Overslaan en naar de inhoud gaan

Hervorming arbeidsmarktinfrastructuur: zes jaar lang evaluatieonderzoek in regio’s

05 februari 2026

Impressieverslag informatiebijeenkomst 15 januari 2026

In hoeverre dragen de maatregelen van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur bij aan de doelen van deze operatie? Dat wordt tot en met 2031 onderzocht. Jaarlijks halen de onderzoekers de ervaringen in alle arbeidsmarkregio’s op. Ook wordt elk jaar in een aantal regio’s de diepte ingegaan.

Halen van drie doelen onderzocht

Het evaluatieonderzoek is toegelicht tijdens de online informatiebijeenkomst op 15 januari 2026 voor regionale programmamanagers en kwartiermakers van de Werkcentra. Mirjam Engelen van het bureau De Beleidsonderzoekers en haar collega’s kijken naar het halen van drie doelen: een versterkte samenwerking in arbeidsmarktregio’s, een betere en toegankelijkere dienstverlening en een effectievere aanpak van regionale arbeidsmarktopgaven. 

Dit alles wordt op landelijk, regionaal en lokaal niveau onder de loep genomen. De bedoeling is om de drie niveaus zo goed mogelijk terug te laten komen, zegt Mirjam. Het gaat uiteindelijk ook om de vraag: wat is de impact van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur op de arbeidsmarkt als geheel? Een erg lastige vraag om te beantwoorden, erkent Mirjam. Maar er zijn daarvoor wel mogelijkheden.

Brief naar Tweede Kamer op 23 maart

Tijdens de sessie gaat het ministerie van SZW in op de landelijke mediacampagne van het Werkcentrum die op 23 maart start. De arbeidsmarktregio’s kunnen hierop aansluiten met een eigen regionale campagne. Daarvoor komt een toolkit. Op de dag van de kick-off van de landelijke campagne wordt een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de voortgang bij de hervorming. Ook verschijnt dan een publieksversie van de landelijke meerjarenagenda.

De deelnemers kunnen ervaringen met elkaar delen bij de collegiale uitwisseling. Daarbij komen actuele vraagstukken aan bod als de positie van de programmamanager ten opzichte van de centrumgemeente en de manier waarop extra capaciteit voor de gidsfunctie kan worden gefinancierd.

Wisseling van de wacht

Bij de bijeenkomst is sprake van een wisseling van de wacht. De sessie wordt in goede banen geleid door Benthe Goes, die het stokje van projectleider hervorming arbeidsmarktinfrastructuur bij het Landelijke Ondersteuningsteam Regionale Arbeidsmarkt heeft overgenomen van Gerlinde Scheper. Benthe was ruim 3,5 jaar lang coördinator van het Werkcentrum van de arbeidsmarktregio Amersfoort. Vanaf 1 februari is ook Lilian van Grimbergen (hiervoor regionaal beleidsadviseur in Midden-Limburg) vanuit het Ondersteuningsteam aangehaakt bij het thema hervorming arbeidsmarktinfrastructuur.

Hieronder kun je doorklikken naar de onderwerpen van deze informatiesessie.

Meer weten?

Bekijk de presentatie van de bijeenkomst op 15 januari. Heb je een vraag of opmerking over een onderwerp van de hervorming arbeidsmarkinfrastructuur? Stuur dan een mail naar SZW via postbusarbeidsmarktinfrastructuur@minszw.nl of neem contact op met de accounthouder SZW van jouw regio. Ben je nog niet aangemeld voor de nieuwsbrief Hervorming Arbeidsmarkinfrastructuur van SZW, doe dat dan hier. Verder vind je veel informatie op de themapagina en in de FAQ.

De volgende bijeenkomst hervorming arbeidsmarktinfrastructuur voor regionale programmamanagers en kwartiermakers van de Werkcentra is live. Het treffen vindt plaats op de Praktijkdag op 19 maart in Hilversum.

  • Kick-off landelijke campagne Werkcentrum op 23 maart

    De landelijke mediacampagne van het Werkcentrum gaat op maandag 23 maart 2026 van start en loopt tot 26 april. De kick-off krijgt een feestelijk tintje met deelname van landelijke kopstukken.

