De deelnemers krijgen in de tweede helft van de bijeenkomst de gelegenheid om hun ervaringen bij een aantal vraagstukken uit te wisselen. Het leidt tot een levendige gedachtewisseling. Hier drie vragen vanuit de regio’s eruit gelicht.
Vraag 1
Wat te doen met de grip van de centrumgemeente op de rol van programmamanager? Hoe is het geregeld in andere regio’s? De programmanager moet binnen de schalen van de centrumgemeente vallen, maar daar is deze rol lastig te vinden. In onze regio heeft de programmamanager geen onafhankelijke rol. Deze wordt vooral gezien als een teammanager binnen de centrumgemeente.
Opbrengst discussie
Dit vraagstuk speelt in diverse regio’s, blijkt uit de discussie. Zo heeft een programmamanager zelf hard teruggeduwd om zijn onafhankelijke positie te verdedigen. “Daarvoor moet je stevig in de schoenen staan.” Al blijft het nog steeds een beetje schipperen, merkt hij op. Deze deelnemer pleit voor een vorm van intervisie (zie daarover meer bij vraag 3).
Een andere deelnemer vertelt dat haar voorganger zowel regionale als lokale taken had. “Dat gaat gewoon niet goed.” Toen hij wegging, is bepaald dat de programmamanager alleen nog maar regionale taken heeft. “Dit zorgt voor duidelijkheid. Ik zeg ook altijd dat ik er ben voor alle partijen in de samenwerking. Door dat continu te herhalen wordt het nu algemeen geaccepteerd binnen onze regio.” Verder is er recent een regionale beleidsadviseur aangenomen.
Zo’n adviseur is erg waardevol, merkt iemand anders op. Zij is pas begonnen als programmanager. “Het scheiden van lokaal en regionaal is één van de eerste dingen die ik nu doe. Ik stel aan iedereen de vraag: wat is lokaal en wat is regionaal?” In haar regio wordt uitgegaan van gedelegeerd opdrachtgeverschap vanuit het Regionaal Beraad. “Mijn opdrachtgever is dus niet de centrumgemeente.”
Voor een andere programmamanager geldt een redelijk vergelijkbare constructie. “Ik ben in dienst van de gemeente maar aangenomen door vertegenwoordigers van een aantal partijen in het samenwerkingsverband. Ook heb ik met hen twee keer per jaar een functioneringsgesprek. Dat voelde eerst vreemd aan maar nu begrijp ik het wel. Hiermee laten we ook naar andere partijen zien dat ik van de arbeidsmarktregio ben.”
Pearl Rapprecht (strategisch adviseur arbeidsmarktregio’s bij VNG) spreekt van een herkenbaar probleem. “Afhankelijk van hoe de regio is georganiseerd, kan dit meer of minder spelen.” Zij voerde in een arbeidsmarktregio gesprekken met de centrumgemeente en de programmamanager, omdat er onduidelijkheid heerste over diens rol, mandaat en verantwoordelijkheid. “Als die niet helder zijn, heb je er continu last van. Het lijkt nu opgelost in deze regio.” Pearl biedt aan om ook in andere regio’s waar met het vraagstuk wordt geworsteld, het gesprek aan te gaan.
Reactie SZW
Er is nog een toelichting vanuit SZW: we gebruiken de term ‘programmamanager’ om de persoon te duiden die namens de centrumgemeente de ambtelijke regie voert voor de arbeidsmarktregio/hervorming. Dit wordt soms ook ingevuld door een strategisch beleidsadviseur of teammanager van de centrumgemeente.
De programmamanager is in de regio van de vragensteller in dienst bij de centrumgemeente en wordt dus gewaardeerd volgens het functiehuis van die gemeente. In sommige regio’s wordt de programmamanager ingeschaald als strategisch beleids-/bestuursadviseur, in andere regio’s als teammanager. Dit is primair een gemeentelijke aangelegenheid en valt daarmee buiten de bevoegdheid van het ministerie.
Vraag 2
We zouden de gidsrol in onze regio met veel gemeenten ook lokaal verder willen uitwerken via inloopspreekuren. Hoe organiseren andere regio’s hiervoor extra capaciteit? Worden extra gidsen gefinancierd vanuit het impulsbudget of dragen gemeenten zelf gidscapaciteit aan?
Opbrengst discussie
Een deelnemer vertelt dat de centrumgemeente in zijn regio aangeeft dat ook andere gemeenten een gids kunnen leveren. “Twee kleine gemeenten doen dit. Het wordt betaald vanuit de gezamenlijkheid. Het geld van de centrumgemeente is gewoon op één hoop gegooid.”
In een andere regio wordt met subregio’s gewerkt, meldt de programmanager. “De subregio’s hebben tot nu toe één of twee inlooplocaties. Daarop haken de gemeenten steeds meer aan en dat organiseren ze eigenlijk zelf. Vanuit de regio faciliteren we zaken als training, scholing en casusoverleg.”
In iedere arbeidsmarktregio bepalen gemeenten en UWV hoe de gidsrol wordt gefinancierd, reageert Pearl. “De centrumgemeente en UWV hebben hiervoor beperkt middelen gekregen. Tegelijkertijd kan ervoor worden gekozen om op meerdere locaties in een regio een Werkcentrum te realiseren. Immers een Werkcentrum kan één, maar ook meerdere locaties hebben, waaronder in gemeenten anders dan de centrumgemeente. Als de aanvankelijke middelen voor het organiseren van de gidsrol niet volstaan, moet naar andere financiering worden gezocht”.
Vraag 3
Kunnen we een cultuur creëren waarin we met elkaar informatie uitwisselen? Denk aan het delen van werkprocessen, plannen van aanpak en tips & tops, en ook aan het met elkaar meedenken en -doen. Wellicht is er een soort ‘buddysysteem’ te bedenken, bijvoorbeeld in de vorm van intervisiegroepen met een klein aantal arbeidsmarktregio’s.
Opbrengst discussie
Voor een dergelijke intervisie bestaat veel belangstelling. Altijd goed om informatie en ervaringen uit te wisselen, zo wordt gezegd. Een deelnemer vindt het handig als regio’s die in dezelfde fase zitten, elkaar opzoeken.
Benthe Goes gaat na wat er mogelijk is aan intervisie en komt erop terug. Zij laat dan ook weten of en zo ja, in welke vorm het Landelijke Ondersteuningsteam regio’s hierbij kunnen ondersteunen.