens de volgende rekenformule:

  1. Bepalen loonwaarde
  2. Loonwaarde = percentage van het wettelijk minimum (jeugd)loon (inclusief vakantietoeslag)*
  3. Wettelijk minimumloon (inclusief vakantietoeslag) min loonwaarde = hoogte loonkostensubsidie (ex vergoeding werkgeverslasten)
  4. 23 procent van loonkostensubsidie = vergoeding werkgeverslasten
  5. Stap 3 en 4 optellen is de loonkostensubsidie vermeerderd met de vergoeding werkgeverslasten

* NB. Vanaf 1 januari 2017 wordt de loonwaarde niet meer berekend op basis van het formele functieloon volgens de CAO, maar op basis van het wettelijk minimum (jeugd)loon. Zie ook de kamerbrief d.d. 14 oktober 2016 waarin is het wetsvoorstel stroomlijning loonkostensubsidie Participatiewet is aangekondigd.

De loonkostensubsidie is ook te berekenen via de webbased rekentool loonkostensubsidie 2017. Hierbij is uitgegaan van de nieuwe regels die per 1 januari 2017 gelden waarbij de loonwaarde niet meer wordt vastgesteld ten opzichte van het 'rechtens geldend loon', maar ten opzichte van het wettelijk minimum loon. Daarnaast zijn de bedragen voor 2017 ingevoerd. Nieuw in de webbased tool: u kunt aangeven welke CAO (36, 38 of 40 uur) van toepassing is. Verder is de tool uitgebreid zodat o.a. de besparing bij de inzet van loonkostensubsidie ten opzichte van een uitkering zichtbaar wordt voor de gemeente. Lees ook de gebruikershandleiding rekentool loonkostensubsidie.

Loondispensatie

Werkgevers komen in aanmerking voor loondispensatie als zij mensen met een arbeidsbeperking en een Wajong-uitkering – waarvoor UWV verantwoordelijk is – in dienst nemen. Voorwaarde is dat de medewerker door de ziekte of handicap minder aan kan dan andere werknemers die vergelijkbaar werk doen. Als UWV beslist dat de werkgever loondispensatie kan krijgen voor zijn werknemer, mag hij tijdelijk minder dan het wettelijk minimumloon aan zijn medewerker betalen. 

De medewerker ontvangt dat een Wajong-uitkering van UWV die het loon aanvult tot minimaal 75 procent van het wettelijk minimumloon. De loondispensatie kan een half jaar tot vijf jaar duren. Verlenging is mogelijk, maar het is de bedoeling dat de werknemer hetzelfde gaat verdienen als andere werknemers

Werkwijze loonkostensubsidie

Voor de aanvraag van loonkostensubsidie kunnen werkgevers contact opnemen met het regionale Werkgeversservicepunt in de arbeidsmarktregio
De gemeente hanteert een in de arbeidsmarktregio afgesproken methodiek voor de loonwaardemeting waarmee de arbeidsproductiviteit van medewerkers met een arbeidshandicap op de werkplek wordt vastgesteld. Deze vormt de basis voor de vaststelling van de loonkostensubsidie. Zie voor meer informatie ook het instrument loonwaardebepaling.

Werkwijze loondispensatie aanvragen

Werkgevers kunnen loondispensatie aanvragen met het formulier Aanvraag loondispensatie Wajong. Een arbeidsdeskundige van UWV beoordeelt dan of de werknemer minder presteert door zijn ziekte of handicap. Met dit oordeel stelt de arbeidsdeskundige vast hoeveel procent van het wettelijk minimumloon de werkgever moet betalen aan zijn werknemer.

Betrokken organisaties

UWV
Arbeidsmarktregio’s en gemeenten

Contact: 

Werkgevers die iemand met een ziekte of handicap willen aannemen of die vragen hebben over loonkostensubsidie of loondispensatie, kunnen terecht bij het regionaal Werkgeversservicepunt. Voor vragen over loondispensatie kunnen werkgevers ook terecht bij de landelijk UWV Telefoon Werkgevers 0900 - 92 95.

Vond u deze pagina interessant?

To prevent automated spam submissions leave this field empty.