    De bedoeling is om op 23 maart ook een brief aan de Tweede Kamer te sturen over de voortgang van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur. Hierin staat een toelichting op de koers, vertelt Sander Pulles (coördinator relatie en resultaat arbeidsmarktregio’s bij het ministerie van SZW). “Wij willen in de Kamerbrief melden dat er al veel mooie stappen zijn gezet en dat we met elkaar ook nog veel moois gaan doen.”

    Aansluitend op de landelijke campagne kunnen de arbeidsmarktregio’s een eigen regionale campagne houden. Sander: “Wij hebben nagedacht over hoe we jullie zo goed mogelijk kunnen ondersteunen bij het vormgeven van de regionale campagne. Er komt een toolkit met allerlei communicatiematerialen, zoals foto’s en video’s.”

    Hierover is een informatiesessie op 20 januari gehouden, waaraan communicatieadviseurs en andere belangstellenden vanuit de regio’s deelnamen. De presentatie is te vinden op de pagina van het maandelijks communicatieoverleg Werkcentrum.

    Vernieuwde site Werkcentrum live

    In maart 2025 werd een tijdelijk basiswebsite van het Werkcentrum gelanceerd. Daarna volgde de doorontwikkeling naar een uitgebreidere site met meer geavanceerde functionaliteiten. Op 30 december is de vernieuwde website live gegaan.

    De arbeidsmarktregio’s kunnen zich onder deze paraplu aansluiten via ‘Jouw Werkcentrum’. Veel regio’s hebben dat al gedaan of zijn daarmee bezig, vertelt Sander. Hij spoort iedereen aan om een kijkje te nemen. “Het is leuk om te zien hoe regio’s hun eigen pagina soms op een net wat verschillende manier vormgeven.”

    Landelijke effectmeting campagne

    Een deelnemer vraagt: wordt landelijk de naamsbekendheid van het Werkcentrum gemeten? Anders gezegd, kunnen werkenden, werkzoekenden en werkgevers het Werkcentrum vinden? Dit onderwerp wordt meegenomen in de evaluatie, geeft Sander aan. 

    Jikke Kuijpers (senior communicatieadviseur bij SZW) vertelt dat hiervoor ook aandacht is in de landelijke campagne van het Werkcentrum. “Wij houden een landelijke effectmeting. Zowel aan de voorkant als na afloop van de campagne meten we hoe bekend het Werkcentrum is. Dat geeft dus inzicht in de effectiviteit van de campagne.” 

    Publieksversie landelijke meerjarenagenda

    Het kan op 23 maart niet op, laat Sander weten. “Dan lanceren wij ook breed een publieksversie van de landelijke meerjarenagenda.” Het Landelijk Beraad heeft eind januari de eindtekst van de meerjarenagenda vastgesteld. “Er is nog wat tijd nodig om deze tekst om te zetten in een publieksversie. Waarschijnlijk kunnen we de regio’s al eerder informeren over de inhoud van de agenda.”

    SZW krijgt meermaals de vraag: hoe verhoudt de landelijke meerjarenagenda zich tot de regionale meerjarenagenda? Staan in de landelijke agenda doelen of richtingen waaraan de regio zich moet houden? Sander wil benadrukken dat het niet zo werkt. “De agenda en het Landelijk Beraad zijn er vooral om de arbeidsmarktregio’s te ondersteunen en de goede samenwerking vorm te geven. Regio’s kunnen ook knelpunten aandragen.”

    De landelijke meerjarenagenda beschrijft een aantal opgaves en geeft thema’s aan, waarover landelijke partijen het gesprek met de regio’s willen voeren. “Op basis daarvan kunnen bijstellingen worden doorgevoerd, knopen doorgehakt, keuzes gemaakt en middelen verlegd, zodat het werk in de regio makkelijker wordt.”

  • Zes jaar durende evaluatie

    Vanaf dit jaar vindt een evaluatie in de arbeidsmarktregio’s plaats in het kader van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur. Die duurt tot en met 2031. “Wij zijn wettelijk verplicht om nieuw beleid te evalueren”, legt Rosan van Niekerk (beleidsmedewerker bij SZW) uit. “Ook zijn we natuurlijk benieuwd wat eruit gaat komen.”

    De accounthouders SZW voeren tegelijkertijd halfjaargesprekken met de regio’s. Dat staat los van het evaluatieonderzoek. Rosan: “Hun vragen zullen misschien enigszins lijken op wat af en toe in de evaluatie naar voren zal komen. Het doel en de reikwijdte van de halfjaargesprekken zijn echter anders. Hierin worden signalen opgehaald voor het Landelijk Beraad en de landelijke meerjarenagenda.”

    Uitvoering door De Beleidsonderzoekers samen met SEO

    De evaluatie wordt uitgevoerd door De Beleidsonderzoekers. Het bureau werkt hierbij samen met SEO economisch onderzoek. De onderzoekers zullen de komende jaren onder meer beleidsmedewerkers en professionals in de regio’s en klanten van Werkcentra naar hun mening vragen. Ook wordt kwantitatief onderzoek verricht.

    Mirjam Engelen, partner bij De Beleidsonderzoekers, heeft de leiding over het onderzoek. Ook haar collega’s Noortje Hippert, Youri ten Hoeve en Ruben Wienema stellen zich voor. Zij laten weten enthousiast te zijn om de komende jaren de regio in te gaan.

    Twee onderdelen

    De evaluatie bestaat uit twee onderdelen (zie de presentatie voor een uitgebreidere toelichting):

    • Evaluatie van de werking van het impulsbudget als beleids-en financieringsinstrument. De vraag is: in hoeverre draagt het impulsbudget als beleids- en financieringsinstrument bij aan de drie doelen van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur? “Het ministerie van Financiën is erg benieuwd naar hoe dit werkt”, zegt Mirjam.
    • Evaluatie van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur. In hoeverre dragen de maatregelen van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur bij aan de drie doelen van de hervorming? Mirjam: “Dit is eigenlijk het gewone doel van zo’n evaluatie.”

    Hierbij wordt naar deze doelen gekeken:

    • versterkte samenwerking in arbeidsmarktregio’s;
    • betere en toegankelijkere dienstverlening;
    • effectievere aanpak van regionale arbeidsmarktopgaven.

    Drie niveaus onder de loep

    In het onderzoek worden het landelijke, het regionale en het lokale niveau onder de loep genomen. “We proberen de drie niveaus zo goed mogelijk terug te laten komen”, zegt Mirjam. “We kijken naar aspecten als: hoe zit het met de inzet van mensen en middelen? Wat voor activiteiten worden er georganiseerd? Welke resultaten worden behaald? Wat zijn de effecten?”

    Uiteindelijk gaat het ook om de impact van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur: wat is de invloed op de arbeidsmarkt als geheel? “We zijn er ons van bewust dat dit een ontzettend moeilijke vraag is om te beantwoorden. Daarom kijken we ook naar context, implementatie, mechanismen en effecten.”

    Het onderzoek bestaat uit zes verschillende cycli van telkens een jaar, vertelt Mirjam. “Grosso modo doen we eigenlijk ieder jaar hetzelfde. Behalve dat er in het tweede en zesde jaar enkele extra elementen zijn.” Over de evaluatie van het impulsbudget wordt een tussen- en een eindrapport opgeleverd, over de algemene evaluatie verschijnt jaarlijks een rapport met tot slot een definitief eindrapport.

    Generiek en verdiepend deel

    De evaluatie heeft een generiek gedeelte dat voor alle arbeidsmarktregio’s geldt. In het kader hiervan wordt jaarlijks een enquête onder de regionale programmanagers gehouden. De eerste peiling wordt al binnenkort uitgezet. Ook houden de onderzoekers interviews op landelijk niveau en bestuderen zij literatuur en documenten.

    Daarnaast gaan ze de diepte in. Mirjam: “Wij willen vijf à zes regio’s per jaar bezoeken om met de samenwerkingspartners te spreken. In dit verdiepende deel kijken we meer kwalitatief naar wat er gebeurt in regio’s. Aan het eind van de zes jaar hopen we overal een keer geweest te zijn.”

    In 2027 enquête onder gebruikers Werkcentrum

    Daarnaast wordt in 2028 en in 2031 een verdiepende analyse uitgevoerd naar de impact van de hervorming arbeidsmarkinfrastructuur. Dat gebeurt op basis van data van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ook is er een online enquête onder werkzoekenden en werkenden die gebruikmaken van de dienstverlening van het Werkcentrum. Dit staat gepland voor 2027.

    Is het aantal bezoekers van het Werkcentrum een criterium voor het wel of niet succesvol zijn van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur, wordt gevraagd. “Wat mij betreft is het aantal bezoekers geen indicatie voor het succes hiervan”, reageert Mirjam. “We doen nadrukkelijk geen onderzoek hoe het precies in een regio gaat en of sommige regio’s verder zijn dan andere.”

    Mee eens, zegt Rosan. “Vanuit SZW willen we weten hoe en waarom bepaalde zaken werken. We zijn niet geïnteresseerd in een soort ranglijst van waar het goed en slecht gaat.” Mirjam wil nog iets toevoegen. “De kracht van deze evaluatie is dat we de ontwikkelingen zes jaar lang in de gaten houden en mooie ervaringen kunnen doorgeven.”

    Meer weten?
    Heb je een vraag of opmerking over de opzet en uitvoering van het evaluatieonderzoek? Stuur dan een mail naar Mirjam Engelen, mirjam@beleidsonderzoekers.nl. 

  • De deelnemers krijgen in de tweede helft van de bijeenkomst de gelegenheid om hun ervaringen bij een aantal vraagstukken uit te wisselen. Het leidt tot een levendige gedachtewisseling. Hier drie vragen vanuit de regio’s eruit gelicht. 

    Vraag 1

    Wat te doen met de grip van de centrumgemeente op de rol van programmamanager? Hoe is het geregeld in andere regio’s? De programmanager moet binnen de schalen van de centrumgemeente vallen, maar daar is deze rol lastig te vinden. In onze regio heeft de programmamanager geen onafhankelijke rol. Deze wordt vooral gezien als een teammanager binnen de centrumgemeente.

    Opbrengst discussie
    Dit vraagstuk speelt in diverse regio’s, blijkt uit de discussie. Zo heeft een programmamanager zelf hard teruggeduwd om zijn onafhankelijke positie te verdedigen. “Daarvoor moet je stevig in de schoenen staan.” Al blijft het nog steeds een beetje schipperen, merkt hij op. Deze deelnemer pleit voor een vorm van intervisie (zie daarover meer bij vraag 3).

    Een andere deelnemer vertelt dat haar voorganger zowel regionale als lokale taken had. “Dat gaat gewoon niet goed.” Toen hij wegging, is bepaald dat de programmamanager alleen nog maar regionale taken heeft. “Dit zorgt voor duidelijkheid. Ik zeg ook altijd dat ik er ben voor alle partijen in de samenwerking. Door dat continu te herhalen wordt het nu algemeen geaccepteerd binnen onze regio.” Verder is er recent een regionale beleidsadviseur aangenomen.

    Zo’n adviseur is erg waardevol, merkt iemand anders op. Zij is pas begonnen als programmanager. “Het scheiden van lokaal en regionaal is één van de eerste dingen die ik nu doe. Ik stel aan iedereen de vraag: wat is lokaal en wat is regionaal?” In haar regio wordt uitgegaan van gedelegeerd opdrachtgeverschap vanuit het Regionaal Beraad. “Mijn opdrachtgever is dus niet de centrumgemeente.” 

    Voor een andere programmamanager geldt een redelijk vergelijkbare constructie. “Ik ben in dienst van de gemeente maar aangenomen door vertegenwoordigers van een aantal partijen in het samenwerkingsverband. Ook heb ik met hen twee keer per jaar een functioneringsgesprek. Dat voelde eerst vreemd aan maar nu begrijp ik het wel. Hiermee laten we ook naar andere partijen zien dat ik van de arbeidsmarktregio ben.”

    Pearl Rapprecht (strategisch adviseur arbeidsmarktregio’s bij VNG) spreekt van een herkenbaar probleem. “Afhankelijk van hoe de regio is georganiseerd, kan dit meer of minder spelen.” Zij voerde in een arbeidsmarktregio gesprekken met de centrumgemeente en de programmamanager, omdat er onduidelijkheid heerste over diens rol, mandaat en verantwoordelijkheid. “Als die niet helder zijn, heb je er continu last van. Het lijkt nu opgelost in deze regio.” Pearl biedt aan om ook in andere regio’s waar met het vraagstuk wordt geworsteld, het gesprek aan te gaan.

    Reactie SZW
    Er is nog een toelichting vanuit SZW: we gebruiken de term ‘programmamanager’ om de persoon te duiden die namens de centrumgemeente de ambtelijke regie voert voor de arbeidsmarktregio/hervorming. Dit wordt soms ook ingevuld door een strategisch beleidsadviseur of teammanager van de centrumgemeente.

    De programmamanager is in de regio van de vragensteller in dienst bij de centrumgemeente en wordt dus gewaardeerd volgens het functiehuis van die gemeente. In sommige regio’s wordt de programmamanager ingeschaald als strategisch beleids-/bestuursadviseur, in andere regio’s als teammanager. Dit is primair een gemeentelijke aangelegenheid en valt daarmee buiten de bevoegdheid van het ministerie.
     

    Vraag 2

    We zouden de gidsrol in onze regio met veel gemeenten ook lokaal verder willen uitwerken via inloopspreekuren. Hoe organiseren andere regio’s hiervoor extra capaciteit? Worden extra gidsen gefinancierd vanuit het impulsbudget of dragen gemeenten zelf gidscapaciteit aan?

    Opbrengst discussie
    Een deelnemer vertelt dat de centrumgemeente in zijn regio aangeeft dat ook andere gemeenten een gids kunnen leveren. “Twee kleine gemeenten doen dit. Het wordt betaald vanuit de gezamenlijkheid. Het geld van de centrumgemeente is gewoon op één hoop gegooid.”

    In een andere regio wordt met subregio’s gewerkt, meldt de programmanager. “De subregio’s hebben tot nu toe één of twee inlooplocaties. Daarop haken de gemeenten steeds meer aan en dat organiseren ze eigenlijk zelf. Vanuit de regio faciliteren we zaken als training, scholing en casusoverleg.”

    In iedere arbeidsmarktregio bepalen gemeenten en UWV hoe de gidsrol wordt gefinancierd, reageert Pearl. “De centrumgemeente en UWV hebben hiervoor beperkt middelen gekregen. Tegelijkertijd kan ervoor worden gekozen om op meerdere locaties in een regio een Werkcentrum te realiseren. Immers een Werkcentrum kan één, maar ook meerdere locaties hebben, waaronder in gemeenten anders dan de centrumgemeente. Als de aanvankelijke middelen voor het organiseren van de gidsrol niet volstaan, moet naar andere financiering worden gezocht”.

    Vraag 3

    Kunnen we een cultuur creëren waarin we met elkaar informatie uitwisselen? Denk aan het delen van werkprocessen, plannen van aanpak en tips & tops, en ook aan het met elkaar meedenken en -doen. Wellicht is er een soort ‘buddysysteem’ te bedenken, bijvoorbeeld in de vorm van intervisiegroepen met een klein aantal arbeidsmarktregio’s.

    Opbrengst discussie
    Voor een dergelijke intervisie bestaat veel belangstelling. Altijd goed om informatie en ervaringen uit te wisselen, zo wordt gezegd. Een deelnemer vindt het handig als regio’s die in dezelfde fase zitten, elkaar opzoeken.

    Benthe Goes gaat na wat er mogelijk is aan intervisie en komt erop terug. Zij laat dan ook weten of en zo ja, in welke vorm het Landelijke Ondersteuningsteam regio’s hierbij kunnen ondersteunen.